woensdag 16 april 2008

Leven en dood van Romain Gary

(Simone Signoret schittert als Madame Rosa in de verfilming van La vie devant soi. Dat was in het gezegende jaar 1977.)

Op latere leeftijd besliste de Franse schrijver Romain Gary dat het nooit iets zou worden met de twintigste eeuw. Hij nam zijn Smith & Wesson en schoot zich voor het hoofd op 2 december 1980, twee maanden na de zelfmoord van schilder Jan Cox. Net als Cox leefde en werkte Gary jarenlang in de Verenigde Staten, waar hij getuige was van de grote schermutselingen van zijn tijd. Oud-diplomaat Gary was het gewend champagne te drinken met de groten der aarde. Toen zijn filmcarrière een hoge vlucht nam, werd hij een societyfiguur. De dolle jaren zestig bracht hij door aan de zijde van Jean Seberg. Het was haar Ionische schoonheid die Jean-Luc Goddards stilistische meesterwerk A bout de souffle zo onvergetelijk maakte. Even onweerstaanbaar bleek haar talent voor zelfdestructie. Seberg engageerde zich op een volstrekt naïeve manier in de Black Panther Party en werd heel snel een doelwit van de FBI. Drank, valium en psychoses deden de rest. De FBI lekte begin 1970 dat Seberg zwanger was van een vooraanstaande Black Panther, de rioolpers haalde haar door de mangel en ze had een miskraam. Tot aan haar zelfmoord in 1979 ging het steil bergaf.

Einde van een rechtse zak

Zelfs nadat hij van zijn maanzieke vrouw was gescheiden, bleef Gary haar financieel steunen. Als zelfverklaarde dandy en voltijds homme à femmes leefde hij hoe dan ook al op grote voet. Het gevolg van die toenemende recurrente kosten was een levendig publicatieritme. De vele boeken en scripts die Gary schreef, brachten echter niet de roem die hij als jongeman had behaald met zijn romans Education européenne en Les racines du ciel. Voor die laatste roman kreeg hij in 1956 de prix Goncourt. Vijftien jaar later lustte de kritiek hem niet meer. Hij leek een fossiel uit het Precambrium. Te weinig serieus voor de steile intellectuele droogkloterij van de nouveau roman, te amoreel voor de dromen van de studentenrevolte. Kortom, Gary werd opzijgezet als een rechtse zak.

Deze joodse jongen uit Vilnius was heel Europa doorgetrokken en was samen met zijn moeder gestrand in Nice. Hoewel Gary ermee pochte dat er geen druppel Frans bloed door zijn aderen stroomde, onderscheidde hij zich als een gedreven patriot. Bij het begin van WOII was hij in dienst bij de Franse luchtmacht. Gary sloot zich meteen aan bij la France libre, het leger van Charles de Gaulle. Na de oorlog werd hij onderscheiden als Compagnon de la Libération, een zeldzaam ereteken dat ook aan André Malraux werd toegekend. Toen de Parijse meirevolte met een sisser afliep, stond ook Gary klaar om zijn trouw aan De Gaulle te tonen. Zijn voormalige strijdmakkers riepen hem op om mee te komen betogen. Gary hees zich in zijn oude legeruniform en wandelde naar de Champs-Élysées. De avond van de 30ste mei kwamen er echter 800.000 mensen op straat. Gary zag de kolkende massa en maakte pas op de plaats. Van een dwarse egotist moet je niet verwachten dat hij met de stroom meegaat.

Dan maar een pseudoniem

Gary hoefde van niemand lessen te krijgen in verbeelding. Alleen al over zijn afkomst fabuleerde hij tientallen varianten bij elkaar. En ook zijn oorlogservaringen werden groter of kleiner naargelang de omstandigheden. De werkelijkheid was voor Gary vloeibare materie die om het even welke vorm kon aannemen, ten goede of ten kwade. Nu hij zelf bij het huisvuil van de geschiedenis was gezet, besloot hij iedereen stevig bij de neus te nemen. Deels uit diepe rancune, deels uit mythomanie bedacht hij het pseudoniem Émile Ajar. Die ‘debuteerde’ met Gros-câlin, een roman over de ongeneeslijke eenzaamheid van de mens. Het succes was zo groot dat Gary een nieuwe dimensie toevoegde aan zijn pseudoniem. Hij sloot een contract af met zijn neef om Émile Ajar te spelen. Ajars tweede roman, La vie devant soi, werd een vette bestseller. Het is wellicht ook het beste boek dat Gary ooit heeft geschreven.

De mystificatie liep volledig uit de hand. Gary was al een chronische angstpatiënt toen hij Ajar bedacht. Maar toen zijn pseudoniem een eigen leven begon te leiden, vreesde hij dat de hemel op zijn hoofd zou vallen. Uiteindelijk zou de waarheid pas na zijn dood aan het licht komen, tijdens een historische uitzending van Apostrophes, het toenmalige boekenprogramma van Bernard Pivot op Antenne 2. Op de vraag waarom Gary zover was gegaan, had zij zelf geantwoord in Gros-câlin: ‘J'ai parfois l'impression que l'on vit dans un film doublé et que tout le monde remue les lèvres mais ça ne correspond pas aux paroles. Parfois c'est très bien fait, on croit que c'est naturel.’ Gary had iedereen, zichzelf incluis, op het verkeerde been gezet.

Harold Polis

(Deze tekst verscheen eerder in De Morgen van 9 april 2008.)

Geen opmerkingen: