Posts tonen met het label Blaise Pascal. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Blaise Pascal. Alle posts tonen

dinsdag 18 december 2007

Het Sienjaal


(Reclame uit de jaren vijftig voor het programma De ondergang van de Westerse beschaving.)

De Vlaming heeft de afgelopen jaren zo'n massaal aantal signalen gegeven, dat geen meetinstrument ze nog registreren kan. Van de Vlaamse kiezer tot de Vlaamse verkozene: onze samenleving heeft zich werkelijk te pletter gesignaald. En nog houdt het signaleren niet op. Sinds 2004 organiseert Het Laatste Nieuws het grootste panelonderzoek in Vlaanderen: 'De stemmenkampioen'. Iedereen die zich registreert mag naar hartenlust zijn mening geven over tal van levensnoodzakelijke vragen. De eerste hoofdprijs bij de gemeenteraadsverkiezingen 2006 is een luxereis voor twee personen in een Egyptisch viersterrenhotel. "Een aanrader voor liefhebbers van zon en strand", zo meldt de website stemmenkampioen.hln.be. "Wedden dat je wilt blijven?"

Een panische angst zou zich meester van ons maken als we een dag zonder televoting, peiling, panelonderzoek of referendum beleefden. Stel je voor: een etmaal lang je mond houden. Blaise Pascal beweerde dat dit trage zwijgen gezond was en zinvol. Ook de methode Winston Churchill is prijzenswaard: "Keep buggering on". Niet zagen, KBO! Maar Pascal of Churchill kwamen duidelijk niet uit Antwerpen, Deinze of Beringen-Paal. De tweede en derde generatie ontvoogde Vlamingen schrikken elke ochtend dat zij een tong en stembanden hebben. Ze belijden hun verbazing door zich mondig op te stellen. En zo lijkt onze charmante deelstaat bij momenten op een immense klantendienst waar mensen zonder klachten staan te zieken uit gezelligheid. Kniesoren beweren dat Vlamingen achterbaks zijn en in het stemhokje op die ene partij stemmen die ze in het openbaar geen lippendienst durven te bewijzen. Maar dat is buiten de alomtegenwoordige signaalcultuur gerekend. Kunnen we nog zonder?

We zijn nu eenmaal gefascineerd door omwentelingen: onverwachte signalen die de loop van de geschiedenis veranderen en de indruk wekken dat we een boeiend leven leiden. Hannah Arendt beschrijft in de essaybundel Between Past and Present dat zo'n signaal ongrijpbaar en verslavend is. En voor je het weet, heb je er heimwee naar. Ze citeert ook de negentiende-eeuwse Franse politiek filosoof Alexis de Tocqueville: "Als het verleden de toekomst niet meer verlicht, waart de mens in de duisternis rond." De Tocqueville had het over de omstandigheden waarin de Amerikaanse democratie zich in zijn tijd ontwikkelde. De duisternis van de geschiedenisloze nieuwe wereld leek hem uitermate geschikt voor een revolutionaire samenleving. Omwille van zijn als reisverslag vermomde beschrijving van de moderne democratie - met de nadruk op voorwaarden en bedreigingen - wordt De Tocqueville nog steeds graag gelezen. Vooral door conservatieve filosofen, zoals de Nederlandse rechtsfilosoof Andreas Kinneging. In zijn vorig jaar verschenen boek Geografie van goed en kwaad probeert hij de problemen van onze tijd in kaart te brengen. Als een volleerd conservatief besluit Kinneging dat we ten onder gaan aan oppervlakkigheid en aan het milde despotisme van de massa. Ook wij waren in de duisternis rond, omdat we de bronnen van onze beschaving droog hebben gelegd. Als het tij keert en er komt een signaal, zouden we het nog wel herkennen, lijkt Kinneging zich af te vragen. Is het revolutionaire signaal dat Arendt en De Tocqueville beschreven nog wel mogelijk?

'De stemmenkampioen' staat intussen ter discussie wegens vermeende manipulatie - door Antwerpse stemmers uiteraard. Officieel wordt zowat elke politieke peiling stuk gerelativeerd. En zelfs de televoting van miss België bleek niet bestand tegen massale fraude. Al die kleine en grote nepsignalen bevestigen het teleurstellende besef dat we de werkelijkheid niet in de hand hebben. We moeten haar interpreteren, zoals tijdens de Koude Oorlog het nieuws uit het Oostblok werd geïnterpreteerd: de feiten zijn niet altijd te controleren en de berichtgeving kan propaganda bevatten. Die toestand wordt versterkt door de grote keuze van oncontroleerbare digitale nieuwsbronnen: e-mail, internet, livestream, sms. Flarden, kreten en citaten waarbij de context geen rol meer speelt. De technologie gaat even te snel voor ons.

Analoge signalen waren nu eenmaal eenvoudiger. Iedereen had een vast nummer en stond in het telefoonboek. Voltooid verleden tijd. Tussen maart vorig jaar en maart dit jaar deden 640.000 Nederlandse abonnees van KPN hun vaste toestel de deur uit. Het aantal afvallige Belgacomabonnees is niet bekend, maar ongetwijfeld zijn ze ook bijzonder talrijk. In de Volkskrant noemt de directeur van de Nederlandse telefoongids de neergang van het vaste toestel een paradox: "We hebben steeds meer communicatiemiddelen - e-mail, MSN messenger - maar zijn steeds minder bereikbaar." Met televisie gaat het in elk geval dezelfde kant op.

Nielsen Media Research gaat de kijkdichtheid van reclameboodschappen op de televisie meten. Een revolutie, want tot op heden worden alleen programma's gevolgd. Verwacht wordt dat de kijkdichtheid tegenvalt. Eerder dit jaar kondigde Unilever aan dat het budget voor televisiereclame fors is gedaald. Reclameconcepten staan op losse schroeven, reclame-inkomsten dalen fors en straks verdwijnt het gros van de programma's achter de decoder. De klassieke televisiezender is ten dode opgeschreven. We weten vandaag niet hoe de nieuwe digitale televisiecultuur er zal uitzien en wat die grap ons zal kosten. En om die omwenteling te bezegelen houden de openbare omroepen er een voor een mee op hun uitzendingen ook analoog aan te bieden. Het Nederlandse kabinet besliste eerder dit jaar om per 30 oktober te stoppen met de uitzending van analoge tv-signalen. De Vlaamse overheid houdt er tussen 2010 en 2012 mee op. Vaarwel dakantenne, vaarwel etherfrequenties 480 tot en met 870 MHz.

Het ene signaal is echter het andere niet. 'Het sienjaal' van Paul Van Ostaijen is een gedicht uit de gelijknamige uiterst romantische bundel waarin de dichter, met het wapengekletter van de Eerste Wereldoorlog op de achtergrond, de mensheid oproept tot samenhorigheid. "Dit is het sienjaal naar de heiligmakende Jordaan van ons geweten te gaan." In Van Ostaijens volstrekt analoge wereld was er nog ruimte voor massabewegingen, mede omdat de massa perfect kon worden bespeeld met behulp van eenduidige media. Dat is vandaag - gelukkig - steeds minder mogelijk. Adverteerders vinden hun doelpubliek niet meer. Politici zijn het spoor van hun kiezers bijster. Bedrijven willen koste wat het kost de indruk wekken dat ze uitsluitend met de vraag van de klant bezig zijn. We hebben met zijn allen heimwee naar een tijd dat je de wereld met één knop aan of af kon zetten en signalen betrouwbaarder leken.

Te midden van al die technische en maatschappelijke wanorde is er één medium dat min of meer ongehavend aan het derde millennium is begonnen: het gedrukte boek. Je hebt er geen analoge, digitale, geëxtrapoleerde of hysterische signalen voor nodig. De revolutie van DVB (digital video broadcasting) kan de toekomst van het boek niet schaden. Het boek blijft met voorsprong het makkelijkst beschikbare, betrouwbaarste en meest democratische medium.

U had allang aan het lezen moeten zijn.

Harold Polis

(Dit stuk is eerder verschenen in De Morgen van 26 juli 2007.)

Het gebed


(Johannes Paulus II, een van de meest verzengende bidders van de twintigste eeuw.)

Baat het niet, dan schaadt het niet. Af en toe de ogen sluiten en in opperste concentratie op zoek gaan naar de kern van het bestaan, het is weinigen gegeven. Na luttele seconden begint je maag te rommelen of gaat je gsm af. Wijlen Johannes Paulus II was de meest fotogenieke bidder van onze tijd. Zelfs toen hij nog in optima forma was, hing hij als een gewond dier over de leuning van een kerkstoel en peilde hij naar de luim van zijn God, afglijdend in een toestand die door satanist Joris-Karl Huysmans zou worden omschreven als "verzengend gebed". De huidige paus lijkt dan weer te piekeren in plaats van te bidden. Al te diepe gedachten zijn echter ongewenst in ons zelfopblaasbare universum. Bovendien zijn ze ook niet noodzakelijk katholiek. In het ware gebed wordt niet over God nagedacht, maar wordt God toegesproken. Gelovigen hebben overigens de keus tussen smeken, tieren, fezelen, zwijgen of uithalen. Zolang er maar aanbeden wordt. Naar verluidt doen we dat steeds minder.

Midden november maakte het bureau Compagnie de resultaten bekend van een enquête over het geloof in Vlaanderen. 55 procent van de ondervraagde Vlamingen gelooft in één enkele God. "Bij de meeste enquêtes hebben we veel respondenten die twijfelen of het niet weten, wat hier tot onze verbazing niet het geval was", verklaarde ene Ben Decock aan Gazet van Antwerpen. Het is al langer bekend dat marktonderzoekers aan een vorm van intelligentie lijden, maar bij het bureau Compagnie heeft het virus zich gemuteerd, met ongeneeslijk lijden tot gevolg. Volgens de enquête lopen er in Vlaanderen geen agnosten rond. Bovendien zijn de mensen die zichzelf wel als gelovig bestempelen, vrij van twijfel, terwijl al ruim twee millennia een cruciaal deel van de christelijke bronnen net wel handelt over het aanroepen van een God die niet antwoordt. Gedenk de woorden die Blaise Pascal in Gods mond legde: "Console-toi, tu ne me chercherais pas si tu m'avais trouvé." Je zou van minder beginnen twijfelen. Maar er is meer.

Volgens Jan Bax, de voorzitter van de Vereniging voor Promotie en Communicatie (VEPEC), bewijst het onderzoek dat de katholieke kerk dringend nood heeft aan een agressieve marketingstrategie om het imago bij te schaven. Een bewering die sympathie opwekt voor een instituut dat in eeuwen denkt, eerder dan in door jobstudenten uitgevoerde enquêtes. Ongetwijfeld zou het bureau Compagnie, op basis van bijkomend onderzoek, voorstellen om Jezus niet aan het kruis te laten sterven, Maria af te beelden als een actieve senior en de ondernemingszin van de Farizeeërs te roemen. Gebrek aan kennis - de befaamde 'catechese' - is voor de kerk een nog grotere bedreiging dan haar vaak tergende gezeur over ethische kwesties. Alleen afgestudeerde theologen kunnen het begrip transsubstantiatie nog uitleggen. Jezus en de veertig stokbroden? Jona op jacht naar de walvis? Echtscheiding in Kanaa? Het is voor vele medeburgers allemaal zo ver weg dat zelfs een kruisteken slaan een even cryptische daad lijkt als het offeren van een lam.

De unique selling proposition van de katholieke kerk is van bij het begin der tijden de verlossing geweest. God kunnen we niet kennen. Zijn zoon Jezus wel. Die zorgt ervoor dat gelovigen een vorm kunnen geven aan hun godsbesef, door te bidden bijvoorbeeld. In de evangeliën doet Jezus dienst als de uitvinder van het christelijke gebed om verlossing. Tijdens de doorwaakte nacht voor het eindspel op de berg Golgotha raakt Jezus bijna de pedalen kwijt voor hij berusting vindt in een gesprek met God. Matteüs 26,39: "Mijn Vader, als het mogelijk is, laat deze kelk aan Mij voorbijgaan. Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt." Iedereen is ooit wel een keer bang voor de kelk. Van onderdanigheid hebben we echter wat minder last - dat hopen we althans. Het is de totale overgave aan God die een gebed onderscheidt van meditatie. Nogal wat mensen vermoeden religieuze gevoelens te beleven wanneer ze op een bergtop staan, een kind maken of naar Bach luisteren. Aan zinsbegoochelingen en sentimenteel terrorisme hebben we inderdaad geen gebrek. Het ware geloof draait echter niet om ethisch of ecologisch verantwoord zelfmedelijden, maar om gehoorzaamheid aan God. De doodstrijd van Jezus was daarom ook een gevecht van het gebed. "Uw wil geschiede." Kortom, alle ingrediënten zijn aanwezig om een agressieve mediacampagne te brouwen die de westerlingen prompt in de nevelen van het geloof lokt. Hou op met denken, onderwerp u! De massa's stromen al toe. Hou ze tegen.

In 2005, het jaar van het gebed, publiceerden de bisschoppen van België de brochure Heer, leer ons bidden. "Onze eenzijdige beklemtoning van de moraal", zo schrijven de bisschoppen, "zette een domper op de vreugde van het gebed dat eigenlijk een ontmoeting is." Voor een gelovige staat of valt alles met de persoonlijke relatie tot God, een relatie die wordt beleefd in een gemeenschap. Ons individualisme strookt echter allang niet meer met het klassieke gemeenschapsgevoel waarop de kerk een patent leek te hebben. Over dat verketterde individualisme bestaan tal van misverstanden die ook door de kerk niet scherp genoeg worden ingeschat - laat staan door de jobstudenten van het bureau Compagnie.

Uit een onderzoek van sociologe Leen Heylen (Universiteit Antwerpen) blijkt dat bijvoorbeeld de eenzaamheid bij ouderen de afgelopen twintig jaar niet significant is toegenomen. Ouderen stellen hun verwachtingen bij en streven zelf naar meer autonomie.

De individualisering is dus niet nood-zakelijk nefast voor de sociale cohesie. Uit ander onderzoek blijkt bovendien dat we als individualisten niet slechter voor elkaar zorgen omdat we, in tegenstelling tot vroeger, liefde de voorkeur geven boven verplichting. Als je die inzichten toepast op de kerk zouden bisschoppen blij moeten zijn dat gelovigen uit vrije wil bidden en niet omdat het moet. Hetzelfde fenomeen keert terug bij de discussie over de plaats van het geloof in maatschappij. Vroeger moest het, vandaag mag het. Voor ons is heterogeniteit de belangrijkste maatschappelijke waarde. Het succes van religieuze en vrijzinnige groepen zal dan ook in toenemende mate afhangen van de mate waarin ze heterogeniteit omarmen. Om dezelfde reden is het raadzaam om religie te bannen uit een deel van de openbare ruimte en de instellingen. Alleen op die manier kunnen de ontmoetingsplaatsen ontstaan die onze democratie zo hard nodig heeft.

Harold Polis

(Dit artikel verscheen eerder in De Morgen van 22 november 2006.)

woensdag 5 december 2007

'Que dieu ne m'abandonne jamais!' (Over Blaise Pascal)




(De illustratie links toont de Pascaline calculator uit 1642.)

God voor beginners is een cursus zonder groepssessies. Je sluit je op, gooit de sleutel uit het raam en wacht geduldig op de vlammende tongen. Wellicht de bekendste beoefenaar van die methode is Blaise Pascal, het zeventiende-eeuwse schizofrene genie dat de katholieke kerk op haar grondvesten deed daveren. Tijdens de nacht van 23 november 1654 beleeft Pascal het inzicht dat zijn leven definitief in het teken van God zal stellen. Pascal zit op dat moment al enkele dagen verschanst in zijn Parijse appartement. Gekweld door maagpijn eet en drinkt hij nauwelijks, hij weigert alle bezoek en glijdt weg in een staat van opperste concentratie. Hoe uiteenlopend Pascals biografen die gebeurtenis ook beschrijven, de mystieke dimensie ervan staat buiten kijf. Pascal herbeleeft de beproeving van Christus in de Hof van Olijven en bepaalt zijn snijpunt tussen leven en dood. Met enkele nerveuze pennentrekken noteert Pascal de omvang en reikwijdte van zijn goddelijke inzicht. Dat vel papier noemt hij zijn 'Mémorial'. Hij laat het in de voering van zijn jas naaien, die hij tot aan zijn dood zal dragen. Pedagogisch verantwoord kun je Pascals gedrag niet echt noemen. 'Papa, papa! Die meneer doet Jezus na!' Je wordt vandaag voor minder doorverwezen naar de psychiatrie. Nochtans stuiten we hier op de kern van wat hedendaagse inquisiteurs het normenenwaardendebat noemen: de gevreesde culturele eigenheid van de westerse beschaving. Afzien zit ons in het bloed. Wij houden ervan te lijden (of doen graag alsof) en denken daarmee iets te bereiken. Die houding is deels cultureel bepaald. Jezus stierf voor onze zonden, maar herrees uit de doden. De hele christelijke iconografie varieert op zonde, boete, pijn en verlossing. Alle katholieken zijn coureurs in het diepst van hun gedachten.

Sinds vele jaren leven we opnieuw in een missiegebied. Het geloof is verdampt, wat onder meer verklaart waarom we nooit meer de Tour de France zullen winnen. Op enkele restkatholieken na begrijpt niemand nog de diepere zin van het religieus getinte lijden. De christelijke mystiek die Pascal bedrijft, lijkt afkomstig van een andere planeet. Wie zich van die vervreemding een beeld wil vormen, is aangewezen op onderzoek, zoals de Encyclopedie van de mystiek (2003). In dat schitterende naslagwerk wordt op een zo nuchter mogelijke manier beschreven hoe mystici dachten en waarom. Om het mysterie van het leven beter te begrijpen, hielden de meeste mystici zich obsessief met dood en aftakeling bezig. Zo was ook Blaise Pascal, een morbide asceet voor wie alles lag bedekt onder een doodskleed. Je kunt het bij Pascal bezwaarlijk over 'laatste woorden' hebben. Zijn hele leven was een voorbereiding op het verblijf in boventijdelijke regionen. Heden ik, morgen gij. Geïnteresseerd? Lees dan Time Management for Catholics (newadvent.catholiccompany.com).

Lijden is een katholieke sport, met knechten, kopmannen, caféploegen en een elite. De pijncultus die Pascal bedreef, was uitgesproken elitair. God was voor Pascal namelijk een even grote abstractie als de wiskundige ruimte die hij als wetenschapper trachtte in te delen. Tijdens de 'nuit de feu' van 23 november 1654 hult God zich nadrukkelijk in stilzwijgen. Er klinkt geen hemels klaroengeschal. Er zijn geen wolken die stralend openbreken. Rondom Pascal strekt zich de absolute negorij uit, een nietsheid zonder bevoorradingspunten of oases, zonder helpdesk of handleiding. God speelt verstoppertje met Pascal. In zijn Pensées noteert hij wat God hem toefluistert: "Console-toi, tu ne me chercherais pas si tu ne m'avais trouvé." Die onmetelijk afwezige God is een klassieke paradox in de christelijke mystiek. Om verlossing te bereiken, moet de gelovige kunnen genieten van de goddelijke genade. Maar wat als God alleen de deur opent voor mystieke hoogvliegers die zich van alles en iedereen onthechten? Het antwoord ligt verspreid over de honderden notities waarmee Pascal een apologie voor eigen gebruik opstelde, de befaamde Pensées. Nog steeds behoren de Pensées tot de meest gelezen mystieke geschriften. Hoewel ze niet voor publicatie bedoeld zijn, lijkt het alsof de Pensées uit de pen van een aforistisch genie komen. Ze plaatsen Pascal ongewild op de hoogte van eerder pragmatische ingestelde tijdgenoten als La Bruyère of La Rochefoucauld. Beide bepruikte heren blinken uit in het schrijven van lichtelijk cynische vuistregels. Hun aforismen hebben als doel greep te krijgen op wereldse gebeurtenissen, hoftoestanden en macht, terwijl Pascal eerder het tegendeel verlangt.

Zijn grote aantrekkingskracht dankt Pascal echter aan achttien polemische brieven die bekendheid hebben verworven onder de titel Les Provinciales. Pascal tekende ze als Louis Montalte, een van zijn vele pseudoniemen, en liet ze door zijn medestanders in het geheim drukken. Telkenmale werden duizenden exemplaren van de brieven verkocht in colportage. Op het continent was het wellicht de eerste keer dat journalistiek zo'n nadrukkelijke invloed had op de publieke opinie. Pascal bewijst zich in Les Provinciales als een meesterlijke stilist die - alweer ongewild - bij gratie van zijn literair genie eerder een rationalist lijkt dan een christelijk mysticus. Les Provinciales is een meervoudige frontale aanval op de jezuïeten. Pascal maakt de societate jesu met de grond gelijk, de reden waarom collegestudenten vroeger Les Provinciales verslonden als het nauwkeurige verslag van een geuzenstrijd. Het gemak waarmee Pascal de theologische beginselen van de jezuïeten vernietigt, zou bij een argeloze lezer de onterechte indruk kunnen wekken dat Pascal ook het geloof zelf afvalt. In werkelijkheid tracht de christelijke fundamentalist Pascal te bewijzen dat zijn godsbeeld zuiverder is dan het met wereldse neigingen aangelengde geloof van de jezuïeten.

Die orde maakte in de zeventiende eeuw het mooie weer met een succesvolle marketing van de christelijke geloofsbelijdenis. Het christendom zou de ketterse moderniteit alleen bedwingen als het woord Gods hardnekkig en doelbewust werd verkondigd. Bovendien hielden de jezuïeten er een veel minder strakke interpretatie van de goddelijke genade op na. De apostolische tactiek van de jezuïeten was er eenvoudigweg op gericht wereldse veranderingen in te lijven en onschadelijk te maken. Om in de hemel te geraken, hoefde je dus helemaal niet uit stigmata te bloeden. Iedereen kwam in aanmerking voor verlossing, wat niet iedereen besefte. Warempel, een socialistische of anderzijds verkiezingsfähige gedachte! In de zeventiende eeuw echter was casuïstiek de geijkte term voor zulke drogredeneringen. Elke generatie karottentrekkers verdient haar Blaise Pascal, een dwarse opponent die genadeloos en principieel de kromme argumenten van de tegenpartij uiteenranselt. Met een Pascal erbij blijft de koers interessant.


Harold Polis

(Deze tekst verscheen eerder in De Morgen op 3 maart 2004.)

'Dode bladeren' verschijnt op 6 oktober

  Op 6 oktober verschijnt bij uitgeverij Tristan   Dode bladeren , een boek waaraan ik de afgelopen jaren heb gewerkt. Op het omslag staat ...