dinsdag 8 september 2009

Schrijver zoekt publiek (liefst betalend)

Furl this page

Digg!

Delicious
Bookmark this on DeliciousHet ebook is een onvermijdelijke stap in een revolutie die al veel langer bezig is: de digitalisering van kennis, cultuur en informatie. Het ontstaan van een nieuw medium voor literatuur belooft evenveel kansen als bedreigingen.

Heel lang deed de boekenwereld alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Terwijl de muziekindustrie eind jaren negentig op spectaculaire wijze implodeerde onder druk van de digitalisering, bleven schrijvers en uitgevers hardleers analoog denken. Er werd voorzichtige pogingen ondernomen om zich een digitale toekomst in te beelden, maar het algemene boek bleef buiten schot. De liga van cultuurpessimisten waarschuwde dat het einde van het boek zou leiden tot de ondergang van de beschaving. Aan het duizendjarige rijk van het bedrukte papier leek geen eind te komen. Dat is vandaag wel even anders.

Geruisloos is elk onderdeel van onze wereld gedigitaliseerd. De vertrouwde beeldcultuur die we consumeerden via de kabelaansluiting en de dvd-speler is uitgegroeid tot een schermcultuur die werkelijk alles annexeert. Op korte tijd heeft een meerderheid van de bevolking toegang gekregen tot het digitale universum. Analoge media zijn hun monopolie definitief kwijt. Voor boeken breekt er, net als voor kranten en tijdschriften, een even boeiend als onvoorspelbaar tijdperk aan.

Die schok komt hard aan. Sinds de hoogdagen van de Antwerpse meesterdrukker Christoffel Plantijn, in het tweede deel van de zestiende eeuw, was er voor schrijvers en uitgevers fundamenteel niets veranderd. Een schrijver bezorgt zijn tekst aan een uitgever. Die beslist of hij er een boek van maakt. Hij laat het boek drukken en verkoopt het aan lezers. Met de opbrengst van de verkoop financiert hij zijn bedrijfskosten en betaalt hij de schrijver. In de loop der eeuwen is dit systeem fel uitgebreid en geperfectioneerd. En vooral: het boek is een massaproduct geworden. De digitalisering zet dit bedrijfsmodel op losse schroeven. Alle spelers uit de boekenwereld worden in deze revolutionaire tijden elkaars objectieve bondgenoot. Behalve parasitaire organisaties, zoals Google.

Bij de dotcompsychose eind jaren negentig stak er een naïef radicalisme de kop op dat vandaag weer op sympathie kan rekenen. De blogosfeer en de community’s van web 2.0 werken als een gigantische interactieve selfpublishing-machine, waarbij schrijvers lezers zijn en vice versa. Analoge schrijvers en uitgevers zijn schijnbaar overbodig geworden. Zij werken met een closed shop die niet meer compatibel is met de live vrijheid van het digitale universum. Bovendien moet je naar een winkel om er te betalen voor een papieren boek, terwijl steeds meer mensen gewend zijn om spullen te downloaden, liefst zo gratis mogelijk. In die context is het auteursrecht hinderlijk voor het naïeve aanwezigheidsgeloof (‘ik kan het googlen, dus het bestaat’) dat in de plaats komt van het werkelijke bezit van een tekst en de lectuur ervan. Dat is het angstaanjagende stuk: worden de betalende analoge lezers op termijn gratis digitale lezers of komt er een mengvorm?

Net zoals web 2.0 een plek is voor journalistiek zonder journalisten, ontstaat er een literatuur zonder (betaalde) schrijvers. Dat doen we toch wel even zelf? Zo had Barack Obama zijn yes we can ook weer niet bedoeld. Hoe minder vakmanschap een rol speelt in de manier waarop we de wereld ervaren, hoe meer we onze tijd verprutsen. Vloertegels, meubels, schilderwerken: we doen het allemaal wel even zelf. Een van de gevolgen is deerniswekkende lelijkheid die overal en altijd opduikt. Even hulpeloos springen we met om met cultuur- en geestesleven, if at all. In een poging een moderniteit te bereiken die bij onze toegenomen welvaart past, kiezen we meestal voor spektakel. Literatuur wordt, net als andere gedrukte media, eerder als saai ervaren. Dat vooroordeel is sinds de totale globalisering van de amusementscultuur alleen maar feller geworden. Om literatuur als medium goed te begrijpen, heb je bovendien algemene kennis nodig. We hebben er echter voor gekozen om het onderwijs toe te spitsen op vaardigheden, waardoor literatuur automatisch elitairder en saaier wordt.

Uiteindelijk doen we het toch even zelf. De expansie van de blogosfeer zorgde voor een big bang van narcisme, excessieve polemiek en amateurschrijvers die gelijkgezinde meningen eindeloos herhalen. De Amerikaanse journalist Bill Wasik hekelt die ‘gefilterde informatie’. In zijn recent verschenen boek And then there’s this. How stories live and die in viral culture beschrijft hij ook de kracht van web 2.0: sommige verhalenvertellers, schrijvers en journalisten slagen er in om op eigen houtje veel lezers te bereiken. De macht van het individu neemt toe. En de zeer klassieke drang om te vertellen geeft de doorslag. Blijkbaar is de mens genetisch geprogrammeerd om verhalen door te geven. Elke keer opnieuw gaan we daarbij op zoek naar bronnen, voorbeelden, metaforen die we kunnen delen met soortgenoten. De ondergang van de beschaving is dus nog niet voor morgen. Maar de radicale decentralisatie en democratisering van verhalen, kennis en informatie zorgt wel voor de belangrijkste paradigmawissel sinds de uitvinding van de boekdrukkunst.

Het ebook is een noodzakelijke poging van de boekensector om greep te krijgen op een situatie die totaal uit de hand loopt. Digitale lezers gaan heus niet blijven wachten op schrijvers en uitgevers die zweren bij een boekencultuur die haar strepen heeft verdiend. De jacht op de digitale lezer is geopend. Geen moment te vroeg. Alleseters zoals Google zijn volop oude en nieuwe copyrights aan het opzuigen. Die vraatzucht mag zonder meer onze achterdocht wekken. Zo is het een historische vergissing om de totale digitalisering van de wereldbibliotheek (Google Book Search) als een wereldwonder toe te juichen. Niemand heeft er ooit om gevraagd dat het verleden nooit zou voorbijgaan. De heilsboodschap die Google verspreid is een leugen. De totale digitalisering van bibliotheken genereert traffic die noodzakelijk is om betalende reclame te werven. Kennisoverdracht is slechts een neveneffect.

Schrijvers spelen in die globale omwenteling te vaak een verwaarloosbare rol. Zij zijn de clowns die het scherm opleuken met een geluidsfragment (schrijver leest voor) of een filmpje (schrijver glijdt uit). De levende schrijvers hebben het nog lastiger: zij willen lezers bereiken en teksten verkopen, in gedrukte of digitale vorm. Maar tot nu toe is web 2.0 voor hen geen rechtstreekse bron van inkomsten. Wie tijd, energie en lef heeft, eigent zich een plek toe op het net om contact te houden met lezers, of beter: om vindbaar te zijn voor lezers. De hiërarchie van de analoge wereld is voorgoed verdwenen. Bij web 2.0 is iedereen gelijk. Het verschil wordt niet gemaakt door kwaliteit, maar door de plek die je inneemt in de algoritmische rangorde van de zoekmachine. In zo’n context neemt het belang van marketing alleen maar toe. Zeker nu het ebook een echte markt wordt, met vraag en aanbod. En die harde commerciële werkelijkheid legt dan weer bloot hoe broos de toegenomen macht van het digitale individu is. Om op het internet boeken te verkopen moet je geld tegen de marketing aan smijten.

Ook in analoge tijden vormde viral marketing een essentieel onderdeel van de literatuur. Toen had je poortwachters, zoals de literaire criticus, die signaleerden als er wat belangrijks gebeurde. Vandaag slagen lezers, schrijvers en uitgevers er niet zo goed meer in om elkaar te vinden. Aan grote oplages en toptienen geen gebrek, maar de zucht naar voorspelbaarheid verkleint de kansen van nieuwe namen en minder voor de hand liggende boeken. Het is vechten om het aanbod breed te houden. De Nederlandse schrijver Dirk van Weelden heeft van die situatie een scherp beeld gegeven in zijn essay Literair overleven. De literatuur staat onder druk. Van Weelden houdt een pleidooi voor een weerbare literatuur en voor schrijvers die desnoods rechtstreeks lezers overtuigen. Alle digitale en analoge middelen zijn toegestaan om dat doel te bereiken. Het ebook dient de goede zaak. Schrijvers hebben een literatuur nodig die door een meerderheid wordt beleefd als een belangrijk communicatiemiddel. Dus moeten we literatuur behandelen als een zichzelf permanent vernieuwend hedendaags medium, dat zowel analoog als digitaal is – en niet gratis.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard van 4 september 2009.)

Geen opmerkingen: