zondag 9 december 2007

Het einde van de verzorgingsstaat (aflevering 2)




(Op de foto links een sfeerbeeld van een betoging van de UDEP (Unie voor mensen zonder papieren) in juli van dit jaar. De betoging trekt hier door de Ommeganckstraat. Links een huizenrij die intussen is gesloopt voor de uitbreiding van de Zoo. De graffiti waarvan sprake in dit artikel staat op een blinde muur dichtbij de Carnotstraat.)

Twee jaar geleden (in 2003, nvdr) waarschuwden wij op deze plaats voor het omen van de Antwerpse Ommeganckstraat. Het bevindt zich iets voorbij de halte van tram 11, komende van de al even fameuze Carnotstraat. Daar staat in witte verf de volgende boodschap geschilderd: "Verafstoot, dwaze kloodt, jy maakt onze toekomst dood!" De kreet is inmiddels ruim twintig jaar oud en heeft in de loop der tijden een klassieke status verworven. Wij hoeven echter niet de diepe kennis van Hermes Trismegistos te bezitten om de verborgen boodschap achter deze woorden te vermoeden. Guy Verhofstadt is schuldig. Hij was schuldig in de jaren tachtig van de vorige eeuw (toen het omen op de muur werd gekalkt). En vandaag is hij nog altijd even schuldig, wellicht zelfs meer. Vade retro, Guy Verhofstadt!

De auteur van het omen van de Ommeganckstraat is niet bekend. Alle vermoedens wijzen in de richting van een dronken vakbondsmilitant van het ABVV. Ongetwijfeld een al te spontane arbeider die de kwast voor de kost hanteerde. Bedienden hebben immers twee linkerhanden en huren voor hun decoratiewerken een niet-gesyndiceerde, Nederlandsonkundige Poolse medemens. Het is ook duidelijk wanneer de arbeider zijn daad heeft gesteld: ergens tussen 1985 en 1988, toen Verhofstadt vice-premier en minister van Begroting was in de regering-Martens VI. De jaren tachtig van de vorige eeuw waren uiteraard een tijd van verlichting. Hugo Claus bekende dat de jeugd meer redenen had om naar de Talking Heads te luisteren dan gedichten te lezen. Miet Smet orakelde dat de fall out van Tsjernobyl niet over ons land zou trekken. En de jonge Verhofstadt kreeg de kans om het regeerakkoord neoliberaal te kleuren.

Er heerste toen een wat lijzige sfeer in dit land. De zware schokgolven van het begin van de jaren tachtig - de indexsprongen, de devaluatie, de haast onbestaande groei - brachten een herstelbeleid op gang dat eeuwig leek te duren. Op het einde van de Koude Oorlog zaten we volstrekt voldaan te wachten tot de geschiedenis als een ballon leeg zou lopen. Baby Thatcher Guy smeet zijn kont tegen de krib. De troon van de op status-quo beluste vakbondsdynastieën moest vallen. Gedaan met de verworven rechten van het profitariaat. Weg met de vetgemeste, door emolumenten en politieke beloftes verslapte staat. Verhofstadt was te gretig. Zijn christen-democratische tegenstanders maakten van hem een karikatuur. Verhofstadt als een moderne Robespierre, een kille beeldenstormer. Over die Robespierre, 'l'incorruptible', had Mirabeau georakeld: "Deze man is gevaarlijk, hij gelooft in alles wat hij zegt." Exit Guy Verhofstadt.

Twintig jaar later voelen we de zware adem van de geschiedenis in onze nek. De indruk wordt gewekt dat we niet veel tijd meer hebben om ons lot te bepalen. Onze beurt is over. Onze verzorgingsstaat dooft uit. Ons enige economische vooruitzicht is een massale toeloop van rijke Chinese toeristen. We zijn het spoor bijster. Net als de rest van Europa zijn ook wij op zoek naar een nieuwe heiland, een witte raaf die Hans Magnus Enzensberger zeer toepasselijk "een held van de terugtocht" heeft genoemd. Enzensberger verwees daarmee uitdrukkelijk naar mensen als Jaruzelski en Gorbatsjov. Twijfelachtige helden misschien, maar tegelijkertijd machthebbers van wie het politieke handelen erop gericht was vermolmde structuren af te breken, uitgewoonde ideologieën te laten sterven en tijdperken af te sluiten. Eenzelfde ambitie die ten grondslag heeft gelegen aan Verhofstadts politiek engagement. Alleen lijkt hij vandaag opnieuw de verkeerde man op het verkeerde moment, vermoeid door jaren aan de top, schaakmat gezet door zijn coalitiepartners, onmachtig door de neergang in zijn eigen partij. Hij is zichzelf aan het overleven.

Een aanzienlijk deel van zijn politieke opponenten is hoegenaamd niet geïnteresseerd in de komst van die "held van de terugtocht". De links-rechtstegenstelling speelt, helaas, geen enkele rol meer in dit nationale debacle. Iedereen heeft boter op zijn hoofd, ook de feestvierende christen-democratie die Trudy de geit al naar de Wetstraat wil sturen. Of Trudy ook een zinnig plan heeft voor onze sociale zekerheid, blijft tot op heden een raadsel. Katholieken noemen zoiets een mysterie.

Intussen stinkt het in de Ommeganckstraat. Straks, wanneer de algemene staking van het ABVV wordt gevierd, zal er misschien een geestelijke erfgenaam van de jaren tachtig ten tweeden male de kwast hanteren en het omen bekrachtigen dat tegenover het bondslokaal op de muur staat. Dit keer zou het een daad van volstrekte onmacht zijn. En net zoals de top van het ABVV zichzelf tijdens het loopbaaneindedebat een brevet van onvermogen heeft toegekend, zal de vervende militant al stakend het bezemhok van de geschiedenis openen. Dat bezemhok staat vol oude borstels die ooit nieuw waren en heel goed hebben gevaagd. Maar nu niet meer. Ook enkele kilometers verder, in de veel minder schilderachtige Nationalestraat, waar de christelijke vakbond huist, heerst de harde wet van stof en spinrag, en verkiest men blind te blijven voor de terugtocht die op gang is gekomen. Vaarwel vakbond. Ik heb, voornamelijk om praktische redenen, tien jaar lang mijn bijdrage aan het ABVV gestort, maar ik wil geen lid meer zijn van een club die, als het er echt op aankomt, de domheid boven de ratio verkiest, de lafheid boven het gezond verstand.

In zijn De oorlog tegen Jugurtha beschrijft Sallustius de crisis van de Romeinse republiek de eerste eeuw voor het begin van onze jaartelling. De gefrustreerde burgers namen het op tegen hun eigen staat. "Het is onterecht", noteert Sallustius, "dat de mens klaagt over zijn natuur; die zou zwak en kortstondig zijn en meer bepaald worden door toeval dan door eigen kwaliteiten. Want men kan zich niets groters of schitterenders indenken. Het ontbreekt de menselijke natuur meer aan eigen inzet dan aan kracht of tijd." Uiteraard was Sallustius een oude zeur met een onwaarschijnlijk zwartgallige kijk op de mens (en bovendien leed hij zelf aan de tekortkomingen die hij zo verachtte bij zijn medeburgers), maar met enkele honderden jaren voorsprong heeft hij als een van de eerste zo helder onder woorden gebracht hoe hard een samenleving in verwarring geraakt wanneer er geen "held van de terugtocht" voorradig is. "Verafstoot, dwaze kloodt, jy maakt onze toekomst dood!" Het had op een blinde muur nabij het forum romanum kunnen staan, toen de witte toga's er nog voortschreden.

Vaarwel Ommeganckstraat. Het omen is uitgewerkt. De kreet op de blinde muur van de zoo is definitief geschiedenis geworden. Een topstuk van ons politiek erfgoed. De afbraak wenkt.

Harold Polis

(Deze tekst verscheen in De Morgen van 5 oktober 2005.)

Geen opmerkingen: