dinsdag 4 december 2007

Catch 107 quater



Leo Tindemans, Dagboek van de Werkgroep-Eyskens (1973)

In België zit de geschiedenis een spadesteek diep. Geen bouwterrein zonder archeologische vondst. Bij de werken aan het Deurganckdok leggen de graafmachines het ene karveel na het andere bloot. Het zal niemand verbazen als straks blijkt dat Atlantis een deelgemeente van Doel was. Tot onze collectie historische artefacten behoren ook papieren koninkrijken. De grenzen daarvan worden afgedwongen met amendementen en omzendbrieven. We hebben de kanonnen omgesmeed tot paperclips en noemen dit beschaving. Echte oorlog is iets voor woeste bergvolkeren, zoals de Nepalezen. We steunen hen hierin gaarne. We zijn minnaars van het vrije initiatief.

Een van de belangrijkste papieren koningen is zonder meer Leo Tindemans geweest, de man met wie het anders werd. Tindemans speelde een hoofdrol bij de voorbereiding van de eerste fase van de staatshervorming in 1970. Wie een quizavond organiseert en zelf de broodrooster mee naar huis wil nemen, hoeft slechts één vraag te stellen: "Hoeveel paragrafen in de grondwet zijn er door de regering-Eyskens eind 1970 veranderd?" Over die veranderingen zijn boeken geschreven, zoals het Dagboek van de Werkgroep-Eyskens.

Begin jaren zeventig maakte het hyperrealisme in de kunst furore. Mensen en dingen werden tot in het kleinste detail nageschilderd, met grote nadruk op de eigenaardigheden. Dagboek van de Werkgroep-Eyskens is de politieke variant van het hyperrealisme. Ter voorbereiding van de eerste staatshervorming vergaderden achtentwintig politieke tenoren dagenlang in de zaal van de Wetstraat 16, waar elke vrijdag de ministerraad bijeenkwam.

Tindemans zelf noemt de lokatie "sinister". Een understatement. Er bestaat een actiefoto van de Werkgroep, genomen in de bewuste zaal. Als lijkbidders na de dienst zitten de aanwezigen rond een tafel die niet toevallig de vorm van een doodskist heeft. Elke pagina van het Dagboek van de Werkgroep-Eyskens ademt een akelige leegte. Tindemans, toenmalig minister van Communautaire Betrekkingen en secretaris van de 'werkgroep', geeft in zijn dagboek de discussies klinisch weer. Ruim dertig jaar later beschrijft Jan Blommaert in Ik stel vast hoe hedendaagse politiek een vorm van entertainment is geworden. Hij vergelijkt onder meer Dagboek van de Werkgroep-Eyskens en De Keien van de Wetstraat van Hugo de Ridder, twee boeken over dezelfde politieke periode. De Ridders reconstruerende stijl is genoegzaam bekend. Hij heeft daarmee de politiek gevulgariseerd. Toch is Dagboek van de Werkgroep-Eyskens intrigerender, al was het maar omdat Tindemans de schijn van objectiviteit ophoudt. Hoe droger de debatten, hoe heviger de onderkoelde melancholie doorklinkt, de ware ondertoon van dit journaal.

Mijn exemplaar bevat deze opdracht van Tindemans: "Opdat later zou geweten worden hoe het allemaal gebeurde." Kon ik maar naar huis, lijkt iedereen te denken. Spijtig genoeg schrijft Tindemans stroef, anders had zijn boek zonder meer een klassieke status bereikt. Er is geen betere inleiding tot het fenomeen België denkbaar dan deze kale weergave van enkele dagen Belgische verwarring.

De christen-democraat Tindemans heeft zijn hele carrière lang Mozes gespeeld. Als hij sprak, was het of hij voorlas uit Deuteronomium 4,1: "Luister dan, Israël, naar de voorschriften en bepalingen die ik u leer, en handel daarnaar." Wellicht heeft hij net iets te lang aan de rechterhand van vader Eyskens gezeten. Bij Eyskens' regeringsverklaring over de staatshervorming noteert Tindemans: "De meest dorre woorden kunnen door Eyskens, als hij dat werkelijk wil, in het Parlement worden uitgesproken, als golden het schibbolets waar de wereld op wacht om vernieuwd te worden." Diezelfde Gaston Eyskens zou, in de nasleep van de eerste staatshervorming, politiek vermoord worden door Wilfried Martens, aan wie Tindemans Dagboek van de Werkgroep-Eyskens heeft opgedragen. Ook Martens wilde Mozes achterna. Het zijn mannen die de waarheid prediken, maar niet altijd spreken. Af en toe citeert Tindemans uit zijn persoonlijke dagboek, nooit voldoende om te weten te komen wat hij echt denkt. Vaststaat dat Tindemans en Eyskens, net als de meeste toenmalige bewindslui, oprecht meenden dat ze in één keer het land konden hervormen. De federale staat is in tal van episodes ontstaan. Toen de gouden jaren zestig het Rijnlandmodel tot bloei deden komen, brokkelde het unitaire België af. De oude structuur voldeed niet meer om de welvaart te beheren. Dit acute besef werd aangewakkerd door Leuven-Vlaams of de opkomst van de taalpartijen, de Volksunie zaliger en het FDF. Terwijl The Beatles de babyboomers deden dromen van vrijheid, vergaderde de politieke klasse zich suf om de wankele Belgische weegschaal te herijken. De technocraten boekten hun overwinning nog voor er een verdwaalde hippie "de verbeelding aan de macht!" had geroepen. De leden van de Werkgroep-Eyskens waren er aanvankelijk van overtuigd dat een akkoord over de culturele en economische autonomie van de Belgische regio's ook een definitieve oplossing voor Brussel mogelijk zou maken.

Niets was minder waar. Tot op vandaag staat de globale oplossing ter discussie en gaat de verbouwing van België onverminderd voort. Men kan zich afvragen wat zo'n toestand met een bevolking doet. Misschien laat het ons wel Siberisch koud. Misschien herinneren we ons vooral de excessen van de staatshervorming. Het communautaire gekissebis als bezigheidstherapie voor politici die een aanleiding zoeken om hun macht te bestendigen. De verwrongen beeldvorming aan weerszijden van de taalgrens. Het grootvadertrauma van generaties Vlaamse kleuters, met dank aan de immer grommende Robert Senelle die een keer te veel op de tv kwam om woedend uit de grondwet voor te lezen.

Het fameuze grondwetsartikel 107quater regelde in 1970 de oprichting van de drie gewesten. Het zou tot de Egmontonderhandelingen van 1977 duren eer de federale staat van start kon gaan. Sindsdien hoopt men bij elke institutionele ronde het eindpunt te bereiken en schrijft men telkens weer een nieuw hoofdstuk van de kroniek van een aangekondigde schipbreuk. Deze Belgische dynamiek is zo mogelijk nog lastiger te bevatten dan de transsubstantiatie die onze voorouders elke zondag hun tong deed uitsteken. Als dit najaar de memoires van Leo Tindemans verschijnen, moeten we als tegengif ons nationale epos herlezen, Het beleg van Laken van Walter van den Broeck. Dat eindigt als volgt: "Breng hen tot staan! Zij dwalen! Dit is niet de weg naar huis, dit is de weg naar de waan! Want wie de fluiter volgt voorbij de boord, wordt zelf door 't zilte schuim gesmoord!"

Harold Polis

(Deze tekst verscheen in De Morgen op 20 september 2002.)

Geen opmerkingen: