Beste Pascal Chabot,
Met veel plezier heb ik uw nieuwe boek Avoir le temps.
Essai de chronosophie (Puf) gelezen. Ik raad het iedereen aan die in de
wurggreep van de efficiëntie zit, de moderne afgod aan wie we elke dag offers
brengen. Het is niet uw bedoeling om op te roepen tot inefficiëntie, maar wel
tot kwaliteit. Het gaat u niet om het aantal meetbare seconden in een
mensenleven, maar om een betekenisvolle tijdsbeleving (en die bevindt zich voor
u niet in de versnelling). Daarom beoefent u een filosofie over de tijd die u
‘qualitariste et temporisée’ noemt.
Het neologisme ‘qualitariste’ hebt u eerder uitgewerkt in
het boek Traité des libres qualités (2018). Daarin pleit u ervoor om een
nieuwe verhouding te vinden tussen kwaliteit en vrijheid. U noemt kwaliteit
zelfs een ‘nieuwe vorm van het Goede’, met hoofdletter dus, als een verwijzing
naar de levenshouding die Plato voorschreef. De metafysica van het Goede, het
Ware en het Schone lijkt op een onleesbare allegorische prent die duizend-en-een
keer is verfrommeld en gladgestreken, in stukken gescheurd en aan elkaar
gekleefd, vergeten en verketterd, maar telkens weer wordt herontdekt. Hoe wij
denken wordt nog altijd grotendeels bepaald door de manier waarop Plato zijn
vorm van metafysica onder woorden heeft gebracht. De zoektocht naar de ideeën
die zich boven, onder, in of achter de fysische werkelijkheid bevinden, vormt
een enorme bron van kennis en speculatie. Elke vorm van metafysica maakt ook
een afbraak van datzelfde metafysische bouwwerk mogelijk, zeker als je teruggrijpt
naar inzichten uit de exacte wetenschap. Kant bijvoorbeeld vond in de
achttiende eeuw dat ruimte en tijd a priori bestonden, dus voor onze menselijke
ervaring, maar uit de relativiteitstheorie blijkt dat ruimte niet kan bestaan
zonder dat je haar met iets vult. In dat opzicht zit er in uw ‘nieuwe vorm van
het Goede’ altijd een ironische laag. Het Goede is niet absoluut, maar wel gebonden
aan plaats en tijd. U maakt het heel duidelijk in welke context u denkt, wat de
oorsprong is van de begrippen die u hanteert en hoe u betekenissen toevoegt aan
al die metafysische clichés.
Het metafysisch systeemdenken botst op de exacte wetenschap.
Wat niet getest kan worden, is onbruikbaar voor ons. Al wat ontsnapt aan de
door experimenten getoetste waarheid van de fysica behoort tot het rijk van de
speculatie. De radicalisering van het wetenschappelijke denken leidt tot een instrumentalisering
van mensen en dingen. Die poging om de natuur te beheersen door er de instrumentele
rede op los te laten, mondt uit in een nieuwe mythevorming: het positivisme en
sciëntisme die de mens als individu buiten spel zetten. Dat is het schema dat Theodor
Adorno en Max Horkheimer uitwerkten in hun Dialektik der Aufklärung –
een essaybundel die alleen maar belangrijker wordt nu we de ecologische gevolgen
van onze beheersingsdrang steeds scherper ervaren.
De eindeloze schakeringen van de waarheid vormen dan weer
een populair argument om metafysica in te ruilen voor een als vrijheidsliefde
vermomde willekeur, en blijmoedig weg te glijden in het mercantiele nihilisme
dat onze wereld tekent. Omdat er geen eensluidende waarheid zou zijn, zijn alle
waarheden om het even, behalve de levenshoudingen die je kan commercialiseren –
die zijn uiteraard het meest waard. Er wordt bijvoorbeeld meer geld verdiend
met de economie van het hardlopen dan met de verkoop van essaybundels. Maar dat
verschil zegt dus niets over de betekenis van lezen of hardlopen, laat staan
dat er een tegenstelling zou bestaan tussen die twee eerder prettige
bezigheden. Net het samenbrengen van uiteenlopende ervaringen maakt ons leven aangenamer.
Ik weet dat u het begrip ‘qualitariste’ meer opvat als een
deugd, of zelfs als een imperatief, maar mij is bij het lezen van uw teksten
vooral de drang opgevallen om nieuwe alomvattende dimensies van onze moderne
tijd te ontdekken. Uw nieuwsgierigheid wordt haast zelf een stijlfiguur. Avoir
le temps is zo helder geschreven dat ik oprecht ontgoocheld ben dat ik maar
200 pagina’s van u heb gekregen. Met veel souplesse verweeft u
(kunst)geschiedenis met filosofie. In uw associatieve, wat apodictische manier
van schrijven doet u vorm en inhoud perfect samengaan. U blijft lang stilstaan
bij het dubbele helix-monument dat de Russische constructivistische architect Vladimir
Tatlin in 1919 ontwierp ter verheerlijking van de Derde Internationale. Het zou
een immens hoge scheve spiraal worden die cirkels en lijnen organisch zou samenbrengen
in een rechtopstaande mikadoworp. Het breken van klassieke esthetische vormen
is een eigenschap van de vooruitgang – die u met dit boek nieuw leven tracht in
te blazen. Het zou interessant zijn om, in een vervolg op Avoir le temps,
te tonen hoe die constructivistische droom omstreeks de Eerste Wereldoorlog
niet beperkt blijft tot Tatlin, maar kunstenaars en schrijvers uit de vier
windstreken beïnvloedt. Dat brede perspectief zou tonen dat het gevoel een kind
van je tijd te zijn zich nooit in een romantische afzondering voltrekt. Tijd is
in dat opzicht ook een relationele ervaring.
De historische indeling van uw chronosofie bevat vier
hoofdperiodes: de lotsbestemming, de vooruitgang, de hypertijd en het respijt. Het
zijn tevens vier manieren van denken over tijd die tot op vandaag doorwerken,
beïnvloeden en beconcurreren. Toen we in West-Europa de goddelijke betovering
van de wereld nog niet hadden losgelaten, zaten we in de periode van het lot.
In die antropocentrische en cyclische wereld kende de mens zijn plaats en zijn
toekomst. Het is de wereld van Les Très Riches Heures du Duc de Berry, het
adembenemende gotische getijdenboek dat zich integraal afspeelt onder de
azuurblauwe hemelboog vol gouden sterren. Die harmonie verandert in een wedloop
eens de vooruitgang goed en wel doorbreekt. De tijd slaat op hol, wordt gemechaniseerd
en koloniseert het menselijk bestaan volledig. Bovendien ontstaat er een
afgrijselijk verleden dat moet worden afgezworen en een glorievolle toekomst
waar we allen naar moeten streven. Die ontwikkeling valt grotendeels samen met
de wetenschappelijke ontwikkeling sinds de Verlichting en de opkomst van de
kapitalistische globalisering. Met het begrip hypertijd verwijst u naar de
simultaneïteit waarin we ons vandaag bevinden, waarbij we via technische
hulpmiddelen en beeldschermen een werkelijkheid oproepen die niet fysiek
bestaat. Door het wegvallen van tijdsgrenzen lijken verleden of toekomst niet
meer te bestaan. Alles zit vervat in een langgerekt nu. Een laatste
periodisering is volgens u die van het respijt. Door de klimaattransitie
ontstaat de indruk dat er geen tijd meer is of zal zijn, dat onze voorraad tijd
beperkt wordt door de afnemende levensverwachting van de planeet. We zijn
eigenlijk aan het aftellen tot het allemaal achter de rug is. U gaat niet
akkoord met die collapsologie, onder meer omdat ze onze nakomelingen een
toekomst ontzegt en praktisch handelen uitschakelt. U wil daarentegen een
creatieve invulling van de menselijke verantwoordelijkheid.
Meer nog, u bent niet tegen economische groei en pleit er
onomwonden voor om een nieuwe dynamiek te vinden voor de vooruitgang. De
belangrijkste reden voor dat optimisme is dat u positief tegenover technologie
staat. U bent ervan overtuigd dat er een technische cultuur mogelijk is, een
samenleving dus waarin de technisch-wetenschappelijke ontwikkeling een
volwaardige plek vindt in de menselijke symbolische orde (die we hoofdzakelijk
in taal beleven). In die vorm van denken over samenleving en techniek laat u
zich inspireren door filosofen als Gilbert Simondon, de Brusselse bio-ethicus
Gilbert Hottois en ongetwijfeld ook de protestantse anarchist Jacques Ellul.
Mensen kortom die een heel ander pad namen dan Heidegger en zijn ‘völkisch’
getint technologisch pessimisme. Wanneer Ellul bijvoorbeeld beweerde dat het
christendom eigenlijk nog moest beginnen, omdat het gebukt gaat onder
verstikkende religieuze systemen, was dit inzicht een weerspiegeling van wat
hij over techniek dacht: als de middelen het doel worden, gaat het fout. In
plaats van de technische beheersing van de werkelijkheid te ondergaan, te
verheerlijken of kritiekloos goed te praten, zoekt Ellul een positie van autonome
onmacht op. Om de mens weer mens te laten worden, moet hij zich
verantwoordelijk kunnen voelen voor de techniek die hij gebruikt. Daarnaast is
er volgens Ellul een ethiek van onvermogen nodig: niet alles wat technisch
mogelijk is, moet ook worden uitgevoerd.
Ik moest aan de terughoudendheid van Ellul denken toen ik
las hoe u de synthese van uw chronosofie omschrijft: als een gelegenheid. U
noemt het ‘l’occasion’. In de Griekse mythologie gaat het dan om het jongste
goddelijke kind van oppergod Zeus: Kairos. Hij is de personificatie van het
juiste moment om iets voor elkaar te krijgen. De grote vraag volgens u is hoe
we de idee van vooruitgang verder kunnen ontwikkelen. Hoe kunnen we weer de
grote poort naar de toekomst openen? De spiraal is voor u het symbool van het
hergebruiken en herdenken van oude denkschema’s. In het samengaan van de
lotsbestemming, de vooruitgang, de hypertijd en het respijt worden diachrone en
synchrone opvattingen van tijd vermengd.
Geen enkele van de vier door u benoemde tijdsvormen zal het
hopelijk halen: een meervoudige geschiedenis is het beste waarop we kunnen
hopen. De vier manieren om tijd te beleven, zijn voor u ook niet gebonden aan
een bepaalde periode. Het is niet omdat het dagritme van het getijdengebed uit
onze wereld is verdwenen, dat we bijvoorbeeld geen nood meer zouden hebben aan
geduld of geen respect meer zouden moeten hebben voor het ritme van de natuur. En
dat ervaren van de seizoenen hoeft niet in tegenspraak te zijn met het
ontwikkelen van een dieper begrip van de verwevenheid van ruimte en tijd, zoals
de speciale relativiteitstheorie van Einstein aantoont.
Avoir le temps is een poging om de tijd te verbreden
terwijl onze wereld net lijkt te versnellen. Het is u niet om het uitdiepen van
de herinnering te doen, zoals Proust en zijn vele navolgers. U probeert een
andere conceptuele voorstelling van de tijd zelf onder woorden te brengen. Dat kan
voor velen als te idealistisch overkomen, omdat uw pluralistische kijk op tijd
ook een als waarde vermomde willekeur kan zijn – of rooskleurige metafysische
hocuspocus. Wat met het ontelbare aantal mensen van wie het leven geen enkele
herinnering heeft achtergelaten? Het is inderdaad net door die lineaire,
extreem doelmatige tijdsbeleving dat zoveel levenstijd als nutteloos wordt
ervaren. Om weer vooruit te kunnen gaan, moeten we ermee ophouden een blind
vertrouwen te hebben in de toekomst, schrijft u. Bij blind vertrouwen als
bevlieging kan ik me wel wat inbeelden, maar niet als strategie, integendeel. Nadat
het eerste deel van de catastrofale twintigste eeuw zich heeft voltrokken in oorlogsdampen
en in de duisternis van een zwarte zon, was er van blind vertrouwen geen sprake
meer. Adorno is een van de seismografen van die breuk . Hij vond dat zijn
tijdgenoten alleen verlossing konden bereiken door een keiharde messiaanse
kritiek te beoefenen. Van dat gebroken bestaan getuigen de beklemmende notities
in zijn Minima moralia: ‘De splinter in het oog is het beste vergrootglas’.
Misschien zijn we die oorlogen aan het vergeten en is die
herwonnen naïviteit telkens weer nodig om een Toekomst met hoofdletter te
verzinnen. Of gaat het misschien om wat Jean-Luc Marion beschrijft als het
herwinnen van de sterfelijkheid? Omdat we de leer van de laatste dingen
beschouwen als een onnozele illusie, met de Openbaring van Johannes als een voorloper
van Marvel Comics, lijkt onze tijd eeuwig door te gaan. Er lijkt geen werkbaar
besef van eindigheid meer – op ondergangsfantasieën en -complotten na. Of
misschien is uw wens om de tijd te verbreden een even individuele als sociale
uitdaging, zoals socioloog Hartmut Rosa betoogt in zijn teksten over resonantie.
Ook Rosa is een vertragingsdenker die de weg naar het goede leven zoekt door te
laveren tussen consumptiedwang, afstompende eenzaamheid en technosolutionisme. Met
resonantie duidt Rosa op ‘een relatie waarin het subject en de wereld
antwoordend tegenover elkaar staan’. Rosa beschrijft dat je die resonantie kan
vinden in je familie, de natuur, je werk, in kunst, muziek of een kerkgemeenschap
(hij is zelf een fervent organist). Aan die nieuwe, helende kritische theorie,
die de loden last van Adorno draaglijker maakt, hebt u een belangrijk hoofdstuk
over tijd toegevoegd. Ik kijk reikhalzend uit naar het vervolg.
Met vriendelijke groet,
Harold Polis
Een ingekorte versie van deze tekst is op 19 augustus 2021 op de site van Rektoverso geplaatst.