vrijdag 11 juli 2008

Het geld is gans het volk

Toen Geert Wilders in mei Vlaanderen opeiste voor Nederland, kon hij op veel bijval rekenen van Vlaams Belangvoorzitter Bruno Valkeniers. De voormalige commercieel directeur van Hesse-Noord Natie acht het belang van de Antwerpse haven klaarblijkelijk ondergeschikt aan die van de Rotterdamse concurrent. Het is maar de vraag of zo'n toekomstbeeld champagnekurken doet knallen aan de dokken en in de bestuurskamers van het havenwezen. Laat staan dat iemand een zinnige verklaring kan geven voor de historische dimensie van Valkeniers' abdicatie. Voor historicus Olivier Boehme vormt dit geen probleem. Hij heeft over Groot-Nederlandse en andere nationalistische dada's een even monumentaal als baanbrekend boek geschreven: Greep naar de markt. De sociaal-economische agenda van de Vlaamse Beweging en haar ideologische versplintering tijdens het interbellum.

Het gaat Boehme om zeer concrete dingen: geld, macht en economische vooruitgang. Haast alle personages die in Greep naar de markt de revue passeren, hangen aan elkaar van schijnbare tegenstellingen. Herman Vos, bijvoorbeeld, een studax met politieke branie, die lid wordt van de Raad van Vlaanderen, veroordeeld wordt voor landverraad, een leidende rol speelt in de Frontpartij en uiteindelijk terechtkomt bij de unitaire socialistische partij. Het is ook deze Vos die in de jaren twintig, met geld van Rotterdamse havenbaronnen en de steun van Pieter Geyl, de krant De Schelde runt en Groot-Nederlands getinte vragen stelt in het parlement.

De periode die Boehme onderzoekt, biedt een Vlaamse beweging van uitersten. Ofwel is het een benepen reservaat vol groupuscules die elkaar rommelig bekampen. Ofwel een feitelijke vereniging van talentvolle mensen die vooruit willen in het leven. Activisten als Liederik (pseudoniem voor Joris Fassotte) droomden hardop van de Meir als de Vlaamse Wall Street. Aan brandende ambitie geen gebrek, maar tussen droom en daad stonden nogal wat obstakels. In de eerste plaats de Vlaamse beweging zelf. Boehme reconstrueert die sociaaleconomische omwenteling als een ideeënstrijd van een voorhoede. Na de relatief brave negentiende-eeuwse taalminnaars is het de beurt aan mannen die voluit de macht willen herverkavelen. De erfenis van Lodewijk de Raet speelt hierin een cruciale rol. De Raet was een van de eersten om de Vlaamse beweging te voorzien van een economische verantwoording. Bovendien, zo stelt Boehme bij herhaling, is De Raet de allereerste die de Vlaamse economie uit het luchtledige plukt en territoriaal bepaalt. De economische noden lagen volgens De Raet anders in Vlaanderen dan in Wallonië. Zover stonden we begin vorige eeuw dus ook al. In zijn verfrissend kritische boek toont Boehme dat het economische nationalisme vooral heeft geleid tot een nationalisme met economische middelen.

OLIVIER BOEHME, GREEP NAAR DE MARKT, LANNOOCAMPUS, LEUVEN, 1000 BLZ., 39,95 EURO.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in Knack van 25 juni 2008.)

Geen opmerkingen: