vrijdag 6 augustus 2010

Casinocultuur - over helden en slachtoffers van de kredietcrisis

De stresstest van de Europese banken was toch een beetje om te lachen. Want hoe kun je nu een rampscenario testen als je de echte ramp buiten beschouwing laat? Een land dat failliet gaat bijvoorbeeld. Die mogelijkheid vond men niet de moeite waard om te testen. De stresstest moest vooral de perceptie verbeteren: het vertrouwen in de banken versterken, komt ook de economische relance ten goede. Het goede nieuws is dat we dankzij de stresstest meer weten over de financiële structuur van banken. Als je The Big Short. Inside the Doomsday Machine van Michael Lewis leest, besef je dat de kredietcrisis mee is veroorzaakt door een gebrek aan informatie. Onkunde, kwade wil, hebzucht en naïeve slachtoffers: de ultieme combinatie. Maar wie deed wat in de aanloop tot de crash van 2008?

(Met filmpjes over Michael Lewis, John Paulson, Joseph Stiglitz en Boer Wortel. Op de foto: Richard Fuld, voormalig CEO van het failliete Lehman Brothers en echte schurk, moet op 6 oktober 2008 uitleg gaan geven aan de Amerikaanse verkozenen des volks.)

(Michael Lewis te gast bij Q&A, een praatprogramma van de Amerikaanse zender C-SPAN - het is overigens de moeite waard even hun site te bezoeken om hun ruime aanbod programma's over Amerikaanse politiek.)


Geld stinkt niet. Maar aan de mensen die het grote geld maken, zit toch af en toe een reukje. In The big short: inside the doomsday machine zijn er heel wat personages die een onverdraaglijke stank verspreiden. Het zijn de poenboeren van Wall Street, de mannen die geld telen op industriële schaal, zoals anderen kippen of varkens kweken. Als er één varken griep krijgt, gaat de hele stal eraan. Zo is het ook gelopen in het najaar van 2008, horresco referens. De Amerikaanse overheid besloot dat Lehman Brothers failliet mocht gaan en vervolgens klapte het mondiale financiële systeem in elkaar. In The big short staat waarom. Het slechte nieuws is dat er veel slecht nieuws is. Het goede nieuws is dat Michael Lewis een geweldige verteller is, de Truman Capote van de financiële journalistiek.


(Hier zie, het kostbare weefsel in actie: in de tijd van Boer Wortel hadden we tenminste geen last van slechte beleggingen of vermogensbelastingen.)

Niemand wil terug naar de tijd van boer Wortel. Een boterham met reuzel volstaat niet meer. We vinden dat we recht hebben op veel en goedkoop vlees. Dat denken we ook over geld. Europeanen hebben zich bekwaamd in het klagen over de tanende welvaart. Niet ten onrechte, want we maken te weinig kinderen, creëren te weinig economische groei en te veel sociale ongelijkheid. Intussen willen we nog steeds alles: le beurre, l'argent du beurre et la crémière. Dat waanbeeld maakt van ons ideale slachtoffers van nationalisten, wichelroedelopers en de poenboeren van Wall Street.

Wie boven zijn stand leeft, maakt schulden. De Franse economische goeroe Jacques Attali maakt in Tous ruinés dans dix ans? Dette publique: la dernière chance duidelijk hoe de overheidschuld westerse democratieën op de rand van de afgrond brengt. Die vicieuze cirkel verklaart waarom Europa op enthousiaste wijze financieel afval van Wall Street heeft verorberd: een niet te stillen honger naar een zo risicoloos mogelijke schuldfinanciering. Wanneer de traders in The big short zich beginnen af te vragen wie dan wel de gekken zijn die hun rommel opkopen, luidt het antwoord: 'Düsseldorf.' Schuldverslaafde Europese banken.

Op dat moment zijn de echte sukkelaars al aan het bloeden. Miljoenen Amerikanen hebben zich leningen laten aansmeren die ze niet kunnen terugbetalen. Hun huizen worden in beslag genomen. De vastgoedprijzen dalen. De financiële producten die op basis van hun hypotheekleningen zijn gemaakt, verkruimelen. De kredietcrisis is een feit.

Michael Lewis beschrijft hoe de welvaart van de modale Amerikaan in de jaren negentig stagneerde. Zijn rijkdom nam alleen toe door de stijging van de vastgoedprijzen. Om de consumptie op peil te houden, werden er massaal schulden gemaakt. Mensen gingen zich risicovoller gedragen: omdat de huizenprijzen toch stegen, deed iedereen alsof ze zouden blijven stijgen. Moral hazard noemt men dat.

Tijdens de eerste ambtstermijn van wijlen Ronald Reagan hebben Amerikaanse banken de toelating gekregen om zich niet te gedragen als goede huisvaders. Die deregulering leidde eind jaren tachtig tot een enorm financieel debacle. Michael Lewis maakte die periode mee als obligatiehandelaar. Hij schreef er een semi-autobiografische klassieker over, Liar's poker. Rising through the wreckage on Wall Street (1989). De waanzin en de hebzucht ebden echter niet weg. Toen Bill Clinton in 1999 de Gramm-Leach-Bliley Act tekende, was de beer pas goed los. Financiële instellingen mochten publieksbank, zakenbank en verzekeringsfirma spelen. Omdat de marges op het gewone bankieren te mager waren, verzonnen ze nieuwe markten, zoals de beruchte CDO's (collateralized debt obligations). Het onderpand van een CDO wordt gevormd door hypotheekleningen.


(De goeie en de slechte: de grote boze hedgefund-manager John Paulson en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz, een econoom die elke ochtend een vrije markt-fundamentalist tussen de boterham legt.)

Michael Lewis legt glashelder uit hoe die CDO-handel ontspoort. Haast niemand begrijpt die producten, zelfs niet de ratingbureaus die de kwaliteit ervan moeten beoordelen. Vrij snel zijn er traders die begrijpen hoe de vork in de steel zit. Ze vinden een manier om te gokken op de onvermijdelijke kredietcrisis: de credit default swap, een verzekering op het terugbetalen van obligaties. De grootbanken gokken vol overgave mee. Dat is de 'doomsday machine' uit de ondertitel van The big short: er ontstaat een lucratieve, schijnbaar risicoloze handel in occulte financiële producten die een zekere ondergang beloven.

Een van de traders uit The big short is met verstomming geslagen wanneer hij hoort dat zijn Jamaïcaanse kinderoppas drie huizen bezit. Om de doomsday machine te doen draaien, moeten er steeds meer hypotheekleningen worden verkocht. Zelfs straatarme migranten worden op het bed van Procrustes gelegd en een arm uitgedraaid. Michael Lewis situeert de climax van zijn verhaal in Las Vegas, tijdens een nationale conferentie van duizenden CDO-handelaars die in speelzalen uit de bol gaan. De hel is bevolkt door mannen in pak die toasten op hun goedgelovige slachtoffers. En de boer, hij ploegde voort.

Harold Polis

(Dit stuk verscheen in De Standaard der Letteren van 6 augustus 2010.)

Geen opmerkingen: