zondag 22 juni 2008

Boris Jeltsin, Getuigenis van een opposant. Dagboek 1988-1989


(Boris Jeltsin op 22 augustus 1991. Een dag na de mislukte communistische couppoging. Iedereen met CNN op de kabel kijkt live naar Jeltsins gloriemoment.)

Dat het zo snel zou gaan, had zelfs de meest helderziende waarzegger niet voorspeld. In 1989 stortte het Warschaupact in elkaar en bekenden de vazalstaten van Moskou zich tot de vrije markt. Revoluties gedijen het best bij warm weer. Duizenden Oost-Duitse gezinnen vluchtten in hun Trabant naar Tsjecho-Slowakije en sliepen er onder de blote hemel. Even later nam de massa het Berlijnse niemandsland in en bouwde een feestje op de muur. Families vielen elkaar in de armen, iconoclasten sloopten de betonnen grens met de voorhamer, een overenthousiaste vrouw toonde haar borsten aan de wereld. Het leverde fantastische tv op. De zomer van 1989 leek eeuwig te duren, maar in Moskou was de winter al aangebroken. Toen de laatste acolieten van Leonid Breznjev doodvielen, kwam Gorbatsjov aan het bewind. Vanaf 1985 zette hij een voorzichtige vernieuwingspolitiek op de sporen. De perestrojka was zijn wanhoopspoging om het Sovjet-Russische imperium te redden. Ondanks zijn hervormingsgezinde imago, handhaafde Gorbatsjov de dictatoriale waanzin van zijn voorgangers. Hij bleef oorlog voeren in Afghanistan, liet Armeniërs afknallen en stuurde tanks naar de Baltische staten. Gorbatsjov was ook een uitermate belabberd politiek denker, een eigenschap die hem onverklaarbaar veel sympathie in het Westen opleverde. Onder luid trompetgeschal verscheen in 1987 Gorbatsjovs klassieker Perestrojka. Een nieuwe visie voor mijn land en de wereld. Het boek bood historisch-materialistisch gezwets van het allerlaagste niveau. Gorbatsjov was eigenlijk op zoek naar een elegante manier om het status-quo te bewaren en westerse overheidssteun in de wacht te slepen. "Laat het Westen maar denken dat het kapitalisme het hoogste is wat de beschaving heeft bereikt. Het is hun goed recht dat te denken. Wij zijn het er eenvoudigweg niet mee eens. En laat de geschiedenis maar uitmaken wie er gelijk heeft." Wat een pijnlijke grap.

De tegendraadse Moskouse partijsecretaris Boris Jeltsin noteert in zijn tot memoires omgebouwd dagboek hoe Gorbatsjov eind jaren tachtig de voeling met de werkelijkheid verliest. De vergaderingen van het partijbureau ontaarden in bureaucratische hoogmissen. Gorba- tsjov laat zich inkapselen door de nomenclatuur en accepteert geen kritiek. De generatiegenoten Jeltsin en Gorbatsjov zijn openlijke rivalen. "Ik denk dat Gorbatsjov niet zonder een Jeltsin kan. Als hij hem niet had gehad, had hij hem moeten bedenken", schrijft Jeltsin. In het politbureau presenteert hij zich als de doener, de aanjager, de horzel in de nek van de alwetende, enigszins ascetische oppersovjet Gorbatsjov. Getuigenis van een opposant is een sterk staaltje propaganda, geschreven op een moment dat Jeltsin het nog moest maken. Jeltsin - "ik ben geen makkelijk mens" - drijft het zo ver dat hij zich politieke maagdelijkheid toemeet: "Ik had de hele tijd het gevoel dat ik een zonderling, of eerder nog een vreemdeling tussen die mensen was, dat ik niet paste in die omgeving met voor mij onbegrijpelijke verhoudingen." Beide verlichte machtspolitici betwisten elkaar de titel van redder des vaderlands. En terwijl de intriges van het partijbureau hallucinante proporties aannemen, valt de muur. Het is of de toplaag van de communistische regimes de hele tijd komedie heeft gespeeld en laat zien hoe het systeem in waarheid altijd is geweest: een tochtige bouwval waarvan de fundamenten wegzakken in modder.

Het operetteachtige einde van de communistische illusie heeft als nadeel gehad dat het geloof in historische predestinatie is toegenomen. Een wereld waarin ideologie zogezegd een louter melancholische waarde heeft, toont de werkelijkheid zoals ze is, naakt, rauw, barbaars. De maakbaarheid van de maatschappij is verbannen naar de voetnoten bij de sociaal gecorrigeerde vrijhandel. Het democratische repertoire is geslonken tot gratis openbaar vervoer. Want ja, de natiestaat verkruimelt en politici hebben alleen nog macht op regionaal niveau. De rest is een kwestie van 'systeem paraplu'. Het verdrag van Maastricht noemt dit subsidiariteit. Europa wordt geregeerd door de zwarte hand: een irrationele vrije markt en een ondoorzichtige bureaucratie. Dat laatste deelt de Europese Unie met de voormalige Sovjet-Unie. Jeltsin heeft dan ook een punt wanneer hij eind jaren tachtig de mislukking van de perestrojka toeschrijft aan het partijapparaat. De apparatsjiks laten zich rondrijden in hun ZIL, proppen zich vol met steur op het terras van hun datsja, schuiven verantwoordelijkheden door en laten het land verpieteren. In 1991 was het ermee gedaan. Het einde van de Koude Oorlog kende geen winnaars. Ook het oude Europese ideaal van Schuman en consorten stierf een roemloze dood, begin jaren negentig op een markt in Sarajevo, te midden van aan flarden geschoten huisvrouwen.

In Getuigenis van een opposant schetst Jeltsin een ontluisterend beeld van de fata morgana waar de laatste communisten zich terugtrekken. Het boek bevat ook een waarschuwing: wacht tot ik, Jeltsin de zuivere, de macht in handen krijg! Na de implosie van de Sovjet-Unie is gebleken hoe Jeltsin, behekst door anticommunistische demonen, op dictatoriale wijze heeft getracht de Russische bouwval te restaureren. De proletenzoon heeft de sovjetburgers herdoopt tot bezitters. Hijzelf is ten onder gegaan aan financiële schandalen en belangenvermenging.

Voor liefhebbers van politieke thrillers is Getuigenis van een opposant verplichte lectuur. Net als de dagboekmemoires die Jeltsin tijdens de late jaren negentig schreef, bevat Getuigenis van een opposant een praktische cursus machtswellust. Jeltsin snijdt voortdurend hoog op over de trucs waarmee hij zijn tegenstanders neutraliseert. Het valt daarbij op hoe weinig aandacht hij schenkt aan buitenlandse politiek en politieke ideeën tout court. De val van de muur komt nauwelijks ter sprake. Het Kremlin heeft toch geen vat op de situatie gehad en bovendien is de modale Rus druk bezig met overleven. Een goed politicus weet vooral welke thema's zijn kiespubliek niet aanspreken. En dus weidt Jeltsin uit over de economische depressie en... openbaar vervoer.

In augustus 1989 becommentarieert de Hongaarse historicus John Lukacs in zijn dagboek de val van de muur: "Veel mensen, zelfs hele regeringen waren overdonderd. Ze hadden beter moeten weten." Jeltsin wist het hoe dan ook beter en beantwoordde volkomen aan Lukacs' interpretatie van het communistische debacle. Als antwoord op Het einde van de geschiedenis van Francis Fukuyama schreef Lukacs Het einde van de moderne tijd, waarin hij de impact van ideologische conflicten relativeert. Volgens hem heeft de twintigste eeuw vooral te lijden gehad onder nationalisme. Als je die redenering doortrekt, klinkt het logisch dat het sovjetregime begraven is door een ex-communistische president die zich ontpopte als een gelovige patriot. Volgens een oud sovjetgebruik kreeg Jeltsin onlangs een berg in Kirgizië naar zich genoemd. Goed dat er nog zekerheden zijn.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Morgen van 27 november 2002.)

Geen opmerkingen: