donderdag 2 december 2010

Parijse oorlogen - over Anthony Beevor, Sartre en het minder idyllische Parijs

Met de bevrijding van Parijs in augustus 1944 begon de oorlog pas goed. Politiek en samenleving stonden in het bevrijde Frankrijk op gespannen voet. Na D-Day, Stalingrad, Berlijn, Kreta en De strijd om Spanje maakt het Anthony Beevor tijd voor Parijs.


(Op de foto: maison close in Parijs, een van de populaire plekken van de collaboration horizontale, in 1946 gesloten op instigatie van mevrouw De Gaulle.) 

(Met interventies van Sartre, Raymond Aron en Pétain.)


Als nostalgie het belangrijkste exportproduct van Frankrijk zou zijn, dan deed Parijs dienst als het grote magazijn. Ware het niet dat schijn bedriegt. De brede boulevards werden door Haussmann aangelegd om het kanonnen makkelijk te maken opstanden in flarden te schieten, niet om te flaneren. En dan is er die historische vrijheidszin en levenslust, kwaliteiten die Parijs verzinnebeeldt. Op kunstenaars, denkers en schrijvers oefent de stad een fatale aantrekkingskracht uit. Maar in vele gevallen hebben de sirenen van de Franse revolutie de levenskracht uit hun slachtoffers weggetrokken. Het revolutionaire engagement staat er dan borg voor dat men zich in de voet schiet of, zoals Jean-Paul Sartre, geweld begint te verheerlijken. De geschiedenis van het moderne Parijs, zelfs in de kunsten en letteren, is zo doortrokken van agressie dat je een militair historicus nodig hebt om recht te doen aan de feiten. Antony Beevor kwijt zich met verve van die taak.

Uiteraard beschrijft Beevor omstandig hoe de Duitsers uit Parijs worden verjaagd. Maar veel interessanter zijn de politieke en diplomatieke gevechten. De lange weg die generaal De Gaulle moet afleggen om de macht te veroveren. De eindeloze interne twisten bij het verzet. En de grote schande van de Franse republiek: Vichy. Het brandpunt van al die ellende is Parijs. Daar komen de protagonisten samen, worden ze bejubeld of ter dood veroordeeld.

Vichy vergalde het bevrijdingsfeest. De katholieke extremisten en militaire gelukszoekers die zich bij Hitler aanboden om te collaboreren voerden een verloren strijd. Ze bestuurden het Zuidoosten van Frankrijk en de koloniën vanuit de ingedommelde provinciestad Vichy. De schrale dictatuur onder leiding van de hoogbejaarde maarschalk Pétain verving Liberté, Egalité, Fraternité door Travail, Famille, Patrie. Buitenlanders, vrijmetselaars en Joden waren ongenode gasten. Vooral de laatsten werden via het doorgangskamp Drancy de Nacht und Nebel in gestuurd.


    retrouver ce média sur www.ina.fr
(Pétain-propaganda.)



Bij het geluid van knallende champagnekurken werd er eind augustus 1944 wraak genomen op de collaboratie. Beavor tekent een uitermate gedetailleerd beeld van een samenleving die wordt verteerd door tegenstrijdige gevoelens: extase, solidariteit, paranoia, genadeloosheid. De kern van de rechtstaat bleef echter overeind en verbazingwekkend snel slaagde De Gaulle er in het gewapende verzet aan zijn macht te onderwerpen. In de visie van De Gaulle had de Franse republiek nooit opgehouden te bestaan. Dat maakte het enigszins makkelijker om het bestuursapparaat en de aanhangers van Vichy geruisloos te laten opgaan in het bevrijde Frankrijk.







    retrouver ce média sur www.ina.fr
(Het eerste deel van de onvermijdelijke seventies documentaire Sartre par lui-même. Voor deel 2, check ina.fr)

Parijs was Vichy niet. De overwinnaars herschreven de geschiedenis. De dictatuur van Vichy hoorde er niet in thuis. De Gaulle ontkende tijdens zijn latere carrière dat de Frankrijk mee verantwoordelijk was voor de Jodenvervolging. Pas in 1995 zou Jacques Chirac, als kersvers verkozen president, de schuld van de Franse staat erkennen. Het taboe dat op Vichy rustte, leidde tot talloze spectaculaire incidenten. Zoals de onthulling dat François Mitterand een functionaris van Vichy was, vooraleer hij in 1943 tot het verzet toetrad. Of het proces in 1998 tegen oud-minister Maurice Papon, die tijdens de oorlog verantwoordelijk was voor de deportatie van 1.560 Joden. Spijtig genoeg is Papon in Parijs na de bevrijding nog springlevend, terwijl hij in 2007 is gestorven. De vertaling is gebaseerd op een herwerkte versie die Anthony Beevor in 2004 publiceerde. Dat doet afbreuk aan de actualiteitswaarde van het verhaal. Toen de Franse regering eerder dit jaar grote groepen Roma terugstuurde naar Roemenië, werd er te pas en ten onpas naar Vichy verwezen.



    retrouver ce média sur www.ina.fr
(Pivot praat met Raymond Aron, meneer Anti-Sartre, in 1983, twee weken voor zijn dood.)

Anthony Beevor is op zijn best als hij kan tonen dat de werkelijkheid achter de grote geschiedenis altijd dubbelzinnig is. De Gaulle deed alsof hij de beschaving had gered, maar had over het lot van Frankrijk weinig te zeggen. De invloed van de Amerikanen was enorm. Dat was ook de indruk van de gewone Parijzenaars. De Duitsers werden eenvoudigweg afgelost door geallieerde soldaten, diplomaten en artiesten. Alles beter dan de Russen. Parijs was geobsedeerd door een mogelijke communistische inval. Voor een beter begrip van het breed geborstelde portret dat Tony Judt schetste in Na de oorlog. Een geschiedenis van Europa sinds 1945 moet je Parijs na de bevrijding lezen. De Franse republiek kon niet zonder de steun van de communisten. Maar die zaten na de bevrijding op vinkenslag om een revolutie te ensceneren en de macht te grijpen. Frankrijk liet Stalin echter koud, zo blijkt uit de bronnen die Beevor samenbrengt. Met veel zin voor detail analyseert hij de hoofdrolspelers in deze tragikomedie. Zodra de revolutionaire intelligentsia aan de beurt zijn, kan Beevor zijn sarcasme nauwelijks onderdrukken. Hij heeft meer sympathie voor visionaire bestuurders als George Marshall, die in 1947 een plan voor de wederopbouw van Europa (en dus van Duitsland) aankondigde. Op dat moment vinden Sartre en zijn collega’s de geëngageerde literatuur weer uit: ‘L’existentialisme est un humanisme’.

Het is Luuk van Middelaar die in Politicide. De moord op de politiek in de Franse filosofie haarfijn heeft beschreven hoe Sartre de geschiedenis wou stoppen, desnoods met geweld. De dictator en massamoordenaar Stalin was voor Sartre de incarnatie van de vrijheid. Bij Beevor kom je te weten hoe schizofreen Sartre, Picasso en de zijnen zich moesten gedragen om hun filosofische overtuiging te beleven. Schijnheilig is wellicht een beter woord. De stalinisten hielden hun vele kiezers voor de gek. Sartre gaf zijn zegen aan dit bedrog en epateerde daarmee generaties wereldverbeteraars. In Beevors lezing van de naoorlogse tijd is de schande van Sartre een uitgesteld oorlogstrauma van jongeren die hun ouders de collaboratie van Vichy niet vergaven.

Harold Polis

Anthony Beevor & Artemis Cooper, Parijs na de bevrijding. 1944-1949 [vertaald door Nicoline Timmer en Rob van Erkelens], Ambo, 2010, 440 p.
(Dit stuk verscheen eerder in De Standaard der Letteren van 26 november 2010.)

Geen opmerkingen: