zondag 27 september 2009

Het laatste oordeel: over de toekomst van het boek

Uiteraard is de toekomst van het papieren boek onzeker. Wat had je nu eigenlijk gedacht? Dat de wereld minder snel zou veranderen omdat we met zijn allen in bewondering naar een muur vol linnen banden staan te gapen? Dat boeken moeten blijven omdat het zo hoort? Dat papieren boekencultuur een voorrecht is van bedaagde dames en heren die literatuur degusteren terwijl ze in een behaaglijke fauteuil van Charles Eames naar La petite bande luisteren en Pinot Gris drinken? Nee dus. Teksten moeten circuleren in een samenleving. Ze moeten doorgegeven worden, besproken, verkocht, verslonden, gestolen, bestudeerd, nagebootst, verguisd en bewonderd. Als dat niet gebeurt, dan rest alleen de marginaliteit.

maandag 14 september 2009

Arm Vlaanderen

Met het hoofddoekenverbod houden we een goede traditie in ere: ruziemaken over geloof en onderwijs. Lang voor Vlaanderen In Actie was er Arm Vlaanderen. Op het eind van de negentiende eeuw ontdekten onze voorouders de werkelijkheid zoals ze was: een rommelig landschap vol onderontwikkelde alcoholici, godvrezende maagden en vergane glorie. Dat Vlaanderen moest hogerop worden getild, gesaneerd, gekneed. Romantische bespiegelingen maakten plaats voor georganiseerde maatschappelijke en politieke actie. De eerste schoolstrijd (1878-1884) vormde een kantelmoment in die ontwikkeling. In naam van de vooruitgang trachtte een liberale regering toen manu militari de invloed van de clerus op het onderwijs te verkleinen. De liberalen hadden het vooral gemunt op de ultramontanen. Dat waren katholieken die de gehoorzaamheid aan de Paus belangrijker vonden dan hun burgerschap.

dinsdag 8 september 2009

Ebook: wat de overheid zou moeten doen

Furl this page

Digg!

Delicious
Bookmark this on Delicious
* Onze kinderen beter opleiden

Doen we er wel alles aan om de lezers van morgen goed voor te bereiden op het digitale universum? Aan utilitaire vaardigheden in het Vlaamse onderwijs geen gebrek, maar overleven in een kennismaatschappij vergt toch ook andere kwaliteiten: leren nadenken, kritische zin kweken, het historische perspectief zien, ontvankelijk zijn voor kunst en cultuur. Als alles communicatie wordt, kan het geen kwaad te begrijpen hoe zakelijke, journalistieke of literaire communicatie werkt en wat er wordt gezegd. Zeker nu de alwetende leraar vervangen wordt door informele en niet-formele leersystemen is die veelzijdige mediageletterdheid essentieel. Ongetwijfeld kan de beschikbaarheid van een ruim aanbod ebooks hierin een rol spelen.

* Digitaal masterplan voor de boekensector

Sinds het begin van de Vlaamse tijdrekening (de eerste Vlaamse Executieve in 1981) is er eigenlijk nooit een ambitieus, laat staan serieus plan ontwikkeld voor de Vlaamse boekensector. En dat is nog veel te vriendelijk uitgedrukt. Misschien moet er van de nood een deugd worden gemaakt: ontwerp een digitaal masterplan voor de Vlaamse boekensector, met prijsstabiliteit en auteursrecht als pijlers. Stel als doel de creatie en exploitatie van een gevarieerd legaal aanbod van digitale teksten. Organiseer een grote digitale sprong voorwaarts voor boekhandelaars. Lees ter inspiratie het vorig jaar in opdracht van het Franse ministerie van cultuur geschreven Rapport sur le livre numérique.

* Doe iets aan de BTW-tarieven

Verlaag het BTW-tarief (federale bevoegdheid) voor elektronische cultuurproducten tot 6%, het tarief dat ook voor papieren boeken geldt. Ondanks de Europese Unie, de eengemaakte markt en tal van andere hooggestemde gremia bestaan er nog steeds idiote verschillen. Een ebook krijgt in Nederland een BTW-voet van 19%, in België 21%, in Frankrijk 19,6%...

* Neem schrijvers en uitgevers ernstig: begin bij het leenrecht

De leenvergoeding (federale bevoegdheid) blijft een slechte grap. Ze moet worden opgetrokken tot een faire vergoeding, vergelijkbaar met die in de ons omringende landen. Uitgevers en schrijvers zullen elke euro nodig hebben om te investeren in nieuwe boeken en teksten.

* Versterk het auteursrecht

Het auteursrecht (federale bevoegdheid) vormt de basis van onze moderne leescultuur en zorgt ervoor dat de creativiteit van schrijvers wordt vergoed. Omdat de toepassingsgebieden alleen maar uitbreiden wordt het auteursrecht ingewikkelder. In een digitale omgeving staat het auteursrecht onder druk omdat gebruikers gewend zijn aan gratis content. Die laksheid moet worden bestreden, door het publiek te sensibiliseren en door illegaal downloaden zwaarder te straffen. De Franse Assemblée Nationale stemt in september de Hadopi 2-wet, een lovenswaardige poging om illegaal dowloaden tegen te gaan. Recidivisten worden zonder pardon van het net gesmeten. Doen!

* Het ministerie voor digitalisering

Je kan van die Fransen zeer veel zeggen, maar ze letten beter op hun zaak dan wij. Digitale economie is bij hen een regeringsbevoegdheid. Ze hebben zowaar een, en haal nu diep adem, secrétaire d'État chargé de la Prospective, de l'Évaluation des politiques publiques et du Développement de l'économie numérique. De huidige digitale staatssecretaris Nathalie Kosciusko-Morizet blijft wat onzichtbaar. Maar Eric Besson, de vorige excellentie, was een socialistische overloper met veel praat. Hij publiceerde vorig jaar over zijn functie het ambitieuze papieren essay La République numérique. Hierin beschrijft hij de digitalisering onder meer als een versterking van kennisoverdracht, solidariteit en democratie. Het kan geen kwaad om met enige urgentie de bevolking duidelijk te maken dat digitalisering meer is dan twitterende tieners, koopkanalen en de Jupiler-league op Belgacom TV. Dit vergroot de kansen van nieuwe media zoals het ebook.

* Maak een VIA-plus: dit keer wel met een hoofdstuk ‘de lezende Vlaming’

De doelstellingen van de Lissabonstrategie bevatten een gemiddelde activiteitsgraad van 70% en een economische groei van 3%. Om dat te halen is er een Vlaamse variant van het Stachanovisme ontwikkeld: Vlaanderen in Actie. Mijnwerker Aleksej Stachanov was de ideale Sovjetarbeider: zwijgzaam en hardwerkend. Tijd om romans te lezen had de arme ziel niet. Nochtans was het niet slecht geweest voor zijn levenskwaliteit als hij zijn verstand wat meer had gebruikt. Nee dan Vlaanderen in Actie. In dit uiterst resultaatgerichte plan zijn cultuur, kunst en boeken afwezig. De Vlaming moet wel leren om vooruit te komen in het leven, maar lezen lijkt iets voor de 30% die niet werken. Om innovatie, economie en boeken toch samen te brengen in VIA, kan er best een hoofdstuk aan het plan worden toegevoegd: de lezende Vlaming. Als we meer analoog en digitaal lezen, gaan we zeker niet dommer of armer worden.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard van 4 september 2009.)

Schrijver zoekt publiek (liefst betalend)

Furl this page

Digg!

Delicious
Bookmark this on DeliciousHet ebook is een onvermijdelijke stap in een revolutie die al veel langer bezig is: de digitalisering van kennis, cultuur en informatie. Het ontstaan van een nieuw medium voor literatuur belooft evenveel kansen als bedreigingen.

Heel lang deed de boekenwereld alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Terwijl de muziekindustrie eind jaren negentig op spectaculaire wijze implodeerde onder druk van de digitalisering, bleven schrijvers en uitgevers hardleers analoog denken. Er werd voorzichtige pogingen ondernomen om zich een digitale toekomst in te beelden, maar het algemene boek bleef buiten schot. De liga van cultuurpessimisten waarschuwde dat het einde van het boek zou leiden tot de ondergang van de beschaving. Aan het duizendjarige rijk van het bedrukte papier leek geen eind te komen. Dat is vandaag wel even anders.

Geruisloos is elk onderdeel van onze wereld gedigitaliseerd. De vertrouwde beeldcultuur die we consumeerden via de kabelaansluiting en de dvd-speler is uitgegroeid tot een schermcultuur die werkelijk alles annexeert. Op korte tijd heeft een meerderheid van de bevolking toegang gekregen tot het digitale universum. Analoge media zijn hun monopolie definitief kwijt. Voor boeken breekt er, net als voor kranten en tijdschriften, een even boeiend als onvoorspelbaar tijdperk aan.

Die schok komt hard aan. Sinds de hoogdagen van de Antwerpse meesterdrukker Christoffel Plantijn, in het tweede deel van de zestiende eeuw, was er voor schrijvers en uitgevers fundamenteel niets veranderd. Een schrijver bezorgt zijn tekst aan een uitgever. Die beslist of hij er een boek van maakt. Hij laat het boek drukken en verkoopt het aan lezers. Met de opbrengst van de verkoop financiert hij zijn bedrijfskosten en betaalt hij de schrijver. In de loop der eeuwen is dit systeem fel uitgebreid en geperfectioneerd. En vooral: het boek is een massaproduct geworden. De digitalisering zet dit bedrijfsmodel op losse schroeven. Alle spelers uit de boekenwereld worden in deze revolutionaire tijden elkaars objectieve bondgenoot. Behalve parasitaire organisaties, zoals Google.

Bij de dotcompsychose eind jaren negentig stak er een naïef radicalisme de kop op dat vandaag weer op sympathie kan rekenen. De blogosfeer en de community’s van web 2.0 werken als een gigantische interactieve selfpublishing-machine, waarbij schrijvers lezers zijn en vice versa. Analoge schrijvers en uitgevers zijn schijnbaar overbodig geworden. Zij werken met een closed shop die niet meer compatibel is met de live vrijheid van het digitale universum. Bovendien moet je naar een winkel om er te betalen voor een papieren boek, terwijl steeds meer mensen gewend zijn om spullen te downloaden, liefst zo gratis mogelijk. In die context is het auteursrecht hinderlijk voor het naïeve aanwezigheidsgeloof (‘ik kan het googlen, dus het bestaat’) dat in de plaats komt van het werkelijke bezit van een tekst en de lectuur ervan. Dat is het angstaanjagende stuk: worden de betalende analoge lezers op termijn gratis digitale lezers of komt er een mengvorm?

Net zoals web 2.0 een plek is voor journalistiek zonder journalisten, ontstaat er een literatuur zonder (betaalde) schrijvers. Dat doen we toch wel even zelf? Zo had Barack Obama zijn yes we can ook weer niet bedoeld. Hoe minder vakmanschap een rol speelt in de manier waarop we de wereld ervaren, hoe meer we onze tijd verprutsen. Vloertegels, meubels, schilderwerken: we doen het allemaal wel even zelf. Een van de gevolgen is deerniswekkende lelijkheid die overal en altijd opduikt. Even hulpeloos springen we met om met cultuur- en geestesleven, if at all. In een poging een moderniteit te bereiken die bij onze toegenomen welvaart past, kiezen we meestal voor spektakel. Literatuur wordt, net als andere gedrukte media, eerder als saai ervaren. Dat vooroordeel is sinds de totale globalisering van de amusementscultuur alleen maar feller geworden. Om literatuur als medium goed te begrijpen, heb je bovendien algemene kennis nodig. We hebben er echter voor gekozen om het onderwijs toe te spitsen op vaardigheden, waardoor literatuur automatisch elitairder en saaier wordt.

Uiteindelijk doen we het toch even zelf. De expansie van de blogosfeer zorgde voor een big bang van narcisme, excessieve polemiek en amateurschrijvers die gelijkgezinde meningen eindeloos herhalen. De Amerikaanse journalist Bill Wasik hekelt die ‘gefilterde informatie’. In zijn recent verschenen boek And then there’s this. How stories live and die in viral culture beschrijft hij ook de kracht van web 2.0: sommige verhalenvertellers, schrijvers en journalisten slagen er in om op eigen houtje veel lezers te bereiken. De macht van het individu neemt toe. En de zeer klassieke drang om te vertellen geeft de doorslag. Blijkbaar is de mens genetisch geprogrammeerd om verhalen door te geven. Elke keer opnieuw gaan we daarbij op zoek naar bronnen, voorbeelden, metaforen die we kunnen delen met soortgenoten. De ondergang van de beschaving is dus nog niet voor morgen. Maar de radicale decentralisatie en democratisering van verhalen, kennis en informatie zorgt wel voor de belangrijkste paradigmawissel sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Het ebook is een noodzakelijke poging van de boekensector om greep te krijgen op een situatie die totaal uit de hand loopt. Digitale lezers gaan heus niet blijven wachten op schrijvers en uitgevers die zweren bij een boekencultuur die haar strepen heeft verdiend. De jacht op de digitale lezer is geopend. Geen moment te vroeg. Alleseters zoals Google zijn volop oude en nieuwe copyrights aan het opzuigen. Die vraatzucht mag zonder meer onze achterdocht wekken. Zo is het een historische vergissing om de totale digitalisering van de wereldbibliotheek (Google Book Search) als een wereldwonder toe te juichen. Niemand heeft er ooit om gevraagd dat het verleden nooit zou voorbijgaan. De heilsboodschap die Google verspreid is een leugen. De totale digitalisering van bibliotheken genereert traffic die noodzakelijk is om betalende reclame te werven. Kennisoverdracht is slechts een neveneffect.

Schrijvers spelen in die globale omwenteling te vaak een verwaarloosbare rol. Zij zijn de clowns die het scherm opleuken met een geluidsfragment (schrijver leest voor) of een filmpje (schrijver glijdt uit). De levende schrijvers hebben het nog lastiger: zij willen lezers bereiken en teksten verkopen, in gedrukte of digitale vorm. Maar tot nu toe is web 2.0 voor hen geen rechtstreekse bron van inkomsten. Wie tijd, energie en lef heeft, eigent zich een plek toe op het net om contact te houden met lezers, of beter: om vindbaar te zijn voor lezers. De hiërarchie van de analoge wereld is voorgoed verdwenen. Bij web 2.0 is iedereen gelijk. Het verschil wordt niet gemaakt door kwaliteit, maar door de plek die je inneemt in de algoritmische rangorde van de zoekmachine. In zo’n context neemt het belang van marketing alleen maar toe. Zeker nu het ebook een echte markt wordt, met vraag en aanbod. En die harde commerciële werkelijkheid legt dan weer bloot hoe broos de toegenomen macht van het digitale individu is. Om op het internet boeken te verkopen moet je geld tegen de marketing aan smijten.

Ook in analoge tijden vormde viral marketing een essentieel onderdeel van de literatuur. Toen had je poortwachters, zoals de literaire criticus, die signaleerden als er wat belangrijks gebeurde. Vandaag slagen lezers, schrijvers en uitgevers er niet zo goed meer in om elkaar te vinden. Aan grote oplages en toptienen geen gebrek, maar de zucht naar voorspelbaarheid verkleint de kansen van nieuwe namen en minder voor de hand liggende boeken. Het is vechten om het aanbod breed te houden. De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden heeft van die situatie een scherp beeld gegeven in zijn essay Literair overleven. De literatuur staat onder druk. Van Weelden houdt een pleidooi voor een weerbare literatuur en voor schrijvers die desnoods rechtstreeks lezers overtuigen. Alle digitale en analoge middelen zijn toegestaan om dat doel te bereiken. Het ebook dient de goede zaak. Schrijvers hebben een literatuur nodig die door een meerderheid wordt beleefd als een belangrijk communicatiemiddel. Dus moeten we literatuur behandelen als een zichzelf permanent vernieuwend hedendaags medium, dat zowel analoog als digitaal is – en niet gratis.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard van 4 september 2009.)

De naakten en de doden

Furl this page

Digg!

Delicious
Bookmark this on Delicious
Drie dagen voor de regionale en Europese verkiezingen gaf de Amerikaanse president Barack Obama een verbluffende speech in Caïro. Het was tijd om de erfenis van Samuel Huntington definitief te weigeren. De clash of civilisations werd samen met de nagedachtenis aan George W. Bush verbannen naar de krochten van de geschiedenis. Het is daar de laatste tijd een drukke bedoening.
De nieuwe geopolitieke agenda van Obama oogt pragmatisch en komt er bij gratie van mensen van goede wil. God speelt in dit nieuwe plan een even grote rol als in het stripverhaal van Bush, zij het dat de nieuwe president eerder een man van het Nieuwe Testament is. Als een ware heiland heeft hij in Amerika de ‘God gap’ overbrugd. Die geloofskloof ontstond na de Vietnamoorlog en het debacle van Richard Nixon. Hoe geloviger de Amerikaan, hoe groter de kans dat hij republikeins stemde. Democraten sprongen gereserveerder met het geloof om. Clinton citeerde vooral zeer vlot uit de Bijbel om te tonen dat hij het kon. Dat is nu anders. Als Obama spreekt, is er een gelovige aan het woord. In die hoedanigheid riep Obama met zijn Egyptische speech op tot verzoening, wederzijds begrip en samenwerking tussen het Westen en de Arabische wereld. God was overal in de speech, maar de plaats van de ongelovigen bleef onvermeld.
De Egyptische speech werd terecht op wereldwijd applaus onthaald, ook door de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht en zijn Europese collega’s. Misschien moet de president-predikant echter een bisnummer geven in Brussel. Want Huntingtons spook waart nog steeds rond door het oude continent. Het trauma van 9/11 en de samenlevingsproblemen in de Europese steden leiden tot acute islamofobie bij een groot deel van de autochtone bevolking. Zo blijkt uit een recent onderzoek van het Instituut voor Sociaal en Politiek Opinieonderzoek (KUL) dat 46% van de Vlaamse kiezers denkt dat de islam geen bijdrage kan leveren aan de Europese cultuur. Voor de cohesie van de samenleving is dat geen goed nieuws.
Een ander revelerend onderzoek werd afgeleverd door de Studiedienst van de Vlaamse Regering. Het vuistdikke De Sociale Staat van Vlaanderen 2009 ‘wil via meer diepgaande analyses op zoek gaan naar verklaringen, oorzaken en achtergronden’ bij de (deel)aspecten van de sociale situatie in Vlaanderen, zoals die genoteerd worden in de jaarlijkse Vlaamse Regionale Indicatoren (VRIND). De Sociale Staat van Vlaanderen wordt een tweejaarlijkse uitgave, waarvan de eerste aflevering als een nulnummer is opgevat. In 1980 werden de cultuurgemeenschappen en gewesten van de eerste staatshervorming voorzien van echte bevoegdheden over ‘plaats- en persoongebonden aangelegenheden’. Dat is het beginpunt van de meeste verhalen die in De Sociale Staat van Vlaanderen worden beschreven. Zo’n perspectief is verraderlijk en verhelderend. Onze intrede in de geschiedenis laten plaatsvinden in 1980 suggereert een sullige vorm van revisionisme. Tegelijkertijd plaatst dat ijkpunt toch ook heel wat in het juiste perspectief.

Vlaanderen is op dertig jaar tijd behoorlijk rijk geworden. De werkelijke basis van onze huidige welvaart werd echter gelegd bij de bevrijding, in 1944. Het was meteen het begin van de explosieve toename van de globalisering – die onverminderd doorgaat. Hoewel de huidige crisis ons gemiddeld minder rijk heeft gemaakt, zijn we niet noodzakelijk armer geworden. De forse toename van de inkomensongelijkheid tussen werkenden en niet-werkenden was voor de dijkbreuk van 2008 al een feit. Dat geldt ook voor de sociale ongelijkheid op mondiale schaal.
De extreem negatieve economische indicatoren zijn de afgelopen maanden door iedereen gebruikt om het eigen gelijk te bewijzen. Moet je schulden maken om de economie te sparen of moet je het tegendeel doen: hard bezuinigen? Onafhankelijk analist Geert Noels voorspelde eind juni zelfs dat de Belgische economie zo fel zou krimpen dat alleen de vergelijking met 1932 overeind blijft. Bij zulke dramatische omstandigheden zouden politici met trillende stem Paulus moeten citeren: ‘Want geldzucht is de wortel van alle kwaad’ (1 Timotheus 6:10). En inderdaad, tijdens de campagne voor de regionale en Europese verkiezingen blonken vele kandidaten uit in poujadisme.
Het grootkapitaal vormde voor alle partijen een dankbare schietschijf. De SP.a deed er nog een schepje bovenop door een meerwaardetaks te eisen, die vooral kleine beleggers zou viseren. Die kleine belegger werd op een lijn gezet met de malafide traders à la Jérôme Kerviel en hebzuchtige bankiers: zij hadden samen de implosie van het systeem teweeggebracht. Uit alle verslagen blijkt echter dat de handel in toxische kredieten zo goed als verzwegen werd voor aandeelhouders, en zelfs voor bestuurders en controlerende instanties. Laat staan dat er, buiten de kwantitatieve analisten, normale mensen waren die de risico’s van toxische kredieten begrepen. Ach, de kleine belegger die het gewaagd had te investeren in de Belgische economie, schaamte was zijn verdiende loon. Dat de overheid hemel en aarde bewoog om de spaartegoeden van de IJslandse Kaupthing Bank terug te betalen via het garantiefonds werd voorgesteld als verantwoord bestuur, terwijl het een aberratie was.
Bij momenten leek het erop dat we de neergang van de Belgische banken moesten toejuichen. Groen! spande de kroon door te beweren dat we het in de toekomst maar moesten redden zonder ecologisch onverantwoorde groei. En er waren nationalisten die tijdens de dramatische herfst van 2008 de bankencrisis reduceerden tot een Belgische probleem. Bovendien was Fortis vooral een Franstalige en, om het nog erger te maken, Brusselse etterbuil. De crash van Fortis eind september had dus het aangename gevolg dat België werd gedestabiliseerd, wat de oprichting van een Vlaamse natie weer een stap dichterbij bracht. Toen net voor het begin van de campagne KBC ten tweede male in ademnood kwam, stonden weinigen stil bij de voorspelling dat KBC voor het eind van het jaar zou moeten fuseren met een buitenlandse bank. Vaarwel verankering van de Vlaamse economie.
De verwarde campagne voor de regionale en Europese verkiezingen bewees dat het beheer van de effecten van de globalisering een moeilijk thema is. We kunnen nog steeds amper geloven hoe dramatisch de economische omstandigheden zijn. In de publieke opinie lijkt de globalisering even abstract en onpopulair als Europa, terwijl de strategie die we nu moeten kiezen cruciaal is voor onze toekomst. Maar welke strategie dan wel: het algemeen belang of de Vlaamse natievorming? Pragmatiek of ideologie?
De uitslag van de regionale verkiezingen hebben in alle delen van de federatie geleid tot eerder behoudsgezinde coalities. De lange weg naar de zesde staatshervorming zal worden aangevat, maar de reorganisatie van de staat zal op korte termijn niet bijdragen tot de relance. Het communautaire orkest zal ijverig overuren blijven draaien, onder meer omdat die ketelmuziek goed past bij de campagne voor de federale verkiezingen in 2011 die naar verluidt begint in september. Het gesprek over de centen verdraagt echter geen uitstel, omdat het anders niet meer mogelijk is de federale begroting te maken. Met de financieringswet is het als met de toxische kredietbom die onze welvaart heeft ontregeld: weinigen weten hoe die werkt. En toch moet de financieringswet worden hervormd nog voor er een zesde staatshervorming op papier is gezet. De kern van die staatshervorming kan dus niet anders dan een enorme besparingsronde zijn, eentje zonder vlagvertoon. De staatsschuld groeit immers weer aan en zal bij ongewijzigd beleid de kaap van 100% van het BBP ronden.
Even erg is de vaststelling dat ons vrolijke suburbane taylorisme voor het eerst fundamenteel onder druk staat. Zelfs het behoud van onze welvaart veronderstelt economische groei, die we niet bereiken. De sterren staan niet goed. De Commissie voor de Vergrijzing (SCV) stelt de geraamde toekomstige vergrijzingkosten fors naar boven bij (zoals ze dat zeer trouw elk jaar doet). Het Planbureau rekent op een dramatische toename van de werkloosheid. De Europese Commissie kraakt de federale begroting en laakt de Publiek-Private Samenwerkingsconstructies van de Vlaamse Regering, zodat de ‘schuldenvrije’ Vlaamse begroting straks miljarden in het rood gaat omdat de PPS-garanties op de balans moeten komen. Hoogste tijd dus voor fundamentele vragen. Willen we dat de kosten van de gezondheidszorg jaarlijks met maximum 4,5% toenemen? Willen we dat het overheidsbeslag in alle delen van de federatie zo fenomenaal blijft? Willen we welvaart behouden of creëren?
Neem nu de inkomensarmoede. Die blijft aanzienlijk en heeft het vervanginkomen als demarcatielijn. Eens je daarvan moet leven krijg je het moeilijk en groeit de kloof met de rest van de samenleving. Het inzicht is zo vaak verwoord, dat het een oud zeer is geworden. Ook in het essay Onze sociale zekerheid: anders en beter van Danny Pieters spelen de lage uitkeringen een hoofdrol. Pieters is hoogleraar Socialezekerheidsrecht (KUL) en was tweede opvolger op de Europese lijst van NV-A. Hij maakt een uitgebreide schets van de sociale zekerheid en werkt een voorstel uit dat tot een rechtvaardiger verdeling zou moeten leiden. Het komt erop neer dat het systeem je teruggeeft wat je erin stopt. Dat is vandaag niet het geval. De pensioenen zijn bijvoorbeeld te laag, er zijn te veel uiteenlopende pensioenstelsels en de financiering ervan wordt problematischer. Is het nog realistisch, fair, aanvaardbaar dat het pensioen van een ambtenaar wordt berekend op basis van de vijf laatste jaren van zijn carrière, terwijl bij een bediende het gemiddelde van een loopbaan telt? Pieters lijkt in zijn alternatief de sociaalpersonalistische aanpak te hanteren, die christendemocraten beter kennen dan nationalisten. De verbondenheid tussen burgers staat voorop, meer dan vrijheid – maar niet op een onverzoenbare manier. Die interpretatie laat ook ruimte voor migranten en vluchtelingen, en voor medemensen uit ontwikkelingslanden.
Danny Pieters stelt zelfs voor om de sociale zekerheid ook te gebruiken om de verbondenheid met de derde wereld een vorm te geven, een wel zeer idealistische ingreep in tijden van acute crisis. Het idee wordt eerder extravagant als je in overweging neemt dat Pieters een overtuigd voorstander is van de splitsing van de sociale zekerheid tussen Nederlandstaligen en Franstaligen – waardoor er in Brussel een subnationaliteit zou worden gecreëerd. Een sukkelaar uit een ontwikkelingsland zou dan voor een Vlaming waardevoller zijn dan een sukkelaar uit Luik (of eentje uit Brussel die de verkeerde taalrol kiest). Het is vreemd dat de finaliteit van Pieters’ hervormingen niet even duidelijk worden verwoord als de onderdelen van het plan. Net de reikwijdte van het plan is de grote verdienste van Onze sociale zekerheid. Of je nu voor of tegen de splitsing van de sociale zekerheid bent, Pieters toont helder aan hoe onze ingewikkelde stelsels niet meer bestand zijn tegen de realiteit.
De sleutelzin van het boek staat helemaal achterin: ‘Een merkwaardige vaststelling is dat de hervormbaarheid van een socialezekerheidsstelsel slechts uiterst weinig samenhangt met de intrinsieke kenmerken van dat socialezekerheidsstelsel zelf.’ Je kunt dit lezen als een teken van wetenschappelijke bescheidenheid, want het is de consensus, en dus de politiek, die uiteindelijk beslist. In dat opzicht moet je hopen dat een boek als Onze sociale zekerheid het debat opentrekt, zodat de politieke consensus ons niet voor voldongen feiten stelt. Tijdens de campagne voor de regionale verkiezingen is sociale zekerheid immers een aanleiding voor demagogische escapades geweest. Over de partijgrenzen heen leeft gelukkig het besef dat bijvoorbeeld de gevolgen van de vergrijzing moeten worden geabsorbeerd. Maar het zijn de karikaturen die de toon zetten. Open Vld brak een lans voor meer privatisering van de zorg – wat niet hetzelfde betekent als commercialisering. CD&V en SP.a bestempelden die privatisering als een armageddon. Net als in de oude tijd leveren we strijd om de ziel van het kind. Vandaag komt daar de ziel van de bejaarde bij.
De sociale zekerheid en de brede welzijnssector zijn georganiseerd door mensen en dus verre van perfect. Pieters’ beschrijving van het systeem toont hoe wild er in de loop der jaren coterieën zijn aangebouwd. Dat voortschrijdend inzicht heeft er ook toe geleid dat gaten in het systeem werden opgevuld door het privé-initiatief. We worden ouder, de ouderen zijn gezonder en veeleisender. De zorgvraag is exponentieel toegenomen. De staat kan eenvoudigweg niet garanderen dat iedereen op het einde van het leven terechtkomt in een supersonisch rusthuisbed en hoogwaardige verzorging op maat krijgt. Om aan de vraag te voldoen, zijn er ook privé-instellingen nodig. Hun rol is vandaag aanzienlijk en zal nog toenemen. Een vastgoedbevak (beleggingsvennootschap met vast kapitaal) als het in de Bel-20 genoteerde Cofinno biedt zelfs de kans om te investeren in het vastgoed van zulke privé-instellingen. Meer nog, een zorgconglomeraat als het Franse Génerale de Santé (genoteerd op de CAC40) bezit Belgische rusthuizen, vooral in en rond Brussel. De vraag luidt niet: is dit ethisch verantwoord? Maar wel: is er een andere optie?

Uiteraard moeten we dankbaar zijn dat we nog steeds met zijn allen akkoord gaan dat de toegankelijkheid van de zorg (en de bereikbaarheid van de sociale zekerheid) verworvenheden zijn. Tegelijkertijd werkt de Vlaamse welzijnszorg sinds de jaren negentig volgens de vereisten van het kwaliteitsdecreet, waarmee de zorg op maat is geïnstitutionaliseerd. De uitdagingen van de vergrijzing mogen geen alibi zijn om de klok terug te draaien. De generatie die nu vergrijst zijn de twintigers van de jaren zestig. Ze gaan zich op latere leeftijd niet tevreden stellen met gemiddelde opvang, maar zullen handelen als ware zorgconsumenten. Het is niet realistisch om te beweren dat zij hun zorg niet willen kiezen uit een groot aanbod.
Een oplossing ligt voor de meeste Vlaamse partijen in meer staat en meer Vlaanderen. De ‘uitrit Vlaanderen’, zoals de NV-A de regio noemt, is voor kiezers een nooduitgang die hen moet redden van de boze wereld. Die drang naar een regime dat orde op zaken stelt, speelt een belangrijke rol in onze politieke beeldvorming. De tijd van ongebreidelde vrijheden lijkt nu toch wel even over. Het is zoals Norman Mailer in zijn oorlogsroman The Naked and the Dead beschrijft: we kunnen misschien wel keuzes maken, maar ze zorgen er niet voor dat we betere mensen worden. Vrijheid is vandaag, althans voorlopig, niet ons hoogste bezit. Misschien zien we de broze structuur van vrijheid niet meer. De regionale verkiezingen gingen allerminst om vrijheidsdrang – een begrip dat wij wellicht niet meer begrijpen. Wel om macht. En bij dat machtsstreven hoort angst. ‘The natural role of twentieth-century man is anxiety’, zegt een van de personages in The Naked and the Dead: de drang naar superioriteit en de angst inferieur te zijn aan anderen.
Het zijn oplossingen uit het verleden, gebaseerd op verhoudingen en retoriek uit het verleden. De eenentwintigste eeuw en de crisis confronteren ons met onze verantwoordelijkheden. Het gaat om ons overleven en de noodzaak om te veranderen. Paulus waart al in Brussel rond. Nu Obama nog.

Harold Polis

Literatuur

Joan Condijts, Paul Gérard en Pierre-Henri Thomas, La chute de la maison Fortis, JC Lattès, Parijs, 2009.
David Crainich en François Daue, De toekomst van de gezondheidszorg: diagnose en remedies, Itinera Instituut, Brussel, 2008.
Norman Mailer, The Naked and the Dead, Picador, New York, 2000.
Danny Pieters, Onze sociale zekerheid: anders en beter, Pelckmans, Kapellen, 2009.
Lieve Vanderleyden, Marc Callens en Jo Noppe (red.), De sociale staat van Vlaanderen 2009, Studiedienst van de Vlaamse Regering, Brussel, 2009.
Lode Wils, Van de Belgische naar de Vlaamse natie. Een geschiedenis van de Vlaamse beweging, Acco, Leuven, 2009.

(Dit stuk verscheen eerder in Streven van september 2009.)