woensdag 5 december 2007

'Que dieu ne m'abandonne jamais!' (Over Blaise Pascal)




(De illustratie links toont de Pascaline calculator uit 1642.)

God voor beginners is een cursus zonder groepssessies. Je sluit je op, gooit de sleutel uit het raam en wacht geduldig op de vlammende tongen. Wellicht de bekendste beoefenaar van die methode is Blaise Pascal, het zeventiende-eeuwse schizofrene genie dat de katholieke kerk op haar grondvesten deed daveren. Tijdens de nacht van 23 november 1654 beleeft Pascal het inzicht dat zijn leven definitief in het teken van God zal stellen. Pascal zit op dat moment al enkele dagen verschanst in zijn Parijse appartement. Gekweld door maagpijn eet en drinkt hij nauwelijks, hij weigert alle bezoek en glijdt weg in een staat van opperste concentratie. Hoe uiteenlopend Pascals biografen die gebeurtenis ook beschrijven, de mystieke dimensie ervan staat buiten kijf. Pascal herbeleeft de beproeving van Christus in de Hof van Olijven en bepaalt zijn snijpunt tussen leven en dood. Met enkele nerveuze pennentrekken noteert Pascal de omvang en reikwijdte van zijn goddelijke inzicht. Dat vel papier noemt hij zijn 'Mémorial'. Hij laat het in de voering van zijn jas naaien, die hij tot aan zijn dood zal dragen. Pedagogisch verantwoord kun je Pascals gedrag niet echt noemen. 'Papa, papa! Die meneer doet Jezus na!' Je wordt vandaag voor minder doorverwezen naar de psychiatrie. Nochtans stuiten we hier op de kern van wat hedendaagse inquisiteurs het normenenwaardendebat noemen: de gevreesde culturele eigenheid van de westerse beschaving. Afzien zit ons in het bloed. Wij houden ervan te lijden (of doen graag alsof) en denken daarmee iets te bereiken. Die houding is deels cultureel bepaald. Jezus stierf voor onze zonden, maar herrees uit de doden. De hele christelijke iconografie varieert op zonde, boete, pijn en verlossing. Alle katholieken zijn coureurs in het diepst van hun gedachten.

Sinds vele jaren leven we opnieuw in een missiegebied. Het geloof is verdampt, wat onder meer verklaart waarom we nooit meer de Tour de France zullen winnen. Op enkele restkatholieken na begrijpt niemand nog de diepere zin van het religieus getinte lijden. De christelijke mystiek die Pascal bedrijft, lijkt afkomstig van een andere planeet. Wie zich van die vervreemding een beeld wil vormen, is aangewezen op onderzoek, zoals de Encyclopedie van de mystiek (2003). In dat schitterende naslagwerk wordt op een zo nuchter mogelijke manier beschreven hoe mystici dachten en waarom. Om het mysterie van het leven beter te begrijpen, hielden de meeste mystici zich obsessief met dood en aftakeling bezig. Zo was ook Blaise Pascal, een morbide asceet voor wie alles lag bedekt onder een doodskleed. Je kunt het bij Pascal bezwaarlijk over 'laatste woorden' hebben. Zijn hele leven was een voorbereiding op het verblijf in boventijdelijke regionen. Heden ik, morgen gij. Geïnteresseerd? Lees dan Time Management for Catholics (newadvent.catholiccompany.com).

Lijden is een katholieke sport, met knechten, kopmannen, caféploegen en een elite. De pijncultus die Pascal bedreef, was uitgesproken elitair. God was voor Pascal namelijk een even grote abstractie als de wiskundige ruimte die hij als wetenschapper trachtte in te delen. Tijdens de 'nuit de feu' van 23 november 1654 hult God zich nadrukkelijk in stilzwijgen. Er klinkt geen hemels klaroengeschal. Er zijn geen wolken die stralend openbreken. Rondom Pascal strekt zich de absolute negorij uit, een nietsheid zonder bevoorradingspunten of oases, zonder helpdesk of handleiding. God speelt verstoppertje met Pascal. In zijn Pensées noteert hij wat God hem toefluistert: "Console-toi, tu ne me chercherais pas si tu ne m'avais trouvé." Die onmetelijk afwezige God is een klassieke paradox in de christelijke mystiek. Om verlossing te bereiken, moet de gelovige kunnen genieten van de goddelijke genade. Maar wat als God alleen de deur opent voor mystieke hoogvliegers die zich van alles en iedereen onthechten? Het antwoord ligt verspreid over de honderden notities waarmee Pascal een apologie voor eigen gebruik opstelde, de befaamde Pensées. Nog steeds behoren de Pensées tot de meest gelezen mystieke geschriften. Hoewel ze niet voor publicatie bedoeld zijn, lijkt het alsof de Pensées uit de pen van een aforistisch genie komen. Ze plaatsen Pascal ongewild op de hoogte van eerder pragmatische ingestelde tijdgenoten als La Bruyère of La Rochefoucauld. Beide bepruikte heren blinken uit in het schrijven van lichtelijk cynische vuistregels. Hun aforismen hebben als doel greep te krijgen op wereldse gebeurtenissen, hoftoestanden en macht, terwijl Pascal eerder het tegendeel verlangt.

Zijn grote aantrekkingskracht dankt Pascal echter aan achttien polemische brieven die bekendheid hebben verworven onder de titel Les Provinciales. Pascal tekende ze als Louis Montalte, een van zijn vele pseudoniemen, en liet ze door zijn medestanders in het geheim drukken. Telkenmale werden duizenden exemplaren van de brieven verkocht in colportage. Op het continent was het wellicht de eerste keer dat journalistiek zo'n nadrukkelijke invloed had op de publieke opinie. Pascal bewijst zich in Les Provinciales als een meesterlijke stilist die - alweer ongewild - bij gratie van zijn literair genie eerder een rationalist lijkt dan een christelijk mysticus. Les Provinciales is een meervoudige frontale aanval op de jezuïeten. Pascal maakt de societate jesu met de grond gelijk, de reden waarom collegestudenten vroeger Les Provinciales verslonden als het nauwkeurige verslag van een geuzenstrijd. Het gemak waarmee Pascal de theologische beginselen van de jezuïeten vernietigt, zou bij een argeloze lezer de onterechte indruk kunnen wekken dat Pascal ook het geloof zelf afvalt. In werkelijkheid tracht de christelijke fundamentalist Pascal te bewijzen dat zijn godsbeeld zuiverder is dan het met wereldse neigingen aangelengde geloof van de jezuïeten.

Die orde maakte in de zeventiende eeuw het mooie weer met een succesvolle marketing van de christelijke geloofsbelijdenis. Het christendom zou de ketterse moderniteit alleen bedwingen als het woord Gods hardnekkig en doelbewust werd verkondigd. Bovendien hielden de jezuïeten er een veel minder strakke interpretatie van de goddelijke genade op na. De apostolische tactiek van de jezuïeten was er eenvoudigweg op gericht wereldse veranderingen in te lijven en onschadelijk te maken. Om in de hemel te geraken, hoefde je dus helemaal niet uit stigmata te bloeden. Iedereen kwam in aanmerking voor verlossing, wat niet iedereen besefte. Warempel, een socialistische of anderzijds verkiezingsfähige gedachte! In de zeventiende eeuw echter was casuïstiek de geijkte term voor zulke drogredeneringen. Elke generatie karottentrekkers verdient haar Blaise Pascal, een dwarse opponent die genadeloos en principieel de kromme argumenten van de tegenpartij uiteenranselt. Met een Pascal erbij blijft de koers interessant.


Harold Polis

(Deze tekst verscheen eerder in De Morgen op 3 maart 2004.)

Geen opmerkingen: