vrijdag 17 juni 2011

Ik loop wel met mezelf



(De originele trailer van Marathon Man: de 20 km van Brussel is hier niets tegen.)

Deze week in Knack Extra: 1.000.000 Vlamingen lopen. Evenveel als er in 1979 op Tindemans stemden. Wellicht geen omen, maar slimmere mensen zullen hier ongetwijfeld de gulden snede van Fibonacci in herkennen. De jacht op verklaringen is open: zijn het de randkatholieken die afhaken en het op een lopen zetten? Slaan we op de vlucht, als hamsters in een tredmolen, wanhopig rondjes draaiend in een of ander stadspark? Of zijn wij allen gereïncarneerde Griekse helden die eindelijk hun helmboswuivende zelf hebben ontdekt? Onvermijdelijke vraag: maar hoeveel denken er na? En zijn er die net gaan lopen om het hoofd leeg te maken? Of kunnen ze alleen maar helder denken terwijl ze lopen - zoals Descartes in zijn bed bleef liggen en naar de vliegen staarde om geniaal te kunnen zijn? Daarom: enkele boeken en films over het edele hardlopen.


The loneliness of the long distance runner

Zelfs in kleur zou The loneliness of the long distance runner alleen grijstinten tonen. Deze cultfilm uit 1962 van regisseur Tony Richardson is gebaseerd op het gelijknamige kortverhaal van de Britse schrijver Alan Sillitoe. Colin is een jonge loser uit Nottingham die uit ballorigheid inbreekt bij de bakker op de hoek. Hij wordt gepakt en naar een verbeteringsgesticht gestuurd. Daar ontdekt de directeur van de instelling zijn atletisch talent. Een veldloop waarin de jonge boefjes het opnemen tegen bevoorrechte collegejeugd biedt hem de kans om zich te rehabiliteren. Colin loopt de ziel uit zijn lijf, haalt de meet met een straatlengte voorsprong, maar verliest met opzet. Het is Colins wraak op het systeem. Zijn daad van opstandigheid symboliseerde de woede van een generatie jongeren die in het naoorlogse Groot-Brittannië aan het kortste eind trokken. De heropbouw van het land voltrok zich in een sfeer van algehele schraalheid. Dat miezerige bestaan inspireerde niet alleen Allan Sillitoe, maar ook theaterauteurs John Osborne en Nobelprijswinnaar Harold Pinter – in zijn jonge jaren een fervent loper. Hun antihelden waren slecht opgeleid, verward, kansloos en kwaad. The loneliness of the long distance runner wordt voorgesteld als een ode aan de compromisloze vrijheid. Om te winnen moet Colin verliezen. De lange loopscènes die de rode draad vormen, zijn eerder vluchtpogingen van een man bij wie de ondergang op de hielen zit. De film kan allerminst dienen als reclame voor Nike Free. Colin draagt iets wat op laag afgesneden derdehands legerbottines lijkt. En hij rookt! In de claustrofobisch kleine kamers van zijn ouderlijk huis, in de mistige fabriekstraten van de Midlands, in de armen van zijn sjofel lief: Colin vindt overal redenen om het hazenpad te kiezen. Zijn lafheid is een wanhoopsdaad die in de nerveus gemonteerd film van Tony Richardson niet tot een oplossing leidt. Het nihilisme van de langeafstandloper.


Zonder sokken, zonder zorgen (Marathonman)

Na de oorlog ontsnapte de oorlogsmisdadiger Joseph Mengele, naar Zuid-Amerika. De laatste jaren van zijn leven bracht hij ongestoord door in Brazilië. De mythische, ongrijpbare psychopaat sprak tot de verbeelding van complotdenkers. Zij werden op hun wenken bediend met Marathonman, een paranoïde blockbuster uit 1976 van de Britse regisseur John Schlesinger. In theorie had Mengele, die in 1979 stierf, de film kunnen zien. Szell, het personage van Lawrence Olivier, is gebaseerd op leven en werk van de engel des doods. Het grote verschil is dat Szell naar New York trekt om de diamantschat op te halen die hij van zijn Joodse slachtoffers heeft gestolen. Aan het begin van Marathonman loopt Abele Bikila de Olympische marathon van Rome, in 1960. Blootsvoets. Zijn overwinning was een symbolische vernedering van de Italianen, de oud-kolonisatoren van Ethiopië. In de film ontsnapt de Joodse student Babe, gespeeld door Dustin Hoffman, uit de klauwen van Szell. Babe, een getraind loper, vlucht eveneens blootsvoets, na een martelscène met een tandartsboor. De akelige filmmuziek van Michael Small benadrukt hoe zielig eenzaam lopen in de jaren zeventig moet geweest zijn. Een sport voor mensen die aan melancholie lijden en zich nergens thuis voelen.


Zwetende openbaringen

Misschien is hardlopen een nieuwe religie. Het staat hoe dan ook vast dat er een loophemel en –hel bestaan. De loopliteratuur bevat op dit punt geen twijfels. ‘Elke dag dat je hardloopt, ga je niet dood’, beweert Antoine Rongen in zijn autobiografisch handboek Finishen als een jonge god. Op weg naar de marathon van New York (Kosmos). Even later meldt hij: ‘Als je zweet, ejaculeren je poriën.’ Er staat gelukkig geen illustratie naast deze passage, maar het punt is duidelijk. Lopers ontstijgen iets: zichzelf, hun beperkingen en vaak ook de wereld. Alle teksten in de verhalenbundel Runner’s high. De beste hardloopverhalen (Nieuw Amsterdam) gaan van ver of dichtbij over dat diepgewortelde verlangen naar transcendentie. Al was het maar dat je enige tijd je hoofd kan leegmaken. ‘Lopen is bidden voor de ongelovige, de zoekende’, schrijft Joke Spaey in haar verhaal. De voorbereiding op een wedstrijd, het eindeloze trainen, de strenge voedingsgewoonten: wie de loopvoorschriften naar de letter volgt, doet in weinig onder voor othodoxe gelovige van eender welke gezindheid. Alles staat in het teken van een groots ritueel dat in groep wordt opgevoerd. De beloning voor de inspanningen ligt in de toekomst.

Omdat lopers betere mensen worden, kunnen ze zich blijven verbeteren. Met dat doel voor ogen worden er ontelbare toverformules bedacht, zoals het recente handboek Bewust hardlopen (Sporthuis). Daarin stippelen Ronald Valkenburg en Elma Sandee dit pad nauwkeurig uit. Antoine Rongen noemt het doodernstig ‘de weg’. Johannes de evangelist, auteur van de evergreen ‘ik ben de weg, de waarheid en het leven’, had wellicht nooit gedacht dat hij ooit als sportpedagoog zou worden gerecycleerd. Los daarvan kan het ook niet anders dat amateurs die Bewust hardlopen nauwgezet volgen, grote sprongen voorwaarts maken. Het boek is een meticuleus opgebouwde methode die alles ten dienste stelt van het loopresultaat. Lopen lijkt meer op het bijstellen van een uurwerk. Maar niet iedereen wil op de klok kijken.

‘Wat ik aan de sport het meeste vrees, is de overwinning’, schrijft Midas Dekkers in het ontnuchterende Lichamelijke oefening. Vooroordelen ontkrachten is een grote hobby van Dekkers en dus stelt hij terecht vragen bij de intensiteit en omvang van het sportbedrijf en het lopen. Hij schetst een royale geschiedenis van het menselijke bewegen en steekt zijn afkeer voor de gecommercialiseerde competitie niet onder stoelen of banken. Sport kan ook aangenaam zijn, zonder te vervallen in nodeloze martelingen of devotie. Het ietsisme in de sport, dat is het deel van de huidige generatie lopers die kicken op de vage spirituele dimensie. Het nieuwe bidden moet het hoofd leegmaken en de batterijen opladen, want wij zijn garagisten in het diepst van onze gedachten – ons lichaam is een machine die we perfect kunnen afstellen. Maar lopen heeft in de loop der eeuwen wel degelijk andere functies vervuld, zoals de Noorse auteur Thor Gotaas met verve aantoont in zijn Hardlopen. Een wereldgeschiedenis (Athenaeum–Polak & Van Gennep).

Gotaas vertelt de grote loopexploten van Abele Bikila, Said Aoiuta, Henry Rono en vele andere als een goed verhaal. Verrassend is het aantal atypische loopverhalen dat Gotaas opdiept. In het achttiende-eeuwse Engeland was naakt hardlopen zeer populair, met drukbezochte gescheiden wedstrijden voor mannen en vrouwen. Bij de oude Egyptenaren vormde hardlopen dan weer een bezegeling van de politieke macht van de farao. Ramses II liep tot op vergevorderde leeftijd om zijn strepen te bewijzen. En dan is er nog de Romeinse arts Galenus, verre voorvader van onze Andries ‘Vesalius’ Van Wesel, die gladiatoren aanraadde om overgewicht te verliezen door te hardlopen. De weinige bronnen die Gotaas vóór de achttiende eeuw ontdekt, stroken met de bevindingen die hij vandaag doet. Of het nu om Mesopotamië gaat, Egypte, het Romeinse rijk of het oude Griekenland, overal had lopen een rituele functie en was het niet onbelangrijk om te winnen. En bovenal: lopen is een oeroude instinctieve daad. ‘De hardloper beweegt zich op dezelfde manier als onze voorouders in Afrika deden toen ze over de savannes renden om te overleven – precies zoals de Kenianen dat vandaag de dag nog doen.’

Geen opmerkingen: