zaterdag 29 mei 2010

De republiek van het ik - over rationele keuzes die er geen zijn (Ayn Rand - Atlas Shrugged)

Ziehier Michael Douglas in 1987, als Gordon Gekko in Wall Street. Slechteriken schoren zich en droegen een das. Dat waren tijden! Het rationele egoïsme van Gordon Gekko staat nog steeds in hoog aanzien. Net zoals ons geloof in de rationele keuzes die we zogezegd maken: over de toekomst van België, Europa, de Westerse beschaving, over euthanasie, epicurisme, economie, identiteit en nationaliteit. Een fundamentalistisch geloof in pragmatiek is vaak een excuus voor het blind nastreven van eigenbelang - nationalisten zijn meester geworden in het gebruik van dit sofisme. Met Bentham of het utilitarisme heeft het allemaal niets meer te maken. Het doet eerder aan nihilisme denken of het bewustzijnsniveau van een lagere diersoort. Ons vertrouwen in de rationele keuze is overdreven. Hoe meer we kunnen weten (en dat vermogen neemt dankzij web 2.0 alleen maar toe), hoe irrationeler we lijken te handelen.

 Uiteindelijk is alle ellende de schuld van de Léo Férré van Retie: Juul Kabas. Dertig jaar geleden heeft hij ons ingefluisterd dat we niet zo hard ons best moeten doen. Zijn luimige schlager ‘Het zijn zotten die werken’ is ook de OESO en het IMF niet ontgaan. Onze activiteitsgraad ging met een snok naar omlaag. Waar is de tijd dat de Lissabonstrategie ons nog gouden bergen in het vooruitzicht stelde. Dat was in het gezegende jaar 2000. Amper vier jaar later kondigde Romano Prodi, de toenmalige voorzitter van de Europese Commissie, aan dat de strategie een slag in het water was. Sindsdien proberen we ons wijs te maken dat er elegante oplossingen bestaan om de economische aderverkalking tegen te gaan. Het opvoeren van een communautaire operette bijvoorbeeld. O wee als er straks een verlichte ziel op het idee komt om de romans van Ayn Rand te lezen.

Galt: ‘Wil je dat ik de Economische Dictator word?’ Thompson: ‘Ja!’ Galt: ‘En zal je al mijn orders opvolgen?’ Thomson: ‘Zonder morren!’ Galt: ‘Begin dan maar met het afschaffen van alle inkomensbelastingen.’ ‘O nee!’ riep Thompson. Hij sprong recht. ‘Dat kunnen we niet doen. Hoe moeten we dan onze regeringsmedewerkers betalen?’ Galt: ‘Stuur je regeringsmedewerkers de laan uit.’

In deze kenschetsende passage uit Atlas Shrugged (1957) wordt ondernemer John Galt neergezet als een mythische held. Atlas torst de wereld, maar als hij er de brui aan geeft, stort alles in elkaar. De samenleving in Atlas Shrugged gaat ten onder aan overheidsbemoeienis en collectivistische wanen. Er worden voortdurend decreten uitgevaardigd om de samenleving te regelen en te controleren. De zakenwereld wordt versmacht, wat tot een impasse leid. Een voor een verdwijnen de leiders van de economische elite van het toneel. Ze gaan in staking tegen het staatsmisbruik van hun individuele prestaties. Op het eind van het boek spreekt het hoofdpersonage John Galt in een grote speech de lof van het ondernemen uit.

Het stugge proza van Atlas Shrugged openbaart de filosofie van Ayn Rand, het objectivisme. De werkelijkheid is zoals hij is. Daardoor wordt objectieve kennis mogelijk. Het nastreven van het rationele eigenbelang vormt het enig mogelijke en juiste doel. De enige manier om dat goed te doen is door de markt volledig de vrije hand te laten. Die houding bracht in het najaar van 2008 het Armageddon teweeg. Mede onder druk van de Amerikaanse vastgoedcrisis ging Lehman brothers over de kop en implodeerde de financiële sector. Wereldwijd werd met scherp geschoten op de man die een hoofdrol speelde in menige complottheorie. Het ging om de schraalhans van Wallstreet, het orakel, the Maestro: Alan Greenspan. Uit angst voor deflatie had hij als voorzitter van de FED de rente zo laag gehouden dat geld spotgoedkoop werd. In de ogen van zijn tegenstanders stimuleerde hij een woeste creatieve destructie die het kapitalisme onbeheersbaar maakte. Greenspans delirium hebben we echter niet te danken aan de Amerikanen en hun door velen gehate systeem, maar wel aan de romans van Ayn Rand.

Als jonge econoom kwam Greenspan in contact met Ayn Rand, nadat ze internationale faam had verworven met haar bestseller The Fountainhead (1943). Greenspan maakte deel uit van een kleine schare hondstrouwe volgelingen. Tot op vandaag blijft hij een overtuigd objectivist. De crash van 2008 heeft hij ‘a flaw in the model’ genoemd, een technische fout. Hoe dom kun je zijn. Van 1987 tot 2006 was Greenspan de machtigste centrale bankier ter wereld. En net die man gelooft dat de markt helemaal vanzelf het evenwicht zoekt. Zelfs voor een überkapitalist als Georges Soros is die houding totaal pervers, ‘te vergelijken met de wetenschappelijk onderbouwde waarheden van het marxisme’. Zeker de financiële werkelijkheid wordt in grote mate bepaald door de manier waarop we haar interpreteren. Bovendien handelen mensen irrationeler dan ze zelf denken. Soros vat die toestand samen in het begrip ‘reflexiviteit’.

Ideeëngeschiedenis bevat altijd een hoge dosis ironie. Zo’n idee heeft zelden de gevolgen die de bedenker heeft voorspeld of gewenst. Vaak gebeurt net het tegenovergestelde, zoals bij Juul Kabas of Alan Greenspan. Nog vaker keren ideeën na een tijdje gewoon terug, wat ons op het niveau van de goudvis zet. Zoals vandaag. Alweer zijn we verwikkeld in een steriele discussie over de omvang van de staat en de ordening van politieke macht, in de hoop dat de samenleving zichzelf even regelt. Het is alvast een reden om Ayn Rand wél aandachtig te lezen.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen in De Standaard der Letteren van 29 mei 2010.)

Geen opmerkingen: