zaterdag 16 januari 2010

De killer van Kaggevinne - over de banaliteit van het kwaad


Alweer heeft het kwaad een nieuw gezicht gekregen. Dit keer van een psychopaat uit Loksbergen. In hem vindt de duivel zijn welbehagen. Wijlen JMH Berckmans, groot kenner van de onderkant des levens, publiceerde in 1991 het omineuze verhaal ‘De killer van Kaggevinne’. ‘Hij is de beroemdste man van het land. Maar niemand kent hem. Achter het masker van de killer van Kaggevinne zit het tweede masker van de killer van Kaggevinne. Soms zijn het er maar twee. Soms zijn het er honderden. Soms duizend rond.’ Kaggevinne ligt op 10 kilometer van Loksbergen, aan de onzalige oever van het kwaad.

(Politiefoto's van Betty Short, alias The Black Dahlia.)
De onachterhaalbare tijd doet ons vergeten dat het irrationele geweld van de mens niet verdwijnt. Nooit. ‘Over het algemeen hebben wijsgeren de dierlijke oorsprongen van de mens ontkend of gebagatelliseerd’, schrijft de Nederlandse filosoof Hans Achterhuis. Hij noemt zijn vorig jaar verschenen magnum opus Met alle geweldeen filosofische zoektocht’. Als kind van de jaren ‘60 besteedt Achterhuis bijzondere aandacht aan ideologisch verantwoord geweld, dat toen ook populair was bij mensen die in sociale rechtvaardigheid geloofden. De eeuwenoude theorie van de rechtvaardige oorlog leunt daar nauw bij aan. Zijne heiligheid Obama heeft onlangs nog in Oslo duidelijk gemaakt dat je mag schieten als de tegenpartij niet wil onderhandelen. Er is ons veel gelegen aan preventie. Maar een extra slot op de deur helpt niet. Als we weten wat er op ons afkomt, dan kunnen we volgens Achterhuis misschien leren omgaan met dreiging. De killer van Kaggevinne zal ons echter eeuwig ontsnappen.

Achterhuis levert een briljante poging om tegen zichzelf en de morele vooroordelen van de geschiedenis in te denken. Hij wil koste wat het kost de toenemende verschijningsvormen en betekenissen van het geweld te begrijpen. Telkens als hij op een moraliserende dooddoener stuit, voert hij een dissectie uit. De nobele wilde, onschuldig geboren en verknoeid door de samenleving? Gevaarlijke prietpraat. De droom van een geweldloze wereld? Een vrijgeleide voor tirannen. Morele monsters die niets te maken hebben met normale mensen? Een vorm van verblinding. Zowel lokaal als internationaal lijkt ‘het geweld zich snel en onontkoombaar uit te breiden’, stelt Achterhuis vast. Niet iedereen zou dit als uitgangspunt nemen. De Canadese psycholoog Steven Pinker stelt bijvoorbeeld vast dat we vandaag veel minder last hebben van bijgeloof, slavernij, mensenoffers, grootschalige verminking, standrechtelijke executies, pogroms en politieke moorden. Onwaarschijnlijk? Volgens Pinker wijst elk systematisch historisch onderzoek naar onveiligheid op een duidelijke daling. Dat nietige onderzoeken van ons wordt verpletterd door de monumentale evolutionaire erfenis van de killer van Kaggevinne. Die dwingt ons onder ogen te zien dat we tot het ergste in staat zijn.

Net omwille van die ondoordringbare kern van slechtheid zoekt Achterhuis zijn heil in de literatuur, de techniek die wij mensapen hebben bedacht om andere werkelijkheden te verbeelden. Achterhuis leest vol bewondering Coetzee en maakt van de Zuid-Afrikaanse omgang met het voorbije apartheidsgeweld een rode draad in zijn boek. Morele onverschrokkenheid, genre ‘I have a dream’, is voor Achterhuis een uitgelezen manier om gewelddadige situaties niet uit de hand te laten lopen. Vandaar ook zijn voorliefde voor Oorlog en vrede van Leo Tolstoj, een Russisch epos over de Napoleontische oorlogen. Tolstoj laat zijn personages met grote moeite naar een zinvol leven streven, terwijl het geweld hen achtervolgt.

Om slachtoffers van geweld nog beter te begrijpen zou Achterhuis de boeken van James Ellroy moeten lezen, meerbepaald de roman The Black Dahlia en de autobiografie My Dark Places. Ellroy’s moeder werd vermoord toen hij tien was. ‘Ze was een klassiek geval van een lijk dat laat in de nacht langs de weg was gedumpt.’ Als Ellroy schrijft, is het alsof hij met de blote vuisten bokst. Dat doe hij graag, ‘the demon dog’, een overdosis testosteron veinzen. Maar zijn verslag van zijn jarenlange zoektocht naar de dader is eerder verstikkend. Want achter het masker van elke mogelijke dader zit er een ander verborgen. Op het einde van My Dark Places is het onwaarschijnlijk dat de schrijver ooit zijn onderzoek kan afsluiten. Als kind was Ellroy gevlucht in de mythevorming rond Betty Short, alias ‘the black dahlia’, een prostituée die beestachtig werd vermoord op 15 januari 1947. In Betty Short ontwaart Ellroy een vervangster van zijn moeder. In de caleidoscopische roman die hij over haar heeft geschreven, is zij eigenlijk al dood. Ellroy schrijft over de gevolgen van het geweld, en hoe het gerecht en de politie in Los Angeles kraken onder de corruptie. Ook de moordenaar van the black dahlia is nooit ontmaskerd.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard der Letteren van 15 januari 2010.)

Geen opmerkingen: