vrijdag 5 november 2010

Afscheid van de randkatholiek

(Tegen een bal trappen gaat tegenwoordig wat minder, maar de aap uithangen lukt nog steeds geweldig: na een kruis, een rozenkrans, twee draken, een grasmaaier, een Perzisch tapijt en het alfabet heeft Beckham een afbeelding van Jezus op zijn lijf laten zetten. Het oordeel van de redactie van het Motoronderhoud is genadeloos: ranzige randkatholiek!)
Alle soms praktiserende monotheïsten beleven weinig opbeurende momenten, net als hun niet al te hevig strijdende vrijdenkende broeders en zusters - of de steeds groter worden groep recreatieve ietsisten, areligieuzen en nieuwe heidenen. Het momentum begunstigt de radicalen en de zuiveren. Die contrareformatie lijkt slachtoffers te maken, zoals de randkatholiek. Zonder zich te veel vragen te stellen over liturgie of evangelie namen de randkatholieken hun toevlucht tot de rituelen en de zuil. Die gewoonte heeft misschien haar beste tijd gehad.


(Met interventies van Christopher Hitchens, Jacques Gaillot, Charles Taylor, Conrad Detrez en Immanuel Kant.)
We zijn het gewend om elkaar als ongelovigen te zien. God lijkt zo intens afwezig dat we veel dichter bij de Franse laïcité staan dan we toegeven. Maar dit vlakke beeld verbergt vele vormen van geloof en ongeloof die staan te dringen om elkaars plaats in te nemen. Vanzelfsprekend is die wedijver niet, evenmin als de strategie om hem in een maatschappelijk aanvaarbare richting te sturen. Bovendien is de consequentie van pluralisme dat religie verdwijnt uit het publieke leven, een even onvermijdelijke als terechte ontwikkeling. In de democratie zoals wij die beoefenen moet de staat streven naar een gelijkberechtiging die de basis vormt van wat John Rawls ‘de overlappende consensus’ noemt.


(Charles Taylor legt het uit. Negeer de vervelende reclame in het begin van de opname. Klik om meer te zien door naar de site van FORA.tv. Ga daarna verder op The Immanent Frame, een geweldige Amerikaanse blog over het seculiere, geloof en de publieke ruimte. De kern van de blog is een immer doorlopende discussie over het magnum opus van Charles Taylor, A secular age.)



Naarmate religie haar dominante, bindende kracht heeft verloren, is de individuele geloofservaring belangrijker geworden. Die autonomie heeft het kompas van de bisschop van Rome niet meer nodig en staat vaak los van om het even welke godsdienst. Katholieken zijn daardoor geen slechtere mensen geworden. En de menselijke drang om voor anderen te zorgen is niet verdwenen. In de seculariseringstheorie van Durkheim leidt het tanende geloof tot een zwakkere cohesie van de samenleving. Maar onze werkelijkheid logenstraft dit. De cohesie hangt vandaag af van andere factoren, zoals de economische conjunctuur, de definitie van het algemeen belang en onze individuele keuzes.
Als God dan toch een gastoptreden geeft in het publieke leven, dan vaak als probleem of als volksgebruik. Meisjes met hoofddoeken maken ons zenuwachtig, omdat hun beslissing de consensus verstoort. Of al die zusters daarmee de orthodoxie belijden of begrijpen, is zeer de vraag. Ook in het gedrag van randkatholieken spelen er persoonlijke, areligieuze redenen mee wanneer ze op de grote levensmomenten teruggrijpen naar gebruiken die hun grotendeels duister blijven. Die onwennigheid delen ze met heel wat ongelovigen voor wie de toepassing van rituelen uitdraait op trial-and-error. Over die optelsom van oprecht geklungel, tegenstrijdige authenticiteit en menselijke fantasie is tijdens de afgelopen eeuw een berg literatuur geschreven, van Julien Green en Conrad Detrez tot Graham Greene, Frans Kellendonk en Gerard Reve. Romans die niet zelden nog slechts met een handleiding te lezen zijn, omdat de rumoerige twisten van de secularisering haast in stilte lijken uitgedoofd.

    retrouver ce média sur www.ina.fr
(Vreemde vogel Conrad Detrez. Maar wat een boeken. Zijn afscheid van het geloof verliep nogal luidruchtig.)

Maar misschien moet dat verhaal niet in de verleden tijd worden gezet en vormen  levenbeschouwelijke dilemma’s een perpetuum mobile dat eerder fundamentele dan traumatische discussies opwekt. Atheïsten als Richard Dawkins en Christopher Hitchens staan uiteraard niet broederlijk zij aan zij met katholieke filosofen, zoals Jean-Claude Marion, de sidekick van wijlen kardinaal Lustiger, of denkers die religie positief ervaren, zoals Ger Groot. Het is echter onmogelijk om ze los van elkaar te lezen. Groot is verantwoordelijk voor het elegantste boek over geloven dat de afgelopen jaren in het Nederlands is verschenen: Het krediet van het credo. Als ‘seculiere katholiek’ beschrijft Groot de crisis die de goddeloosheid in onze contreien doormaakt. Het geloof dat hij verdedigt, staat of valt met principiële onzekerheid. ‘In dit boek probeer ik vanuit een atheïstische overtuiging iets te begrijpen van de kracht en aantrekkelijkheid van de godsdienst.’ De flamboyante, maar vandaag helaas doodzieke Christopher Hitchens is het best gekend voor God Is Not Great, een spectaculaire aanval op het geloof door de eeuwen heen. (Hitchens heeft overigens uitdrukkelijk gevraagd niet voor hem te bidden.) Even interessant is de collectie bronteksten die Hitchens hierbij in stelling brengt: The Portable Atheist. Hij noemt deze essentiële bloemlezing een ‘anthology of combat with humanity’s oldest enemy’. Klassieken als Lucretius, John Stuart Mill en Charles Darwin staan naast Salman Rushdie, Ian McEwan en Ayaan Hirsi Ali.

(That's entertainment. Christopher Hitchens op C-SPAN, een interview in zes delen.)

Onze toekomst ligt voor een groot deel in de voortdurende reflectie op dat verleden. Terwijl politiek en media zo goed als blind blijven voor de communautarisering van de Belgische steden, gaat die communautarisering, net als in de rest van Europa, onverminderd verder. De onverklaarbare knulligheid waarmee we ons migratiebeleid om zeep helpen is daar het beste bewijs van. Het non-beleid versnelt de communautarisering alleen maar, wat de slechtst mogelijke keuze is. Ruim twintig jaar na de val van de Muur slagen we er nog steeds niet in om een enigszins rationeel debat te voeren over hoe we samenleving en burgerschap moeten hervormen. In plaats van het debat aan te gaan trekken velen nog steeds uit de stad weg, een overigens volstrekt begrijpelijke trend. De Belgische grootsteden zijn ingewikkelde, moeilijke en dure leefomgevingen geworden waar lang niet iedereen zich op zijn plaats voelt. Helaas verschuift de agora daardoor naar randgemeenten, wat in het maatschappelijke en politieke debat tot behoorlijk wat optisch bedrog leidt.
De communautarisering heeft ook rechtstreekse gevolgen voor de seculiere, vaag pluralistische norm die we hanteren. Strookt die norm nog wel met de gecommunautariseerde werkelijkheid in onze steden? De vraag of God een toekomst heeft, klinkt vandaag nogal retorisch. Maar dat hebben we niet altijd door, laat staan dat we ons nog de geschiedenis van God herinneren. Het verdient daarom aanbeveling om ook Een geschiedenis van God van Karen Armstrong te herlezen, wat haar meest relevante boek blijft. ‘Als we in de 21e eeuw een intens en vernieuwend geloof willen zien ontstaan, dan past het misschien om goed na te denken over de geschiedenis van God, met de bedoeling er enkele lessen en waarschuwingen uit te halen.’
De secularisering heeft alleszins duidelijk gemaakt dat het onmogelijk is om tabula rasa te maken. De geschiedenis sluipt altijd langs de achterdeur weer binnen. En dus is het wenselijk om dat verleden in acht te nemen. Armstrong doet dit door de ontwikkeling van het monotheïsme te beschrijven. Het concept van God heeft in de loop der eeuwen dramatische wendingen ondergaan. Een geschiedenis van God gaat in de breedte: van Abraham, de stamvader van ieder die in God gelooft, tot Auschwitz. In het autobiografische verslag Nacht vertelt Eli Wiesel hoe hij in het concentratiekamp zijn geloof verliest. Wiesel en andere gevangenen moeten toekijken hoe een kind wordt terechtgesteld. Waar is God? vraagt Wiesel zich af. ‘Hier – hier is Hij opgehangen – aan deze galg.’
De vraag van Wiesel is cruciaal. Armstrong toont hoe de mens God heeft gebruikt om een betekenis te geven aan de wreedheid van het leven, met evenveel hoop als wanhoop tot gevolg. In de verwevenheid van het jodendom, het christendom en de islam ontdekt Armstrong veel gelijkenissen. De drie monotheïstische godsdiensten hebben altijd geworsteld met het waanidee van de uitverkiezing, de schepping, het lijden en de persoonlijke God. Keer op keer laveren de gelovigen tussen mystieke en filosofische uitersten.
Toen A History of God verscheen in 1993 had niemand het immense succes van het boek kunnen voorspellen. Na de val van de Muur had het strijdbare katholicisme van Paus Johannes Paulus II haar beste tijd gehad. De zee van geloof was, naar de beruchte metafoor van Matthew Arnold, wel bijzonder ver teruggerold. We waren er eindelijk van af. We leefden in de beste der werelden. We genoten de luxe om ons te vermeien met zelfontplooiing en chakra healing. En toen kwam dus die wat gereserveerde Engelse ex-non op de proppen met haar visie op de kerkvaders, het samengaan van geloof en rationalisme in de falsafah en de striemende kritiek op de persoonlijke God. Pro memorie: die laatste is vaak misbruikt om erge dingen te rechtvaardigen. De oude ideeën over God en de oude theologie werken niet meer, zegt Armstrong. Ze pleit al jaren voor een nieuwe vorm van geloof, een ander verhaal gebaseerd op daden, barmhartigheid en wederzijds respect. Armstrongs heeft een planetaire status bereikt die ze in 2009 bezegelde door haar http://charterforcompassion.org/ te lanceren. Intussen is God helemaal terug en is West-Europa verwikkeld in een spectaculaire worsteling met zichzelf.
Een door het centrale gezag van de rooms-katholieke kerk verrichte handeling of genomen besluit is voor de hele wereld geldig. Maar West-Europa is de hele wereld niet. Om van België nog te zwijgen. De stem van de paus klonk hier niet luid meer. Sinds de nieuwe stroom van pedofilieschandalen in de Europese kerk vindt Joseph Ratzinger eenvoudigweg geen gehoor meer. Zijn reis naar het Verenigd Koninkrijk was een dieptepunt, terwijl het net andersom had gekund met de zaligverklaring van kardinaal Newman, een van de inspiratiebronnen van Vaticanum II. Naar Vaticaanse maatstaven hanteerde Ratzinger duidelijke taal, maar ongemakkelijke uitspraken over de vrije wil en de onschuld van het kerkelijke instituut zorgde ervoor dat de boodschap amper werd opgepikt. In het beste geval was dit een doordachte journalistieke keuze die op spontane wijze werd gedeeld door talloze Europese collega-journalisten. In het slechtste geval was men niet meer bij machte om de boodschap te begrijpen, omdat de boodschap niet voldeed.
Gelukkig klinkt het door merg en been snijdende drama van pedofilieslachtoffers luider dan de ongelukkige crisiscommunicatie van de kerk. Naast talloze terechte en weinig flatteuze vaststellingen over het kerkelijke instituut valt het toch ook op dat haar communicatie het publiek niet meer bereikt. Theologische nuances in de evangelische schuldbekentenis worden niet geregistreerd door de media. In de slipstream van het pedofiliedrama maakte moraalfilosoof Patrick Loobuyck zich de bedenking of er nog echte katholieken zijn: ‘Heeft het Belgische Volk Gods nog iets met de inhoud van de katholieke leer te maken of wordt het voornamelijk gekenmerkt door levensbeschouwelijke lauwheid, onverschilligheid of erger nog: hypocrisie?’
De cruciale vraag van Loobuyck kan gesteld worden aan eenieder die gezegend is met of geplaagd wordt door een ethisch bewustzijn. Maar voor katholieken die hun moreel handelen in de weegschaal van het georganiseerde geloof zouden moeten leggen, is de vraag eerder pijnlijk. De secularisering van West-Europa leek af te stevenen op een aimabele en hoogst onderhoudende discussie, zoals die tussen Joseph Ratzinger en Jürgen Habermas. In het boek Dialectiek van de secularisering spreken ze vol overtuiging over de noodzakelijke dialoog tussen gelovigen en ongelovigen. De verlichtingsfilosoof pleit voor een ‘nieuwe’ manier om religie een plaats in de seculiere samenleving te geven. De toenmalige Prefect van de Congregatie van de Geloofsleer benadrukt dan weer dat religie zonder rede gevaarlijk is en tot onmenselijke excessen kan leiden.
De schandalen confronteren de kerk met een onnoemelijk moreel deficit. In alle geledingen, ordes en structuren werden er zedenfeiten gepleegd, toegedekt of vergoelijkt. Zelfs herauten van de progressieve kerk, zoals monseigneur Gaillot, gaan publiekelijk voor de bijl. De bisschop van Partenia gaf toe dat hij een pedofiele geestelijke had tewerkgesteld toen hij nog de fel gecontesteerde bisschop van Evreux was. In het recente interviewboek Avance et tu seras libre komt Gaillot, vijfenzeventig intussen, naar voren als een kwetsbare man die ondanks alles zijn engagement voor de verstotenen der aarde gestand doet. Dat ‘ondanks alles’ leidt in de huidige omstandigheden automatisch tot de vraag waarom hij dan nog gelooft. Bijna vijftig jaar na Vaticanum II zijn de katholieken terug bij af. Het is alsof de intellectuele gevechten op leven en dood tussen traditionalisten en bevrijdingstheologen niet hebben plaatsgevonden. Fans van de Tridentijnse ritus, katholieke alternativo’s, parochiepastoors, vormselmedewerkers, de gewoontedieren van de elfurenmis, gebedsgemeenschappen, kloosters en aanverwante percelen van Gods akker: alles en iedereen wordt bij elkaar geveegd.

(Portret van Jacques Gaillot tijdens het programma Vie publique, vie privée op France3, 11 juni 2010.)

In de geschiedenis van de kerk zijn er nogal wat groteske drama’s die met machtsmisbruik te maken hebben. Meestal waren die droeve episodes het gevolg van een abnormale band tussen religieuze en wereldlijke macht, zoals bij de Borgia’s of bij de kruistochten. Bij de Europese kruistocht van 1209 tegen de Albigenzen en de Katharen bijvoorbeeld deed Amaldus Amalryci, abt van de abdij van Cîteaux, zijn al even beroemde als apocriefe uitspraak: ‘Dood ze allemaal. God zal de zijnen wel herkennen.’ Béziers is toen volledig van de kaart geveegd. Ruim twintigduizend christenen gingen eraan. Het hopeloos versplinterde Europa werd met grote moeite bij elkaar gehouden door het geloof. Die ene politieke factor vormde ook de inzet van gigantische zuiveringen in en buiten Europa, waarbij de verdediging van het geloof en van de feodale belangen haast volledig samenvielen.
Het pedofilieschandaal in de kerk berust op aberrant gedrag dat is ontstaan in een omgeving waar een triomfalistisch geloof heerste. De verzuiling regelde het leven van de wieg tot in de kist en verleende de kerk een machtsbasis die vandaag nog moeilijk te bevatten is. Het bracht ook een gebrek aan transparantie met zich mee dat ontegensprekelijk heeft geleid tot straffeloosheid. De religieuze moraal viel grotendeels samen met de publieke moraal, ondanks de scheiding van Kerk en Staat. Vandaag bestaat die band niet meer, wat meteen een antwoord is op de sceptische vraag van Patrick Loobuyck. Hier eindigt voorgoed de periode waarin strijdende katholieken zich nog trots, een late echo van het triomfalisme, konden beroepen op een zwijgende meerderheid van randgelovigen. Dat is een opluchting, want die posttriomfalistische illusie was evenveel waard als de kaduke kerkstructuren die eerder instorten dan te worden vervangen. Maar het zou een pijnlijke vergissing zijn om in dit morele bankroet het einde van God in de samenleving te lezen.






Karin Armstrong, Een geschiedenis van God. Vierduizend jaar jodendom, christendom en islam, Baarn, 1995.
Jacques Gaillot, Avance et tu seras libre. Entretiens avec Elizabeth Coquart et Philippe Huet, Parijs, 2010.
Ger Groot, Het krediet van het credo. Godsdienst, ongeloof, katholicisme, Amsterdam, 2006.
Jürgen Habermas en Joseph Ratzinger, Dialectiek van de secularisering. Over rede en religie, Kampen, 2009.
Christopher Hitchens, God Is Not Great. How Religion Poisons Everything, Londen, 2007.
Christopher Hitchens, The Portable Atheist. Essential Readings for the Nonbeliever, New York, 2007.
Patrick Loobuyck, ‘Ons eeuwig lauwe Volk Gods’, De Morgen, 25-9-2010.
Eli Wiesel, Nacht. Amsterdam, 2006.

(Dit stuk verscheen ook in Streven van november 2010.)

Geen opmerkingen: