dinsdag 12 mei 2009

Zwart zijn doet niet zeer: Constant Malva


Furl this page

Digg!

Delicious
Bookmark this on Delicious(Een fantastisch portret van Constant Malva, gemaakt door Marcel Lefrancq op 11 november 1938. Malva staat aan de voet van 'le coq de Jemappes', een monument in Bergen dat de slag bij Jemappes van 1792 herdenkt.)

Het leven kende geen genade voor Alphonse Bourlard, een Waalse mijnwerker uit Quaregnon. Hij nam het pseudoniem Constant Malva aan, pour qui tout va mal. De man met wie het helemaal fout liep, had een ellendiger lot dan de man die veel had geleden. Met Multatuli deelde Malva de afkeer voor de burgerman, die in de waarheid vooral deugdzaamheid herkent. Malva geloofde bovendien dat waarheid gelijkstond aan literaire waarachtigheid. Het was geen toeval dat hij zijn dagboek verliteratureluurde tot Ma Nuit au jour le jour. Een jaar lang, van mei 1937 tot mei 1938, noteerde Malva zijn lotgevallen in en rond de mijn. Hij deed dat niet als ontspanning of ter stichting van de geïnteresseerde leek. Malva's wereld was maakbaar. Zijn woorden waren breekijzers. Met Ma Nuit au jour le jour wilde Malva een dienst bewijzen aan zichzelf, "à mes frères de travail et même à toute l'humanité".

In korte, afgehouwen zinnen zet Constant Malva de koolmijncultuur neer. Een leven van explosieve gasbellen, lekkende galerijen, wankele stutbalken en een alles verstikkende prestatiedwang. Het pikhouweel verbrijzelt ook de ziel van de man die de steel vasthoudt. De mijnwerker is een machine die niet denkt, maar erop los beukt. Na de jarenlange slagenregen komt de machine reutelend aan zijn einde. Malva stierf zelf, hoe kan het anders, aan de gevolgen van silicose. Hij werd onder meer verzorgd te Zwitserland, in het sanatorium van Leysin, waar ook de tuberculeuze Maria 'Agnes' Rooman uit Klaaglied om Agnes van Marnix Gijsen haar laatste dagen sleet. Zo symbolisch als Gijsen de naderbij sluipende dood van zijn lief beschreef, zo realistisch ging Malva tekeer, wroetend, kuchend, strompelend. De mythe van het lijdende proletariaat werd in de jaren dertig even zorgvuldig in stand gehouden als de mummie van Lenin. Formol was ook populair in artistieke kringen, waar men altijd verlegen zit om relikwieën. Toen Malva aansluiting zocht bij gelijkgestemde literatoren werd hij behandeld als een curiosum: de schrijvende mijnwerker.

Van trotskist naar fascist, is een kleine stap, zeker als de verbittering op de loer ligt. Malva besefte dat hij in Ma Nuit au jour le jour de authenticiteit van zijn getuigenis op een krachtige manier had vormgegeven, wars van pathetiek en moralisme. Helaas was niemand geïnteresseerd, zelfs de Parijse uitgeverij Grasset niet, waarmee Malva nochtans goede contacten onderhield. Proletarische literatuur was begin jaren dertig een hype geweest in Frankrijk. Malva kwam tien jaar te laat. Het werd niets met de erkenning waar hij zo intens naar verlangde. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sukkelde hij de collaboratie in. Zijn sympathie was gekruid met overlevingsdrang. Door ziekte moest hij zijn werk in de mijn staken en liep hij de vrijwillige arbeidsdienst in Duitsland mis. Ten einde raad werd hij nachtwaker in de lokalen van de collaborerende eenheidsvakbond van Hendrik de Man. Malva schreef ook voor de verkeerde bladen en werkte mee aan de uitzendingen van de collaboratiezender Radio Bruxelles. Toen hij na de bevrijding werd veroordeeld en ontzet uit zijn burgerrechten, leek de veer gebroken. Toch publiceerde Sartre in zijn tijdschrift Les Temps modernes een fragment uit Ma Nuit au jour le jour en verscheen de tekst in 1953 in boekvorm.

Als het leven de kunst zou na-apen, zou Constant Malva een schoolvoorbeeld van die mimese zijn. De ontgoocheling is het ware hoofdpersonage van Ma Nuit au jour le jour. Malva voert in zijn dagboek een dialoog met de ontgoocheling, tracht haar te verleiden met waanbeelden van een betere toekomst. Het leven dat Malva droomt, berust op literaire aspiraties. Bladzijde na bladzijde wordt het duidelijker hoe hij op papier de ontgoocheling tracht om te bouwen tot een overwinning. Malva wil de met steenkool aangedreven ellende ontstijgen door haar zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Hij wil herboren worden in de literatuur. Hij wil een kind van het licht zijn. "J'attendrai peut-être la fin de ma nuit jusqu'à la nuit éternelle." Die ene zin, waarmee het dagboek afsluit, vat het drama samen van iemand die hoopt op de nieuwe mens en meegesleurd wordt in de ondergang van het avondland.

Malva zat met zijn gedachten niet in Bayreuth, maar in de Borinage. Wagneriaanse tragiek was niet aan hem besteed, vormcultus evenmin. Een dagboek bood eenvoudigweg het grote voordeel dat het geen roman was, het burgerlijke genre bij uitstek. Weg ermee. Zo'n roman werkte alleen maar onechtheid en clichés in de hand. Als Emile Zola in zijn mijnwerkersbijbel Germinal een steenkoolslaaf op de grond liet spugen, ging dat als volgt: "Il crache enfin en son crachat sur le sol empourpré laisse une tache noire." Malva, die Zola nochtans verafgoodde, hield het simpel: "J'ai contracté un rhume." Er valt wel wat te zeggen voor de cadans die weerklinkt in Malva's strak geordende zinnen. Ze lijken op de stakende arbeiders van Constant Meunier, eeltige mannen in blauwe kiel die schouder aan schouder marcheren en nooit lachen, tenzij om een schuine mop. Zelfs de schuine mop ontbreekt in Ma Nuit au jour le jour en de cadans is net iets te strak om geen neurotische indruk te wekken. Het primaat van de eenvoud vormt voor Malva een excuus om te zeuren. En hoe neutraal hij de literatuur ook wil benaderen, de literaire nulgrens bestaat niet. Als verantwoording voor zoveel objectiviteit beweert Malva: "Je n'ai pas voulu écrire la vie de la mine à certaines heures, j'ai voulu écrire la vie de toutes les heures." De zoete leugen van het leven zoals het leven is. Ongewild woelt Malva de paradox naar boven die elk geëngageerd boek kleurt: wantoestanden zo exact mogelijk beschrijven in de hoop dat daarmee de wantoestanden veranderen. Wat moet je met zo'n boek? "Boodschappen zijn voor in de supermarkt", heeft JMH Berckmans ooit geschreven.

Maar de ene paradox was de andere niet in de woelige Borinage van de jaren dertig. Julien Lahaut maakte de arbeiders warm voor die ene verlossende opstand en Léon Degrelle bracht de middenklasse samen door het affairisme van de Belgische politiek aan de kaak te stellen. Malva's bescheiden verhaal stak schril af tegen de brede gebaren waarmee de volkstribunen anonieme massa's platsloegen. Een krachtiger statement is haast niet denkbaar.

(Dit stuk verscheen eerder in De Morgen van 8 mei 2002.)

Geen opmerkingen: