woensdag 28 november 2007

Het ministerie van Intellectuele Zakken (Over André Malraux)




Helaas zal het federale ministerie van Intellectuele Zakken nooit bestaan. Het is nochtans een noodzakelijke uitbreiding van de uitvoerende macht. De kabinetsmedewerkers zullen meer belang hechten aan de idee achter een beleid dan aan het beleid zelf. Ze zullen genadeloos jacht maken op populisten en zich niet laten leiden door het sektarische gelul over persoonsgebonden materies. Als voorbeeld zal het ministerie van Intellectuele Zakken het fictieve Musée d’Art Moderne van Marcel Broodthaers nemen. In dit museum heeft Broodthaers begin jaren zeventig het beroemde Département des Aigles ondergebracht, een willekeurig samengestelde collectie afbeeldingen van adelaars. De grap verborg een zware boodschap: een aanklacht tegen het door geld gecorrumpeerde machtsdenken en tegen de economische waarde van de signatuur van de kunstenaar. Je kan de mensen stront in pakjes verkopen, zolang het maar stront is van een merk dat vertrouwen inboezemt.

Het ministerie van Intellectuele Zakken zou de bevolking aansporen tot democratische waakzaamheid, permanente dialoog en een ruimhartige appreciatie van kunst, literatuur en muziek. Er is voor ons, aangeklede mensapen, geen enkele reden om niet in opstand te komen tegen het Gesundes Volksemfinden. De terreur van de collectivistische platvloersheid kan wel degelijk worden bestreden, desnoods met de vlammenwerper. En ja, we kunnen ons bevrijden van het juk van meervoudig gediplomeerde Farizeeën die, niet zelden op kosten van de gemeenschap, ons klein houden door domheid te prediken. Om zo’n strijd te winnen, moeten we moed tonen en hebben we nood aan intellectuele zakken: vrijwilligers die geen risico’s meer hoeven te nemen, maar toch hun leven of reputatie op het spel zetten voor een ideaal. Zoals de beschrijving doet vermoeden is het intellectuele zakkendom niet weggelegd voor tweeverdieners met kinderen, alleenstaande moeders of medeburgers die toiletten kuisen langs de E17. Historisch onderzoek wijst uit dat het zeer vaak schrijvers zijn die doorstoten tot het intellectuele zakkendom. Voltaire is de bekendste oerzak. Op latere leeftijd voert de succesvolle schrijver actie om Jean Calas, een ter dood veroordeelde protestant, in ere te laten herstellen. Calas wordt postuum onschuldig verklaard en Voltaire begint een carrière als militant van de rechtvaardigheid.

Vandaag zouden we Voltaire rekenen tot la gauche caviar, gegoede burgers die zich aan de kant van het plebs scharen en een edel doel nastreven dat indruist tegen de eigen kleinburgerlijke belangen. In het zeer onderhoudende Histoire de la gauche caviar (2006) beschrijft de Franse journalist Laurent Joffrin hoe groot de invloed is geweest van al die aristocratische filantropen, van Voltaire tot John F. Kennedy. De geëngageerde kaviaareters vormen overigens een internationaal fenomeen. In Duitsland noemen ze hen de Toskaner Fraktion (omdat sociaal bewogen mensen vaak hun vakantie in een Toscaanse villa doorbrengen). In Groot-Brittannië heten ze de Champagne Left. En in Amerika is er sprake van de 5th Avenue Liberals, omdat deze straat die langs Central Park leidt alle rijkdom, elegantie en creativiteit van de stad samenbrengt. Over een Vlaams synoniem beschikken we niet echt, maar voel je vrij om een willekeurig scheldwoord te verbinden met Sint-Martens-Latem, Dansaertstraat of Zurenborg. Intellectuele zak kan ook. Daarmee kom je al een heel eind. Voor de volledigheid: de rechtse antipode van la gauche caviar is la droite boudin (bloedworstrechts).

Een intellectuele zak als John Maynard Keynes heeft met zijn economische theorie over staatsinterventies en het stimuleren van de economische vraag een stempel op de vorige eeuw gedrukt. Samen met onder meer Virginia Woolf en Bertrand Russell maakte Keynes deel uit van de mythische Bloomsburygroep, een Britse avant-garde van kunstenaars en intellectuelen. Voor Laurent Joffrin is Keynes een voorbeeld van de manier waarop la gauche caviar in het verleden belangrijke sociaal-democratische veranderingen mogelijk heeft gemaakt. Verleden tijd dus. De huidige generatie linkse kaviaareters staat echter zo ver af van de werkelijke maatschappelijke problemen, dat ze niet meer in staat is om in dienst van het volk te treden. De interpretatie van Joffrin heeft vooral betrekking op Frankrijk, waar de PS sinds het verkiezingsdebacle van Lionel Jospin in 2002 rondzwalkt. De recente nederlaag van Ségolène Royal kwam er ook niet meteen ondanks de ideologische overtuigingskracht van haar verhaal. In vergelijking met de megalomane campagne voor de Franse presidentsverkiezingen vestigen de Belgische federale verkiezingen een nationaal record in nietszeggendheid. Om die wraakroepende stilte te verantwoorden wordt de Franse campagne afgedaan als een mediaspektakel. Toch kunnen les présidentielles ook de bevestiging vormen van een tendens die voor heel West-Europa en dus ook voor België geldt: linkse partijen zijn idealistisch geworden en claimen het morele gelijk dat ooit het privilege van rechts was. Marcel Gauchet, hoofdredacteur van het Franse tijdschrift Le Débat, ging in Le nouvel Observateur nog een stap verder: ‘In cultureel opzicht heeft links allang gewonnen. Tegelijkertijd biedt links geen alternatief meer voor de liberale en kapitalistische oplossingen. Die confrontatie doet ons allen voelen dat we zowel links als rechts denken. We willen allemaal dat het goed draait, maar dan wel zonder brutaliteit en onmenselijkheid.’ Nu is datzelfde blad, Le nouvel Observateur, zowat het postadres van la gauche caviar. Overigens wordt de redactie ervan geleid door een zekere Laurent Joffrin.

Omdat la gauche caviar vergrijst en geen rol van betekenis meer speelt, tenzij als doelgroep van Louis Vuitton en Dela Uitvaartverzekeringen, zal het ministerie van Intellectuele Zakken onderdak bieden aan zowel linkse als rechtse intellectuelen. Bovendien is het een imaginair ministerie en mogen we ook dode schrijvers aanstellen. De enige ernstige kandidaat-minister is uiteraard André Malraux, romancier, fantast, humanist, ex-oplichter, ex-communist, ex-Gaullist, acht keer minister in Franse naoorlogse regeringen, uitvinder van het concept ‘minister van cultuur’. Hij is een compromisfiguur, mede omdat hij Vlaamse roots heeft – in zijn Antimémoires beschrijft Malraux zijn grootvader Alphonse, een half verfranste Franse Vlaming. Malraux, zijn piekfijne pakken, zijn eeuwige sigaret, zijn diepe blik. De man die in 1932 uitriep ‘s’il y la guerre, notre place est dans les rangs de l’Armée Rouge’, die met La condition humaine de eerste communistische misdaadroman schreef (opgedragen aan zijn vriend Du Perron), en die voldoende morele wendbaarheid bezat om zijn extreemlinkse overtuiging even heftig af te zweren. Kortom, een intellectuele zak zoals ze niet meer worden gemaakt. Dit wordt ongetwijfeld een breekpunt tijdens de regeringsonderhandelingen.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Morgen.)

Geen opmerkingen: