zaterdag 20 oktober 2007

België: het volgende hoofdstuk



Twintig jaar lang heeft Vlaanderen zich blindgestaard op het ‘vreemdelingenprobleem’. Een hele generatie heeft carrière gemaakt op kosten van een maatschappelijk thema. Het maakte weinig verschil of je nu vond dat het eigen volk eerst moest komen of dat je al dansend op N'ssi, N'ssi van Cheb Khaled een bijdrage dacht te leveren aan een verdraagzame samenleving. Het nettoresultaat van beide houdingen is van een ontnuchterende futiliteit. Vele Belgen van allochtone origine kampen, zeker ook in Vlaanderen, nog steeds met een onaanvaardbare economische en sociale achterstand. Van een rationele discussie over een toekomstgericht migratiebeleid is vandaag geen sprake. Als de grenzen op slot gaan en de grijze demografische vooruitzichten onveranderd blijven, dan komt België in 2050 ruim 984.000 arbeidskrachten te kort om de bezetting van de huidige arbeidsmarkt op peil te houden. 984.000. Dit homerische cijfer staat in Mind the gap, een recente studie over de toekomstige Europese arbeidsmarkt, die in opdracht van Randstad werd geschreven.
Noch de vergrijzing, noch het migratiebeleid, noch Europa kwamen aan bod tijdens de campagne voor de Belgische federale verkiezingen. Nochtans komt nu de federale regering van de laatste kans aan de macht. In 2010 scheurt de voorhang van de tempel, zo wordt het al jaren voorspeld, slaat de vergrijzing toe, en moeten we ons tevreden stellen met een blauwe kiel en aardappelen met ajuinsaus. Via een communautaire omweg kreeg de vergrijzing toch een plek: de splitsing van het werkgelegenheidsbeleid. De fameuze Lissabonnorm stelt dat Europese economieën tegen 2010 een activeringsgraad van 70% moeten halen. In Vlaanderen schommelt de activeringsgraad momenteel rond de 65%, in Wallonië rond de 58%. In de opgefokte communautaire sfeer klonk dit als: ‘We moeten van die Walen af!’ Waarop de verkramping onder de Franstaligen totaal was.
Vandaag hebben ‘de Walen’ de rol van ‘de allochtonen’ overgenomen in het Vlaamse populisme. ‘Federalist’ is een scheldwoord geworden, nog erger dan ‘Belg’. Separatisme en confederalisme gaan met opzet gehuld in een flou artistique. Populistische retoriek vierde dan ook hoogtij tijdens de campagne. In de loop van het voorjaar hadden Le Soir, De Morgen, De Standaard en La Libre Belgique in gemeenschappelijke artikelenreeksen en peilingen een ernstige poging ondernomen om het wederzijdse vijandbeeld tot ware proporties terug te brengen. Dat was hoopvol. De audiovisuele campagne ging echter ten onder aan eenzijdigheid. Als de rol van de pers die van tegenmacht is, dan heeft de staatsomroep gefaald. ‘Hervormen in deze is de scheiding voorbereiden,’ schreef campagneanker Siegfried Bracke in de laatste dagen van de campagne op de blog van de VRT-nieuwsdienst. ‘Erg? Vind ik niet, nee. Ook ik ben feitelijk separatist.’ Het was geen toeval dat er pas na 10 juni Franstaligen aan het woord kwamen bij de VRT. Nee, dan Didier Reynders. De MR-baas beschuldigde de RTBF ronduit van (socialistische) partijpolitieke spelletjes. Een verwijt dat ook luid weerklonk na de fake RTBF-reportage Bye bye Belgium.
Even opvallend was de agressie van de politieke sleutelfiguren. De MR enerzijds en de PS en CDH anderzijds gooiden met modder naar elkaar. De wederzijdse afkeer van Verhofstadt en Leterme maakt hen ongeschikt voor male bonding. ‘Ce qui me frappe le plus,’ zei Vincent de Coorebyter, directeur van het Crisp, in La Libre Belgique van 7 juni, ‘c’est la coexistence de cette virulence dans la campagne et d’une convergence, tout à fait inédite, des programmes.’ De uitslag van 10 juni leverde een zelden geziene versnippering van het politieke landschap op, met partijen die op inhoudelijk vlak vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn.
Pas toen de tv-debatten begonnen, kreeg de federale campagne enig animo. Die laatste weken voor 10 juni waren vooral een oefening in mannetjesmakerij. De zendtijd die de staatszender vrijmaakte voor de campagne was indrukwekkend en stond niet in verhouding tot het resultaat. Wie naar tegensprekelijke debatten zocht, kreeg inspiratieloze overhoringen (zoals het met veel bombarie aangekondigde ‘groot debat’), halve scheldpartijen of gewoonweg onzin. Het dieptepunt viel tijdens de laatste campagneweek toen de dochter van Vera Dua (Groen!) minutenlang werd uitgehoord over de grootouderwens van haar moeder. De eer van het interessantste debat komt ironisch genoeg Kanaal Z toe. Op die nichezender voerden Johan Vande Lanotte, Guy Verhofstadt en Yves Leterme op 9 juni een technisch, maar revelerend debat over werk, financiën en sociale zekerheid. Ook de RTBF bood soelaas met politieke portretten van een preconciliaire lengte waarin antwoorden langer mochten zijn dan tien seconden.
De federale verkiezingen hebben een schok door de Belgische staat gejaagd. Nogal wat commentatoren ontdekten in de verkiezingsuitslag het bewijs dat de Vlaming een communautaire stem heeft uitgebracht. Partijen die zich geen uitsproken Vlaams profiel hebben aangemeten, zouden daarvoor zijn afgestraft. Volgens die redenering zou de SP.a/Spirit de zwakste score in jaren hebben neergezet omdat ex-voorzitter Johan Vande Lanotte bijvoorbeeld begin dit jaar heeft verklaard dat de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde een probleem van de Franstaligen is. Om aanspraak te maken op stemmenwinst had Vande Lanotte de mantra moeten afratelen dat die splitsing niet meer dan vijf minuten politieke moed vergde. Dat de Vlamingen de kieskring konden splitsen zonder overleg met de Franstalige landgenoten. In tegenstelling tot nogal wat van zijn collega’s vertolkte Vande Lanotte de ratio – of beter, de professorale ratio, het gelijk van de docent – en liet hij het niet na om erop te wijzen dat in België, net als in om het even welk geciviliseerd land, institutionele afspraken worden gemaakt met alle betrokken partners.
Bovendien heeft in België alles een prijs. Eenvoudige politieke waarheden bestaan hier niet. Uit een onderzoek van VUB-professor Jo Buelens dat enkele dagen na de verkiezingen openbaar werd gemaakt, bleek dat het aantal Vlaamse zetels zou dalen bij een splitsing van de huidige kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. In Brussel zou er geen enkele Vlaamse kandidaat zijn verkozen. De simulatie van Buelens stuitte op heftige kritiek van de burgemeester van Gooik, Michel Doomst (CD&V). Nochtans hadden vier Vlaamse éminences grises van de Brusselse politiek eind april gewezen op het gevaar van een ‘verticale’ splitsing met aparte lijsten voor Brussel en Vlaams-Brabant. Hugo Weckx, Annemie Neyts, Lydia Deveen en Vic Anciaux waarschuwden in hun Brusselnota voor ondoordachte institutionele beslissingen.
Brussel-Halle-Vilvoorde, BHV voor de vrienden, is uitgegroeid tot een symbooldossier dat moeiteloos de vergelijking kan doorstaan met het Voerense circus uit de jaren tachtig. Er wordt veel geroepen, gevlagd en geklauwd in BHV, maar vooralsnog blijft een definitieve oplossing uit. Naar aanleiding van de regionale verkiezingen van juni 2004 gaf het kartel CD&V/N-VA de splitsing een prominente plek in haar programma. Het kartel zou niet in een Vlaamse regering stappen die de splitsing van BHV niet ‘onverwijld’ tot stand zou brengen. De vermaledijde onverwijlde splitsing werd opgenomen in het Vlaamse regeerakkoord, terwijl de beslissing niet op Vlaams, maar op federaal niveau moet worden genomen. In een veeleer wanhopige poging trachtte de federale regering de splitsing – die dus niet in het federale regeerakkoord stond – met biechtstoelprocedures, onderhandelingen en gesoebat te regelen. Op 10 mei 2005 was er een akkoord dat de verkiezing van de volksvertegenwoordigers splitste, in ruil voor bijkomende bevoegdheden van de Franse Gemeenschap in de Vlaamse rand. Spirit trok er echter te elfder ure de handen van af. Het akkoord viel in het water. De details van de deal waren een ‘kaakslag’. De hyperbolen van Vlaamse verontwaardiging gaven een buitenstaander de indruk dat de Belgen elkaar met zelfmoordaanslagen zouden bedreigen.
Spirit werd als beloning voor die principiële houding zo goed als vernietigd door de kiezer. Op federaal niveau houdt de splinterpartij van de voormalige Volksunie twee senatoren over. Het trieste lot van Spirit toont dat de ‘communautaire stem’ van de Vlaming tijdens de federale verkiezingen veeleer relatief is. Slechts een kleine minderheid van de bevolking begrijpt waar het byzantijnse BHV-dossier echt over gaat en beseft hoe precair de situatie van de Brusselse Vlamingen kan worden. Vandaag genieten ze nog van de 300.000-regel: de Vlaamse Gemeenschap organiseert in Brussel diensten voor een doelpubliek van 300.000 mensen. Maar die grootheden staan uiteraard niet in verhouding tot het nominale gewicht van de Brusselse Vlamingen. En als er straks tijdens een of andere nachtelijke marathononderhandeling een pizza te veel of te weinig wordt besteld, zouden de ketten wel eens geofferd kunnen worden tot nut van het algemeen. Separatisten hebben in elk geval nog nooit zelfs maar het begin van een realistische oplossing aangedragen voor Brussel. Wie een overzicht wil van al die geschifte, onmogelijk en zelfs onmenselijke ‘noodoplossingen’ voor Brussel, moet zeker het artikel ‘Brussels, do you speak-a my language?’ van Dirk Jacobs in de bundel Waar België voor staat lezen.
In Belgique où vas-tu, een interview in boekvorm afgenomen door La Libre Belgique-journalist Christian Laporte, schetst Pierre-Yves Monette de omvang van het BHV-debacle. Ook voor de Franstaligen is de situatie verre van ideaal. Monette ziet drie voorwaarden om uit de huidige communautaire crisis te raken: een waarachtig en herijkt federalisme, federale loyaliteit en een rechtvaardig verdeelde beveiliging van de minderheden in de federatie. Dat laatste punt veronderstelt uiteraard een evenwichtige oplossing voor BHV, ‘le véritable talon d’Achille de la Belgique’. Sommige Vlaamse media hebben zich gespecialiseerd in de karikaturale voorstelling van BHV, waarmee ze vaak kritiekloos extremistische standpunten overnemen. Belgique où vas-tu vormt een ernstig afgewogen standpunt dat een even belangrijke plaats in het debat zou moeten krijgen. Overigens vertrouwt Monette op ieders gezond verstand: ‘C’est précisément parce que les enjeux sont immenses que je pense que la sagesse en l’imagination finiront par s’imposer.’
Monette maakt op omstandige wijze duidelijk wat de grote institutionele uitdaging voor de Franstalige Belgen inhoudt. Walen en Brusselaars moeten voor eens en voor altijd gewest en gemeenschap samenbrengen en een beleidsniveau ontwerpen dat krachtdadig kan besturen. In tegenstelling tot Vlaanderen is het bestuur in Franstalig België uitgesmeerd over het Brusselse Gewest, de Franstalige Gemeenschap en het Waalse Gewest. Drie parlementen, drie machtscentra, drie coalities die gevoed moeten worden, betaald, gehuisvest en voorzien van zinvolle activiteiten. Bijzonder veel Franstaligen zijn dit circus meer dan beu, omdat het systeem volstrekt vierkant draait. Dit zijn de institutionele besognes die ook door Didier Reynders naar voren worden geschoven als ‘primordiaal’. In het door Hervé Hasquin geschreven rapport Vlaanderen. Is er nog een toekomst voor België? vormt die Franstalige institutionele hervorming een belangrijk punt. Deze tekst van het Centre Jean Gol, die enkele weken vóór de verkiezingen in het Frans én in het Nederlands op het net werd gezet, bevat een interpretatie van de Waalse, Brusselse en Belgische politiek die ten enenmale slecht gekend is door de Vlamingen en die, alleszins in de audiovisuele mediadebatten, niet aan bod is gekomen. Ook Franstaligen willen vooruit en ontwaren in de hervorming van hun beleidsniveaus een belangrijke hefboom. Toen Reynders meteen na 10 juni de urgentie van een staatshervorming naar Vlaams model (met overheveling van bevoegdheden naar de gewesten) minder belangrijk achtte, was dat vooral omdat de federatie in dat scenario meer macht zou geven aan de PS. Dit zou het onder meer moeilijker maken om de Franstalige beleidsniveaus te hervormen. Reynders had dus zeker een punt, ware het niet dat hij als meestercynicus de hele kwestie ook ten dienste stelde van het communautaire spel.
11 september was ook voor de Belgische politiek een keerpunt, beweerde Walter Pauli op 9 juni in De Morgen. De aanslagen braken het elan van paars en brachten een grondstroom in beweging die, net als in de rest van de wereld, dreef op angst, onzekerheid en protectionisme. Bovendien beleefde de Belgische politiek na 11 september een aantal ingrijpende schandalen. In 2004 moest oud MR-voorzitter Daniel Ducarme, op dat moment minister-president van het Brusselse Gewest, aftreden wegens belastingfraude. In 2003 werd er een onderzoek in gesteld naar valsheid in geschrifte en het privégebruik van Visakaarten bij de top van de Antwerpse politie. Die Visacrisis breidde zich uit tot de hele stedelijke administratie en verplichtte het Antwerpse schepencollege ontslag te nemen. En tot slot brak in 2005 in Charleroi het schandaal van de huisvestigingsmaatschappij La Carolorégienne los. Terwijl de Visacrisis voor een belangrijk deel (de aangeklaagde schepenen) gevoed werd door desinformatie, massahysterie en poujadisme, blijft het schandaal in Charleroi tot op vandaag met recht en reden de gemoederen beroeren. De almacht van de PS in Wallonië wordt afgebroken net op de plek waar het dienstbetoon, cliëntelisme en sociale misère het sterkst zijn. De rotte plekken van Wallonië saneren, het economische weefsel weer tot leven wekken, ernstig besturen: allemaal uitdagingen die volgens de MR en Reynders alleen mogelijk zijn als de ‘stalinistische macht’ van de PS wordt gebroken. Uiteindelijk wilde ook PS-voorzitter Di Rupo niets anders dan de ‘parvenus’ verwijderen uit zijn partij en goed besturen. Toen hij er echter niet in slaagde die veranderingen snel genoeg door te voeren, werd hij zelf een deel van het probleem. Reynders liet de verkiezingscampagne escaleren tot een scheldpartij tegen de PS en hield daarbij het kompas gericht op de Franse présidentielles waarin zijn zelfgekozen zielsverwant Nicolas Sarkozy de republiek veroverde door ‘le changement’ te prediken – en dat thema van Di Rupo te stelen. De sclerose van de Franse PS heeft wellicht meer te maken met een onevenwichtig programma en een aanzienlijk intern slagveld, maar ook in de door te veel macht verlamde Franstalige Belgische PS zit een grote groep die een doctrinair immobilisme nastreeft en doet alsof Bad Godesberg niet heeft bestaan.
De overwinning van Reynders is eclatant, compenseert het verlies van Open VLD en biedt ook op federaal niveau mogelijkheden, al was het maar omdat liberalen en christendemocraten in sociaaleconomische dossiers toch overeenstemming kunnen bereiken. Zonder de socialisten dus, die op een roomsrode samenwerking hadden gehoopt. Zij moeten de kelk tot de bodem ledigen en het tweede grote partijschandaal op twintig jaar tijd verteren. Nog niet zo heel lang geleden verbaasde iedereen er zich over dat extreemrechts in Franstalig België geen voet aan de grond kreeg. Er leek geen sociologisch plafond te bestaan voor het Vlaams Blok en er was geen enkele politieke opponent die de twijfelachtige erfgenamen van Staf De Clercq de pas kon afsnijden. De PS daarentegen had de Luikse extremisten rond de clan Happart in de partij gebracht en de voedingsbodem voor extreemrechts weggenomen. Bovendien beheerde de PS de sociaaleconomische ellende als een goede huisvader, met als typevoorbeeld de zonder meer heroïsche oud-PS-burgemeester van La Louvière, Willy Taminiaux, iemand die in zeer moeilijke omstandigheden ook op de kleintjes lette. De ‘politique de proximité’ volstaat vandaag niet meer, zeker niet in een klimaat waarin de weerzin tegen de PS, zeker in Vlaanderen, psychotische trekken vertoont.
In Marchienne de Vie, een ontroerende reportage van Olivier Richard uit 1995, is er een memorabele scène waarin Jean-Claude Van Cauwenberghe, de keizer van Charleroi, een volksvergadering voorzit. Hij doet dat met nauwelijks verholen minachting voor de aanwezigen. Ruim tien jaar later, op 11 juni 2007, plaatst Elio Di Rupo de PS-afdeling van Charleroi, en dus Van Cauwenberghe, onder curatele – too little, too late. Op het radionieuws van La Première komt die middag Van Cauwenberghe aan het woord die zich met veel aplomb akkoord verklaart met ‘de beslissing van Brussel’. Later zal ongetwijfeld blijken dat de haast surrealistische hoogmoed van Van Cauwenberghe een van de motorische momenten is geweest van de huidige politieke crisis. ‘Tout homme va toujours au bout de son pouvoir,’ zei François Mitterrand. Van Cau is er ver over gegaan.
De eer komt Yves Leterme toe om de Belgische politiek weer te herleiden tot de kern: de strijd om de macht. Leterme heeft zijn overwinning van 10 juni lang en goed voorbereid, onder meer door de communautaire tegenstellingen meesterlijk te bespelen. Uiteraard heeft hij vorig jaar in La Liberation beweert dat de Franstaligen in de rand niet slim genoeg zijn om Nederlands te leren, maar meestal liet hij het vuile werk over aan de N-VA. Voorzitter Bart De Wever ontpopte zich tot een botte debater die elke ochtend een Franstalige tussen zijn boterham legt en de sentimentaliteit, bijvoorbeeld in zijn publieke relatie met Jean-Marie Dedecker, niet schuwt. Maar zoals Sarkozy ooit verklaarde: ‘La fidelité c’est pour les sentiments, l’efficacité pour le gouvernement.’ Het is zeer de vraag of het neothomistische verstandshuwelijk van de CD&V en de N-VA standhoudt, en of communautaire maagdelijkheid van Bart De Wever bewaard blijft in een langgerekte regeringsonderhandeling. Straks moeten ook De Wever en Leterme de krachtmeting aangaan met BHV, een gebied dat qua symbolische afgrondelijkheid alleen te vergelijken valt met de Hindu Kush in Afghanistan, het gebergte waar zowel de Britse koloniale legers als de Amerikaanse coalitietroepen zich te pletter hebben gelopen. Welke regeling er straks ook getroffen wordt, een gefaseerde staatshervorming of een sociaaleconomisch programma met een institutioneel zoenoffer, niemand zal zijn politieke zuiverheid kunnen handhaven.

Harold Polis

(Dit stuk werd afgesloten op 18 juni.)


Geert Buelens, Jan Goossens en David Van Reybrouck (red.), Waar België voor staat. Een toekomstvisie, Meulenhoff/Manteau, Antwerpen/Amsterdam, 2007.
Pierre-Yves Monette, Belgique où vas-tu. Entretiens avec Christian Laporte, Mardaga, Waver, 2007.
Vlaanderen. Is er nog een toekomst voor België?, Centre Jean Gol, 2007. Te downloaden op http://www.mr.be/Le-Mouvement/Centre-Jean-Gol/index.php
Rudy Aernoudt, Brussel. Het kind van de rekening, Roularta Books, Roeselare, 2007.
De Brusselnota kun je downloaden op
Piet Emmer, Ernst Berkhout en Christan Dustmann, Mind the gap. International Database on Employment, 2007. Te downloaden op: http://www.seo.nl/binaries/publicaties/rapporten/2007/968.pdf

Geen opmerkingen: