zondag 9 december 2007

Het einde van de verzorgingsstaat (aflevering 1)




(Margareth Thatcher en Ronald Reagan op wandel in Camp David, 16 november 1986.)

Omdat we het wel hebben gehad met boeken, belicht 'Sic' ook minder bekende aspecten van het Vlaamse genie. Deze week: beroemde muren. Niet die van Geraardsbergen, maar de blinde muur aan de Ommeganckstraat te Antwerpen. Het is een literaire, ja zelfs geëngageerde muur. Volgend jaar, tijdens Antwerpen Wereldhoofdstad van het Boek, komen alle Japanners ernaar kijken. Eerst met de bus naar het Rubenshuis en vervolgens met tram 11 naar de blinde muur aan de Ommeganckstraat. Bij mist of regen kan men er rond middernacht de schim van Pol de Mont voorbij zien zweven (hij woonde in nummer 30). Voor een bescheiden fooi hoor je de kelderstem van De Mont - leraar, romantisch dichter, groot didacticus der Vlaamse letteren - vertellen over de eeuwige terugkeer. De Franstalige Antwerpse schrijver Guy Vaes heeft ooit de stad beschreven als een palimpsest. We mogen Guy Vaes echter niet geloven, want hij behoort tot een zeer verdachte, stemgerechtigde, niet-erkende minderheid (de Franstalige Vlamingen). Bovendien is hij een schrijver en zo iemand valt nog minder te vertrouwen, aangezien het kunstenaarsstatuut alleen beeldhouwers en trapezewerkers erkent. Niettemin: de stad als palimpsest (een moeilijk woord voor 'kladpapier dat vijfdubbel wordt gebruikt') toont haar volle pracht en praal aan de Ommeganckstraat. Daar staat in witte golvende letters geschreven: "Verafstoot, dwaze kloodt, jy maakt onze toekomst dood!"

Recht tegenover het bewuste deel blinde muur bevindt zich het hoofdkwartier van enkele ABVV-afdelingen. De slogan is aangebracht op het eind van de jaren tachtig, toen Guy Verhofstadt in de regering-Martens VI voor het eerst een ministerambt bekleedde. 'Verafstoot' verwijst naar Guy Verhofstadt, alias Gwij Verafstoot, een van de personages uit het beste satirische stripalbum van de eighties: Pest in het paleis (1983) van Jan Bosschaert en Guido Van Meir. De hijgerige Streber uit de strip is een getrouwe kopie van Verhofstadts imago uit die dagen. Men mocht hem eenvoudigweg niet.

Een oud Arabisch spreekwoord zegt: 'elke hond blaft voor zijn deur'. Dit klopt helemaal, op de hond na, want aan de andere kant van de muur in de Ommeganckstraat ligt de Zoo van Antwerpen en daar maken vooral de apen lawaai. Leden van het ABVV daarentegen kunnen iets waar apen of honden niet toe in staat zijn: met luide stem tegen sociaal onrecht protesteren. Crisis! Sommigen spreken het uit alsof ze een goudklomp moeten inslikken. Dat het slecht gaat, tot daar aan toe, maar een crisis! Tijdens de jaren tachtig volstonden zelfs de goudmijnen van Kilo-Moto niet om iedere Belg een klomp goud in de mond te gunnen. De crisis nam zulke proporties aan dat ze een precieuze grondstof werd. Eigen crisis eerst. Verhofstadt beet er zijn tanden op stuk.

Het neoliberale wonderkind Verhofstadt was al sinds eind jaren zeventig aan het pleiten voor een scherpere ideologische profilering. De Partij voor Vrijheid en Vooruitgang bekende zich tot het ware geloof. "Niet U, maar de staat leeft boven zijn stand." Er heerste toen een algehele politieke instabiliteit, een ramp in tijden van economische tegenspoed. De staatskas werd zo erbarmelijk beheerd dat we er een blijvend litteken van overhielden, een torenhoge staatsschuld. Begin jaren tachtig bereikte de ellende een climax, met kolossale werkloosheidscijfers tot gevolg. Iedereen eiste de crisis voor zich op. Sociale onrechtvaardigheid had zelfs een aangepast kapsel: de gelakte pothelm van Margaret Thatcher. Naarmate de Britse premier genadelozer besparingen decreteerde, kreeg ze in heel Europa steeds meer enthousiaste navolgers. De mannen en vrouwen van stavast predikten daadkracht, lastenverlaging, privatisering en aangepaste kapsels. Verhofstadts ambitie was zo allesverterend dat hij vergat naar de kapper te gaan. 'Da joenk' wou zelf met de friseerschaar aan de slag. Hij, de beste leerling van de klas, wou de macht van de belangengroepen kortwieken. Eén keer raden wie er in die duistere jaren de uitgelezen schietschijf van de vakbonden was. In 1988 verdween de PVV uit de regering en begon Verhofstadt aan een miraculeuze restyling. Nieuwe generaties gorilla's bevolkten het apenkot van de Zoo. Verfomfaaide ideologieën stierven een stille dood. Intussen bleef onze blinde muur onaangeroerd achter en reed tram 11 talloos vele keren door de Ommeganckstraat. De mythische Verafstoot-lijn toont het sjofele Vlaanderen zoals het was en is: goed in openbare werken, slecht in maatschappelijk onderhoud. Na de Ommeganckstraat knarst tram 11 door de Provinciestraat, de Nevski Prospect waar de hele wereld samenkomt, en de bemiddelde helft van Zurenborg. Daar schreef Herman de Coninck in 1991 een vrolijk niemendalletje over tram 11:

Tingeling, tingeling door de stad. Het openbaar vervoer doet aan beschaving, Aan feestelijkheid, aan wanordehandhaving.

Ach, 1991, het einde van de geschiedenis proefde zoet, al was het maar voor even. Enkele jaren later moesten er opzichters aan te pas komen om de reizigers van tram 11 weer een gevoel van veiligheid te geven. Hetzelfde anders. De Berlijnse muur is dan wel gevallen, die van de in verval geraakte Ommeganckstraat staat nog pal overeind. Zelfs de crisis is er weer. Tingeling, tingeling!

Crisis! Men telt bibberend zijn centen, klaagt het onrecht in de wereld aan en heeft nachtmerries over Crassus, de triumvir die kokend goud door zijn strot kreeg gegoten. In 53 voor Christus waren trouweloze Parthen de boosdoeners. Voor ons zijn de fiscus, de staat of het grootkapitaal schuldig. Of de anderen uiteraard, die kind noch maagschap hebben en van ver komen om onze welvaart te delen. Het vreemde aan de crisis van de jaren tachtig is dat ze zeer velen zeer veel rente van obligaties heeft opgeleverd. Met die rente zijn onder meer veranda's, cd-spelers en reizen naar Spanje betaald. Dat was leuk voor de mensen. Soortgelijke gevoelens kan men helaas ook bij de crisis van de jaren negentig koesteren, bij de crisis van de jaren nul flink wat minder.

Brute pech voor wie na 1970 is geboren. Ze komen wellicht niet meer aan het feest en betalen voor een pensioen dat nooit het hunne zal zijn. Weinig politici hebben de moed om te handelen naar dat inzicht, laat staan dat ze het met zoveel woorden durven te zeggen. Wel zijn er psychotisch positieve bewindslui te over om de Vlaming een gebrek aan ondernemerschap te verwijten. Tingeling, tingeling! Straks, zodra de demografische driehoek perfect gekanteld is, zullen we als honden beginnen te sterven - na de Olympische Spelen uiteraard. Vlaanderen verandert dan in een immense kennel. De voorbereidingen hiertoe zijn vandaag in volle gang. Eén troost: de aangewezen protestslogan is ons nagelaten door een vorige generatie. Gratis en voor niets, in de Ommeganckstraat.

Harold Polis

(Dit artikel verscheen in De Morgen van 5 november 2003.)

Geen opmerkingen: