zondag 18 mei 2008

Requiem voor de literaire gek


(Friedrich Nietzsche, omstreeks juni-augustus 1899, gefotografeerd door Hans Olde. Terwijl de twintigste eeuw moet nog beginnen, is de grootste filosoof van de moderne tijd onherroepelijk opgeslokt door de waanzin.)

Ooit aanbeden en geprezen. Maar sinds Nietzsche toch niet meer wat hij geweest is: de literaire gek.

Cultuurpessimisten opgelet! De onttovering van de wereld is oud nieuws. Toen God bovenaan stond en de doortocht van een komeet op het einde der tijden wees, had je tenminste nog verrassingen en bedreigingen die niet te voorzien waren. Al heel lang leven we echter in een berekend universum dat ontdaan is van magie en verbazing. Volgens socioloog Max Weber belaagt die onttovering de menselijke vrijheid. Het is alsof we gevangen zitten in een ijzeren kooi. En dus zoekt iedereen enthousiast naar de nooduitgang.

In de negentiende eeuw leek het alsof de onpeilbare menselijke geest een uitweg bood. Heel wat kunstenaars zochten hun heil in roesverwekkers en romantisch escapisme. Maar de grote ontdekking van de moderne tijd was de hysterie. Neuroloog Jean-Martin Charcot bouwde het Parijse Hôpital de la Salpêtrière uit tot een van de belangrijkste psychiatrische centra in Europa. Charcot bracht patiënten onder hypnose, hield talloze demonstraties en voedde de illusie dat het onderbewuste een magisch geheim bevatte.

Surrealisten namen psychoanalyse bijzonder ernstig. André Breton verkondigde in het Manifeste du Surréalisme dat vooral de gedachte belangrijk was, los van alle controle die door de rede wordt uitgeoefend, los van elke esthetische of morele vooringenomenheid. Geen wonder dat nogal wat (ex-)surrealisten een voorliefde voor gekken ontwikkelden. De gek was immers de waarheid op het spoor. Raymond Queneau zat drie jaar in de Bibliothèque Nationale ter voorbereiding van het essay Aux confins des ténèbres. Les fous littéraires. Hierin beschrijft Queneau de literaire gek als iemand zonder leraars of leerlingen die de ultieme buitenissigheden bedenkt. De archipoëet Paulin Gagne bedacht in 1866 de filantropofagie: mensen die zich broederlijk laten opeten door de slachtoffers van de honger die de wereld geselt. Dat was een groot succes.

De Franstalige Belgische schrijver André Blavier, bibliothecaris in Verviers, stak zijn goede vriend en collega-patafysicus Raymond Queneau naar de kroon. Blavier publiceerde in 1982 het encyclopedische meesterwerk Les fous littéraires: een beschrijving van ruim 3.000 wanhopige uitvinders, duvelstoejagers, ontwerpers van universele talen en dies meer. Amateurs vergeleken bij de allergrootste propagandist van amorele, grensoverschrijdende kennis: Friedrich Nietzsche.

Op de ochtend van 3 januari 1889 werd Nietzsche in Turijn opgepakt door twee agenten. We zullen nooit weten wat er toen echt is gebeurd. De mythe wil dat Nietzsche zich op de Piazza Carlo Alberto bevond, zag hoe een paard werd mishandeld en het dier ter hulp snelde. Hij omhelsde het paard en stortte in. Als verpleger aan het front van de Frans-Pruisische oorlog van 1870 had Nietzsche difterie, dysenterie en syfilis opgelopen. Die laatste infectie zou hem waanzinnig hebben gemaakt. Meteen na de noodlottige januaridag schreef en verstuurde Nietzsche een aantal krankzinnige brieven, de 'Wahnbriefe' genoemd, waarvan hij er enkele tekende als 'Nietzsche Caesar'. En zo eindigde de belangrijkste Europese denker uit de moderne tijd als een menselijk wrak dat wegzonk in betekenisloze diepten.

Het is onmogelijk om een eenduidige interpretatie te geven van Nietzsches zeer uiteenlopende oeuvre. De filosoof met de hamer hanteerde een provocatieve en emotionele stijl, grossierde in loodzware metaforen en was op zijn best in zijn onnavolgbare aforismen. Hoe fel hij de consistentie van zijn teksten ook op de proef stelde, alles paste in een ruimer geheel. Nietzsche heeft geen klassiek en netjes ingedeeld filosofisch bouwsel achtergelaten, maar een totaaltekst waarin de vertelstijl even belangrijk is als wat er wordt verteld. Zijn luidruchtigheid doet vermoeden dat hij voor een planetair miljoenenpubliek schreef. Maar het was vooral oorverdovend stil in zijn werkkamer.

Twee vrouwen dragen een grote verantwoordelijkheid voor Nietzsches immense faam: zijn aanbidster Lou Andreas-Salomé en zijn zuster Elisabeth Förster-Nietzsche. De laatste publiceerde in 1901 Der Wille zur Macht, het zogezegde magnum opus van haar broer. Dit boek werd enorm populair, tot in de Duitse loopgraven van de Eerste Wereldoorlog toe. In de jaren zestig werd Der Wille zur Macht ontmaskerd als een vervalsing. De zuster had de broer naar hartenlust herschreven, geïnterpreteerd en bedacht met het antisemitisme dat haar zo dierbaar was. De schaamteloos romantische mythe van de onbegrepen denker Friedrich Nietzsche werd echter als eerste gemunt door de professionele muze Lou Andreas-Salomé in haar autobiofictie Friedrich Nietzsche in seinen Werke.

Al wie de originele teksten van Nietzsche voor het eerst onder ogen krijgt, hapt naar adem. Weinig schrijvers zijn zo makkelijk verkeerd te interpreteren. Zijn beroemdste uitspraak, "God is dood", volgt uit de vaststelling dat wetenschap en secularisering de christelijke schepper overbodig hebben gemaakt als bron van betekenis en moraal. In Gods plaats komt de wisselende, nooit definitieve, altijd onaffe en partijdige waarheid. Nietzsche is eigenlijk de geestelijke vader van YouTube waar het onderscheid tussen gekte, idiotie en ernst van geen enkel belang meer is.

(Deze tekst verscheen eerder in De Morgen van 7 mei 2008.)

Geen opmerkingen: