maandag 14 september 2009

Arm Vlaanderen

Met het hoofddoekenverbod houden we een goede traditie in ere: ruziemaken over geloof en onderwijs. Lang voor Vlaanderen In Actie was er Arm Vlaanderen. Op het eind van de negentiende eeuw ontdekten onze voorouders de werkelijkheid zoals ze was: een rommelig landschap vol onderontwikkelde alcoholici, godvrezende maagden en vergane glorie. Dat Vlaanderen moest hogerop worden getild, gesaneerd, gekneed. Romantische bespiegelingen maakten plaats voor georganiseerde maatschappelijke en politieke actie. De eerste schoolstrijd (1878-1884) vormde een kantelmoment in die ontwikkeling. In naam van de vooruitgang trachtte een liberale regering toen manu militari de invloed van de clerus op het onderwijs te verkleinen. De liberalen hadden het vooral gemunt op de ultramontanen. Dat waren katholieken die de gehoorzaamheid aan de Paus belangrijker vonden dan hun burgerschap.


Er ontstond een woest en aanslepend conflict dat veel menselijke ellende veroorzaakte. Twee liberale leraars uit het Brusselse, Isidoor Teirlinck en Reimond Stijns, schreven over de schoolstrijd een roman, Arm Vlaanderen. Die pil van 700 bladzijden vormt eigenlijk het begin van de moderne Vlaamse literatuur. ‘Arm Vlaanderen! hoe diep zinkt ge!... Vrij en machtig waart ge vroeger, koningen deedt ge beven; nu ligt ge zwak en uitgeput, als een ander Ierland.’ Het was niet voor het eerst dat Vlaamse prozaschrijvers de werkelijkheid toonden, maar het gebeurde niet eerder op die manier. Literatuur moest in de negentiende eeuw vooral nuttig zijn, ter verheffing van het volk. Teirlinck en Stijns, de Monaldi & Sorti van hun tijd, wilden a good read schrijven, gekruid met engagement, romantiek en een weinig misdaad. Ze bedachten een complexe roman, met een complex hoofdpersonage.

Everaart Vanderlaen is de zoon van een smid uit een Oost-Vlaams dorp. Hij wordt in een bisschoppelijke normaalschool klaargestoomd tot dorpsleraar. De opleiding is een ware martelgang. De studenten moeten absolute gehoorzaamheid in acht nemen. Everaart ondergaat die hersenspoeling niet van harte. Zodra hij voor de klas staat, ontpopt hij zich tot een enthousiaste leerkracht. Geen inspanning is hem te veel. Hij moet en zal zijn leerlingen verheffen. Maar de gedachtenpolitie licht op de loer. Bij een onverwachte controle vindt de onderpastoor een exemplaar van het verboden boek Émile ou de l'Éducation in Everaarts lessenaar. De bom barst. ‘De kinderen zagen verwonderd, onthutst toe.’
Jean-Jacques Rousseau verkondigt in Émile zijn geloof in de aangeboren goedheid van de mens. Het zijn de sociale ongelijkheden die ons slecht maken. Om nog te zwijgen van de christelijke geloofsprincipes. Rousseau was een icoon van de Verlichting, maar een erfvijand van de kerk. Het loopt dus niet goed af voor de rusteloze Everaart. Hij had maar moeten gehoorzamen en Gods water over Gods akker laten lopen. In plaats daarvan trachtte hij zijn leerlingen als individuen te behandelen.
De plot van Arm Vlaanderen mag dan wat haperen, Teirlinck en Stijns tonen in hun roman hoe de constructie van het moderne individu haaks staat op religieuze identiteit. Het moest anders. Daar was men eind negentiende eeuw dringend naar op zoek: nieuwe mensen voor een nieuwe tijd. Onder druk van de industrialisering werd het individu de maatstaf en lag de finale soevereiniteit bij de staat, niet bij god. In dat epos deed de school dienst als rationele mythe. Op school speelde zich een heroisch verhaal af van vrijheid en toekomstig geluk. Die ontwikkeling leidde zonder pardon tot een gigantisch maatschappelijk conflict. Er werd slag geleverd om de ziel van het kind en om macht.

De kinderziel was een abstractie die werd gehanteerd om verschillende standpunten in te nemen. Zowel liberalen als katholieken maakten er een onwezenlijk melodrama van. De excessen werden nog versterkt doordat men erkende in wat voor een deplorabele toestand het volk zich bevond. Meer nog, drukkingsgroepen hadden er baat bij om het volk zo belabberd mogelijk voor te stellen. Slachtoffermarketing is ook vandaag populair.

De school als ideologisch instrument leidde niet tot grote successen. In Arm Vlaanderen staat beschreven hoe het katholieke onderwijs niet bij machte was de secularisering te stoppen. Integendeel. Tijdens de tweede schoolstrijd (1950-1958) was het eveneens een compromis dat de gemoederen deed bedaren. De ideologische en religieuze scherpslijperij leken eerder een symptoom van een maatschappelijke koorts die nu eenmaal moest worden uitgezweet. Ook over die omwenteling bestaat er een klassieke roman: Les plumes du coq van Conrad Detrez. Surreële belevenissen van een katholieke Waal in een Vlaams internaat tijdens de fifties. In navolging van Teirlinck en Stijns toont Detrez hoe onherroepelijk een samenleving blijft veranderen en de school als laboratorium gebruikt. Wat vandaag ook in het gemeenschapsonderwijs gebeurt.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen in De Standaard van 11 september 2009.)

Geen opmerkingen: